Voornaamkunde

Tekst Jo Kloprogge
Gepubliceerd op 07-06-2004
Jo Kloprogge - Lang geleden hadden we een beroepenklapper. Aan de hand van deze klapper werd vastgesteld of een kind het risico liep op school achter te blijven.

Als pa landarbeider was, leverde de klapper een indicatie voor achterstand op; als pa arts was, was dit niet het geval. Later werd het systeem van de leerlinggewichten ontwikkeld. Op basis van het opleidingsniveau van de ouders, hun geboorteland en enkele toegevoegde gegevens, werd een gewicht voor het kind bepaald. Naarmate er meer kinderen op een basisschool zitten met een hoog gewicht, kan de school meer leerkrachten aannemen. Deze regeling werd bedacht door onderwijssociologen maar toch is het een erg slim systeem. Buitenlandse deskundigen waren er jaloers op en zelfs de regeringen van Reagan en Clinton lieten zich uitvoerig informeren over deze vernuftige vinding. Ze namen hem echter uiteindelijk niet over.

Inmiddels zoeken ook Nederlandse politici naar een ander systeem. Gerrit Zalm is de enige die nog oog heeft voor de sobere doelmatigheid van de huidige regeling. Enige tijd leek de kleutertoets een kansrijke vervanger voor het gewichtensysteem. Maar nu, los van de praktische bezwaren, ook vanuit de wetenschap steeds meer twijfels worden geuit – zie bijvoorbeeld Leseman in het eerste nummer van Pedagogiek in 2004 – moet er toch weer verder worden gezocht naar alternatieven.

Een interessante optie komt uit de Voornaamkunde. Deze tak van wetenschap wordt in Nederland beoefend door Gerrit Bloothooft van de Universiteit van Utrecht en in Vlaanderen door de briljante socioloog Mark Elchardus. Er blijkt een zeer sterke samenhang tussen het opleidingsniveau van ouders en de voornamen van hun kinderen. Kansrijke jongens heten Matthias, Jan Peter of Alexander. Kansarme jongens heten Wesley, Kevin, Dirk of Mike. De eerste vrouwelijke minister-president van Nederland kan Maria heten, of Catherine/Karin of Marjolein. Maar zelfs een staatssecretariaat zit er voorlopig niet in voor Kelly, Debby, of Daisy. Als de leerkracht van groep 3 met Samantha aan het werk gaat, weet ze het meteen: kansloos.

De voornaamkunde is nog niet geallochtoniseerd. Misschien wordt de voornaam Mohammed zowel door hoog- als door laagopgeleide allochtone ouders aan hun kind geschonken. Maar het valt me wel op dat geslaagde allochtonen vaak hele mooie namen hebben. Voornamen van zittende Kamerleden als Laetitia, Nebahet, Nirmala en Coscun klinken mij erg kansrijk in de oren, maar het zou goed zijn als de voornaamkunde hier meer wetenschappelijk licht op kon laten schijnen. Doordenkend over dit verschijnsel, kunnen we wellicht ook aan de hand van de voornamen van leerkrachten bepalen hoe het staat met de status van dit beroep of van de school. Als er veel Andy's en Jillen voor klas staan, heb je als schoolbestuur op zijn minst een imagoprobleem. Vooruitziende ouders denken in ieder geval erg goed na over de voornamen van hun kinderen. Vooruitziende ouders zijn meestal ook hoog opgeleid.

Een ogenblik geduld...

Jo Kloprogge

Jo Kloprogge is zelfstandig onderwijsadviseur.

Click here to revoke the Cookie consent