Zelfverklaarde experts

Tekst Paul Kirschner
Gepubliceerd op 27-01-2017
Paul Kirschner - In de wereld van vandaag lijken feiten steeds minder belangrijk. Iedereen – van leraar tot wetenschapper – kiest zijn eigen waarheid. Leerlingen zijn het slachtoffer  

Ons boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL besluiten Pedro de Bruyckere, Casper Hulshof en ik met een hoofdstuk over de redenen waarom onderwijsmythes zo hardnekkig zijn. Een van de meest bijzondere ontleenden wij aan Farhad Manjoo’s boek Truth Enough: Learning to Live in a Post-Fact Society. Je zou het de Photoshop-verklaring kunnen noemen. Zelfverklaarde experts kunnen dankzij het internet alles publiceren wat zij willen. Zij krijgen zelfs ‘erkende’ podia om te orakelen (denk aan de tv-uitzendingen en kranteninterviews met de dames van The Green Happiness). Zulke ‘experts’ (laten wij hen ‘nepsperts’ noemen) komen van alle kanten op ons af, via elk medium, in elke niche en met soms tegenstrijdige verhalen, zodat wij geen idee meer hebben van wat waar is en wat niet. Volgens Manjoo schuilt het gevaar van ‘leven in een Photoshop-tijdperk niet in het groeiend aantal vervalste foto’s, maar in het feit dat echte foto’s als namaak worden afgedaan’. Met andere woorden, wanneer elke foto, elke verklaring, elke expert, elke… twijfelachtig is, dan kunnen alle foto’s, alle verklaringen, alle experts, alle… worden weggewuifd, en kan iedereen zijn of haar eigen experts kiezen. Experts wiens verhalen overeenkomen met de eigen ideologie. Feiten tellen niet meer; alleen gevoelens en geloof tellen. Je hoeft alleen maar aan Donald Trump en zijn aanhangers te denken om een extreem voorbeeld hiervan te zien.

KirschnerDat het problem al ouder is, bewijst Why Education Experts Resist Effective Practices (And What It Would Take to Make Education More Like Medicine). In dit korte rapport (twaalf bladzijden) uit 2000 vergelijkt Douglas Carmine de onderwijswetenschap met de medische wetenschap. Medische wetenschappers nemen wetenschappelijk bewijs serieus, bij onderwijswetenschappers is dit niet het geval. Veel van wat onderwijsonderzoek heet, kun je zelfs zien als oorzaak van dit probleem. Zo leunt veel onderwijsonderzoek vooral op kwalitatieve studies (waar generalisatie uitgesloten is), soms uitgevoerd door mensen die uitgesproken vijandig staan tegenover kwantitatieve en statistische onderzoeksmethoden. Zelfs als het onderzoek duidelijk is over een bepaald onderwerp – zoals hoe je kinderen het beste kunt leren lezen – negeren wetenschappers de resultaten willens en wetens als die niet overeenkomen met hun ideologische voorkeuren. Carmine schrijft dat binnen de onderwijswetenschap ‘de uitspraken van experts onbelemmerd [lijken] te zijn door objectief onderzoek’. Hij noemt dit symptomatisch voor een vakgebied dat niet geëvolueerd is naar een echt volwassen professie. In zo’n vakgebied worden doceermethoden waarvan bewezen is dat zij echt niet werken, toch omarmd en zijn bewezen broodjes aap zoals leerstijlen zonder meer terug te vinden in wetenschappelijke artikelen.

Onderwijsonderzoek leunt vaak op kwalitatieve studies:
generalisatie is uitgesloten

Carmine sluit zijn rapport af met een uitstekende beschrijving van een van de beste en langstlopende onderzoeksprojecten (Project Follow Through met meer dan zeventig duizend leerlingen in meer dan honderdtachtig scholen). Hij beschrijft hoe indrukwekkende resultaten over de effecten van vijf verschillende lesaanpakken (open onderwijs, bij de ontwikkeling passend onderwijs, whole language, ontdekkend leren en directe instructie) op ideologische gronden gewoon in de la verdween. Een meer recent voorbeeld van het negeren van wetenschappelijke resultaten vanuit ideologische overwegingen is te vinden in PISA-rapport dat eind 2016 verscheen. Terwijl in een grafiek duidelijk te zien is dat directe instructie een zeer sterk positief verband heeft met prestaties in natuurwetenschappen (op twee na het sterkste verband in een overzicht van 27 factoren) en ontdekkend leren op vier na het sterkste negatieve verband, weifelt de tekst over de twee aanpakken. De schrijvers kunnen het niet over hun hart krijgen om de ideologie over ontdekkend leren te verloochenen. Zielig en oneerlijk!

Ik besluit met een saillant citaat uit Carmines rapport: ‘Tot het moment dat het onderwijs een beroep wordt dat bewijs vereert, moeten we niet verbaasd zijn als onderwijswetenschappers (en in hun kielzog leraren) onbewezen methoden omarmen en zelfs propageren, eindeloos fladderend van de ene rage naar de andere. De grootste slachtoffers van deze rages zijn de leerlingen.’

 

Paul Kirschner is hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. 

Deze column verscheen in het januari/februarinummer van Didactief, 2017.

Een ogenblik geduld...