We keken allemaal op

Tekst Caroline Wisse-Weldam
Gepubliceerd op 01-11-2016
Caroline Wisse-Weldam - Herfstvakantie. Op school toetsweken, werkweken, brugklaskamp, trainingen over gesprekstechnieken, lesson study, ondernemend leren en het sectieplan achter de rug. Ik ben vast nog een en ander vergeten, maar dat interesseert me niet. Vakantie.

Onze oppas speelt nu professioneel basketbal in Duitsland en daar zijn we naar onderweg. Ik moet altijd oppassen om de vakantie geen lading mee te geven. Verplicht ontspannen en genieten. Alsof ik dat kan. En dus laat ik los. Althans, dat ga ik proberen. Met een boek.

Meestal neem ik een stapel mee, maar nu heb ik één boek meegenomen, om mezelf niets te verplichten. Wat ik over het hoofd heb gezien, is dat ik buikgriep zou krijgen en dus twee dagen aan  huis gekluisterd zou zitten. Terwijl mijn gezin onze oppas aanmoedigt, wissel ik zitten en liggen af. Soms met de ogen open, soms dicht. Als ik mijn gezin geloof, zitten we in een heel vriendelijk park tegen een bos aan.

Het huisje is klein en fijn. Tegen de middag pak ik mijn boek en probeer me daardoor af te laten leiden. Vaak moet ik het boek wegleggen (ik heb dus echt buikgriep), maar net zo lief pak ik het boek weer op. Het heeft me vanaf de eerste bladzijde in mijn greep. Vanaf de flaptekst eigenlijk al: Wat doe je als je weet dat de aarde over twee maanden kan vergaan?  Zou ik dan nog lesgeven?' is het eerste dat in mij opkomt. ´Tuurlijk,´ is mijn tweede gedachte. Maar is dat zo? Zou ik niet liever die laatste twee maanden groots en meeslepend willen leven in plaats van toetsen nakijken, vergaderen en leerlingen motiveren? Die eerste twee ruil ik graag in, maar die laatste niet. Dat doe ik namelijk echt heel graag. Daar haal ik mijn bestaansrecht uit.

’Zeg jij het maar. Denk je dat het beter is om te falen in iets wat de moeite waard is of om succes te hebben met iets wat niets te betekenen heeft?’ Peter antwoordde voordat hij doorhad wat hij zei. ‘Falen in iets wat de moeite waard is.’ Even was hij lamgeslagen door wat zijn antwoord suggereerde, alsof hij een elleboogstoot tegen zijn borstbeen had gekregen. Meneer McArthur lachte. ‘Je kijkt geschrokken!’ ‘Nou, u zegt min of meer dat ik moet stoppen met het enige waar ik ooit echt goed in ben geweest.’ ‘Nee, ik heb het niet over stoppen. Ik heb het over evalueren. Over keuzes maken. Als je wilt kun je alles wat ik vandaag heb gezegd negeren.’ ‘Kan ik dat?’ ‘Dat ligt eraan wat voor iemand je wilt zijn.’

Verlangend lees ik verder. Om de beurt lees ik vanuit het perspectief van een leerling, vanuit Eliza (de mooie fotografe die haar lichaam makkelijk geeft om een ander een moment van geluk te schenken), Peter (de knappe basketballer die geen haat kent), Anita (misschien wel de sterkste van allen, de zangeres die onder het verlammende juk van haar ouders probeert uit te komen) en Andy (de ogenschijnlijke nietsnut die betrokken ouders mist).

Je leest nooit iets vanuit de ogen van Misery (het zusje van Peter dat eigenlijk Samantha heet, dat zichzelf zoekt door elke week een andere haarkleur te hebben en met drugsdealers om te gaan), maar ik merk dat ik haar toch tot een hoofdpersoon reken.

Het boek nadert een apocalyptisch einde. Ik merk dat het me trekt. Het idee ontstaat dat er in plaats van een gala een Einde van de Wereld Feest georganiseerd gaat worden. Een feest dat verder reikt dan de school. Het draait gaandeweg niet meer om dat feest, maar om het leven. Om de kernwaarden hoop, geloof en liefde. Om vriendschap, tijd en taal. Maar ook om vergiffenis, gratie en genade. Om de dood.

Bij het einde van elk hoofdstuk merk ik dat ik even nadenk voor ik verder lees. Waar zou ik zijn als Armageddon daar is? Bij mijn gezin, op school, op een Einde van de Wereld Feest? Weggedoken in een hoekje, wachtend tot het einde daar is, vrees ik. Niets groots en meeslepend. Al zou ik mijn kinderen beschermen tot mijn laatste snik. En als ik door omstandigheden van hen gescheiden zou zijn en bij mijn leerlingen zou zijn, dan zou ik hen beschermen alsof ze mijn kinderen waren en hopen dat anderen dat voor mijn kinderen doen. En als het moment daar is, keken we allemaal op. Zo. Mooie binnenkomer maandag na de vakantie. Nu nog even bedenken wat ik verder ga doen de resterende vijf dagen van de vakantie. Mijn boek is namelijk uit. Mijn gedachten aan.

Tommy Wallach, We keken allemaal op

 

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent