Recensies

Vervormde werkelijkheid

Tekst Jan Tishauser
Gepubliceerd op 26-02-2019 Gewijzigd op 11-03-2019
Beeld ISVW
Bransen valt een karikatuur aan, met een valse tegenstelling en selectieve citaten.

De filosoof spreekt in zijn veelbesproken boek zijn mening over ons onderwijs uit: het huidige onderwijs vormt onze kinderen niet, maar vervormt hen. In zijn visie op onderwijs, leren en kennis benoemt Bransen de tekortkomingen van het huidige onderwijsbestel. Hij spreekt de lezer direct en vertrouwelijk aan. Deze toon en het veelvuldige gebruik van metaforen zorgen ervoor dat de lezer zich vrij gemakkelijk laat meenemen.

Centraal staat de mens als ‘homo educandus’; de onderwijsbare mens, onderweg om wijzer te worden. Deze gedachten zijn ontleend aan het werk van John Dewey, dat zich kenmerkt door een mensbeeld dat onder invloed van het behaviorisme staat. Het onderwijs is een voorbereiding op de rollen die wij in ons volwassen leven spelen; intelligentie is de mate waarin wij van tevoren ons kunnen inleven in een situatie en leren betekent uitsluitend het ontwikkelen van gewoonten.
Kennis is in deze visie vooral kunnen: je rol kunnen spelen. De opdracht aan het onderwijs is ervoor te zorgen dat onze jongeren goede gewoonten ontwikkelen. De school zou een oefenruimte moeten zijn waarin wij onze rollen oefenen. Het probleem met het huidige onderwijs is dat onze scholen niet langer oefenruimtes zijn, maar repetitiehokken, waarin onze kinderen gedrild worden en waar kennis is vervangen door een genadeloos toetsregime. Een plek waar we onze kinderen wijsmaken dat het leven pas begint na de laatste schooldag.

 

Levenslange leervouchers

In het tweede deel van het boek biedt de auteur ons zijn oplossingen. In het primair onderwijs ziet hij de rollen ‘leerling’ en ‘leerkracht’; in het secundair onderwijs ‘jongere’ en mentor’ en in het tertiair onderwijs ‘gezel’ en ‘gids’.

In het primair onderwijs leren kinderen geautomatiseerde gewoonten. Het automatiseren van de tafels van vermenigvuldiging staat hier gelijk aan het uit gewoonte wassen van je handen. Automatiseren is hier niets anders dan conditioneren, met een expliciete verwijzing naar Pavlov. Het eigenlijke doel hiervan is om de leerling veel zelfvertrouwen te geven.

In het secundair onderwijs krijgt de ‘jongere’ ruim baan. Bransen introduceert een driedaagse schoolweek, aangevuld met twee dagen ‘leerwerken’. Het eindexamen en eindtermen worden afgeschaft en jongeren leren in heterogene groepen. Op deze manier verkrijgen ze ‘eigenaarschap van hun eigen leven’.
In het tertiair onderwijs wordt de ‘gezel’ aan de hand van een ‘gids’ ingeleid in zijn toekomstige professie. De gezel kiest aanvankelijk niet voor een vastgelegde opleiding. Hij formuleert samen met de gids een leervraag die leidend is voor zijn vorming. Een interessant voorstel is het idee om iedereen levenslang geldige leervouchers te geven, waarmee in totaal twaalf jaar tertiair onderwijs gefinancierd kan worden.

 

Ongelijkheid

Het boek van Bransen berust op een bewust door hem gecreëerde valse tegenstelling. Hij beschrijft zelf het verschil tussen een mening en kennis. Doxa – een mening – is kennis die niet aan de werkelijkheid is getoetst, èpistème – kennis – heeft de confrontatie met de realiteit doorstaan. Helaas gaat Bransen zelf ten onder aan het formuleren van een mening die de empirische toets niet doorstaat. Zijn beschrijving van het huidige onderwijs is een karikatuur die op geen enkele manier overeenkomt met de realiteit in de scholen. Deze vervormde realiteit valt hij vervolgens aan.

Het mensbeeld dat Bransen neerzet is, door de nadruk op ‘rollen’, ‘kunnen’ en ‘gewoontes’, behavioristisch en eenzijdig. Feitelijk lijkt Bransen de zelfstandige waarde van kennis te ontkennen.

John Dewey overleed in 1952, toen de cognitieve psychologie nog op gang moest komen. Vooral sinds de jaren negentig zijn we steeds meer te weten gekomen over leren en de rol van een kennisrijk curriculum voor het verkleinen van maatschappelijke ongelijkheid. Het voorstel om de eindtermen en examens af te schaffen en leerlingen en ouders te laten bepalen wat er geleerd moet worden, zal ervoor zorgen dat de ongelijkheid weer toeneemt.


Echte problemen onbesproken

Het Nederlandse onderwijs kent een hoog niveau, volgens het World Economic Forum staan we internationaal op de vierde plaats. Ons onderwijs kent een aantal echte problemen: een tekort aan leraren, gebrekkige aansluiting tussen basis- en voortgezet onderwijs, hoge werkdruk, politieke bemoeienis tot op microniveau, gebrekkige balans tussen summatief toetsen en toetsen om te leren, een ongefundeerde praktijk om leerlingen een jaar over te laten doen, en een kloof tussen onderzoek en praktijk. Dit zijn problemen waar we ons steeds meer van bewust worden en waar we in het onderwijs aan werken. Ze blijven echter in het boek van Bransen veelal onbesproken.


Selectief

Bij het checken van zijn bronnen valt op dat Bransen selectief citeert. Bransen lijkt zich vooral op Bransen te baseren. 30% van de referenties verwijst naar eigen werk. Hij stelt dat kennisoverdracht onmogelijk is (hoewel hij veel uitlegt in dit boek) en noemt de doelstelling van het Knowledge Transfer Office van de KNAW ‘volstrekt onjuist’. Daarbij citeert hij de eerste helft van de doelstelling van dit instituut en negeert hij de tweede helft, die sterk overeenkomt met de opvatting van kennis die Bransen zelf propageert.
Ook Dewey wordt door Bransen slechts gebruikt voor zover het past in zijn betoog. Dewey waarschuwt in Experience and Education (1938) voor een either/or-tegenstelling in de discussie over traditioneel versus progressief onderwijs. Een waarschuwing die aan Bransen niet is besteed.

Hij gunt leerlingen, met name in het voortgezet onderwijs, een grote mate van vrijheid, die ik als lezer, blijkens de volgende passage, niet krijg: ‘Voel je daar na het lezen van deel II te weinig voor, dan moet je misschien toch weer terug naar deel I. Dat deel is kritisch; ik analyseer wat er allemaal mis is met ons huidige onderwijsbestel, om je voldoende moed te geven het waagstuk met mijn ontwerp aan te durven gaan. Gewoon omdat het moet, omdat je het met me eens zult zijn dat onze kinderen gevormd moeten worden en niet vervormd.’
Helaas heeft hij mij niet kunnen overtuigen. 
 

Jan Bransen, Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs. ISVW, 2019, € 24,95.

Verder lezen

1 Boven op de berg
2 Verdiep je in meertaligheid

Click here to revoke the Cookie consent