Dyslexie en de liefde voor je vak

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 15-02-2017
Bea Ros - Wat een heisa vorige week over dyslexie! En wat een onzin is er de wereld ingeslingerd is uit protest tegen wetenschapper Anna Bosman die het waagde iets naars te zeggen over het spel- en leesonderwijs in dit land.

Een van de meest absurde reacties kwam van iemand die de zwartepiet uitdeelde aan de Nederlandse taal: veel te moeilijk’! Als we ‘de grammatica’ nou maar zouden vereenvoudigen, zou het vanzelf goed komen met dyslexie. Bij mijn weten hebben dyslectici geen moeite met grammatica - althans niet meer of minder dan mensen zonder dyslexie - maar wel met spellen en lezen. Bij mijn weten is het ook niet zo dat er in Nederland meer dyslectici zijn dan elders te wereld (en dan bedoel ik ‘echte’ dyslectici, mensen met een aangeboren taalstoornis en niet mensen met een dyslexieverklaring).

Jullie zien het: ik dek me vast in, ik weet echt niet alles. Wel meen ik te weten dat er vorige week de nodige onzin de wereld ingeslingerd is uit protest tegen wetenschapper Anna Bosman die het waagde iets naars te zeggen over het spel- en leesonderwijs in dit land. Namelijk dat het raar is dat we bij het stellen van de diagnose dyslexie louter naar de leerling en diens vorderingen kijken en niet naar de kwaliteit van het onderwijs. Belangrijke maat bij de diagnosestelling is dat leerlingen ondanks extra onderwijs toch geen vooruitgang boeken. Bosman wijst erop dat dat er naast dyslexie nog een andere reden kan zijn dat leerlingen niet vooruitgaan, namelijk als de instructie niet adequaat is.

Ze roept al jaren dat er met de instructie, en dus de diagnosestelling, vaak iets mis is en dat het niet moeilijk is dat te veranderen - bijvoorbeeld in een interview met Didactief uit 2008. Toch brak vorige week opeens de hel los, vanwege een interview in het Algemeen Dagblad. Uit Bosmans onderzoek - zie voor een snel overzicht haar recente ResearchED-presentatie - blijkt dat met de instructiemethode Zo Leer je Kinderen Lezen en Spellen het aantal spel- en leesproblemen in een groep met zestig ‘doorsnee’ kinderen al na zes weken drastisch geslonken is.
Totaal oninteressant kennelijk, want iedereen stortte zich op die ene, inmiddels gewraakte uitspraak van Bosman in het AD-interview: ‘Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat.’ Die zin ging een eigen leven leiden, met veel, heel veel onderbuik en weinig gezond verstand.

Bea Ros over dyslexieAllereerst roerden de dyslectici dan wel hun vrienden of familieleden zich. Dat Bosman zich toch echt danig vergiste, want dat zij wel degelijk bestaan. Zoals de anonieme dyslecticus van 45 die zich ‘in een keer bestempeld [voelt] als een leugenaar door deze hoogleraar!’ en die een ‘jeugdtrauma’ heeft opgelopen door het stampen met extra bijlessen en extra huiswerk en het continue herhalen.
Een fraai staaltje van een secundum quid ofwel een overhaaste generalisatie ofwel anekdotisch bewijs: met mij is het niet gelukt, dus wat die hoogleraar zegt, klopt niet.

Verder speelt deze criticaster ook op de man – ad hominem – of liever gezegd op de vrouw: ‘Wie denkt ze dat ze is om alles over een kam te scheren!’ Ook anderen vonden die hoogleraren stom - naast Bosman kwamen ook Kees Vernooy en Ben Maassen aan het woord - en ze moesten maar snel weer terug naar school. Einde discussie.

Behalve dat dit mij te veel riekt naar het modieuze wetenschap-is-ook-maar-een-mening - Bosmans onderzoek werd nog net niet weggezet als nepnieuws - getuigt het vooral van slecht of op zijn minst selectief lezen. En dat dyslectici en familie dat doen, vooruit, daar wil ik nog in meegaan. De macht van emoties enzovoort. Maar dat ook de halve beroepsgroep van leraren over de wetenschappers heen rolde, wekt dan wel weer verbazing bij mij. Zomaar een van de 331 reacties onder aan het AD-artikel:

‘Ja hoor het is weer de schuld van het onderwijs. Wij moeten meer oefenen en meer herhalen. Maar waar halen we de tijd vandaan? Met alles wat er al op het bordje van de leerkracht ligt, en alle vakken die er bij zijn gekomen. En klassen van 30 leerlingen, waarvan er minstens 10 leerlingen problemen hebben op verschillende gebieden. Want ja, in het kader van passend onderwijs moeten we die ook allemaal kunnen bedienen. Eerst maar eens kleinere klassen en een onderwijsassistent. Dan kunnen we verder gaan praten over beter leesonderwijs!’

Kijk, als je als leraar zo reageert als de samenleving zo nodig weer eens de strijd tegen overgewicht, homofobie, islamofobie, you name it, op jouw bordje neerlegt, dan denk ik: gelijk heb je! Maar leesonderwijs, dat klinkt toch eigenlijk wel als iets dat zeg maar echt jouw ding zou moeten zijn, de kern van je takenpakket? Zou je dan van een beetje professional niet een wat opener en zakelijker houding mogen verwachten? Zo van: laten we eens bestuderen wat die Bosman precies te vertellen heeft? Als die leraar dat had gedaan, had ze kunnen lezen dat de aanpak die Bosman heeft onderzocht, is beproefd in het speciaal onderwijs (hoe passend wil je het hebben?) en dat die aanpak bovendien geen extra tijd kost. Wat het wel vraagt, is dat je bereid bent de ene aanpak in te ruilen voor de andere. Omdat je leerlingen daarvan beter leren lezen en spellen. En nee, daarmee helpen we dyslexie niet de wereld uit, maar vermindert wel het aantal leerlingen dat onterecht een label dyslexie meetorst.

Ik hoor jullie denken: flauw om er zo’n reactie heet van de naald uit te pikken. En dat ik niet wil weten hoeveel ongeleide projectielen reageren op krantenartikelen en dat weldenkende mensen daar überhaupt niet op reageren.
Daarom ook een voorbeeld van een onderwijsblog van Peter van Heiningen die eind vorige  week op Facebook vele handen op elkaar kreeg. Hierin dezelfde op de tenen getrapte en verongelijkte teneur. Over een ‘dreun uit onverwachte hoek’ die het basisonderwijs ‘te verduren’ kreeg. Van Heiningen noemt de conclusies van Bosman ‘beschamend en pervers’. Nadat hij buitengewoon flauw op de vrouw speelt - ‘met ruim € 7500 per maand aan salaris is het gemakkelijk praten’ - trekt hij dezelfde conclusie als de krantenreageerder: ‘Elke keer krijgen de scholen en de leraren de schuld. Zij werken zich de pleuris, maar krijgen stank voor dank.’ Volgt eenzelfde rijtje met misstanden waar scholen maar mee moeten zien te dealen, van grote klassen tot en met passend onderwijs dat eindigt met: dat ‘leraren wel alles willen doen voor hun leerlingen, maar gewoon geamputeerd worden in hun mogelijkheden, autonomie en tijd, omdat allerlei zogenaamde bestuurders, politici en deskundigen zich steeds weer bemoeien met het onderwijs, terwijl ze er de ballen verstand van hebben’.

Wie is er nu pervers en beschamend bezig? Waarom schieten sommige leraren direct in de verdediging? Waarom willen ze zich niet serieus verdiepen in (dit) onderzoek? En hoezo willen ze dan toch ‘alles doen voor hun leerlingen’? Die twee zaken kan ik niet met elkaar rijmen.
En ik begrijp heus wel dat de werkdruk hoog is, de klassen groot, het aantal probleemleerlingen dito. Maar hoe kan het bestaan dat je als professional eenvoudige, niet-tijdrovende oplossingen (zie boven) terzijde schuift? Hoe kan het dat je je als professional niet wilt verdiepen in inzichten die jouw werk kunnen verbeteren en het leren van leerlingen vergemakkelijken? Hoe kan het dat je alle gefundeerde kritiek wegzet als klinkklare onzin? Dat klinkt warempel wel alsof deze leraren niet meer van hun vak houden.

Een ogenblik geduld...