Interview

Veel meer dan een koprol

Tekst Truus Groenewegen
Gepubliceerd op 05-09-2011 Gewijzigd op 22-11-2023
Ze zijn er nog, de authentieke vakidioten. Leraren die je, vanwege hun bevlogen aanpak, zelf wel had willen hebben. Vakleerkracht bewegingsonderwijs Stephan van Aalderen: ‘Om leerlingen te boeien, moet je van ze houden.’ 

De deuren van de sportzaal gaan open, 24 kinderen stuiven langs hem heen de sportzaal in en eentje springt in zijn armen. ‘Meester!’ ‘Dat gebeurt me een aantal malen per dag’, zegt Stephan van Aalderen (35). Hoe dat komt? ‘Zo’n kleintje van vier jaar wil de eerste keer niet naar binnen. In de zaal gebeurt zoveel, dat kun je niet overzien, maar de meester is er voor je en zo ontdek je dat je het leuk vindt.’ Wat hij ze ook leert – judo, tennis en dans, een koprol of ‘borstwaarts om’ aan de rekstok. Van Aalderen vindt zijn voldoening in het contact met de kinderen. ‘Om leerlingen te boeien, moet je van ze houden.’ En dan: ‘Of misschien is waarderen een beter woord. Kinderen zitten niet meer met z’n allen op de bank, terwijl er eentje over de bok springt. Ze zijn allemaal bezig en dat regel je makkelijker als je kinderen kent en waardeert.’ 

Twaalf jaar geleden was Van Aalderen de allereerste vakleerkracht op basisschool ’t Koggeschip in Amsterdam-West. ‘Ik moest vechten om mijn vak op de kaart te zetten. Nu wordt het belang door het hele team gedeeld.’ Nu er een tweede vakleerkracht is aangesteld, krijgen de kinderen tweemaal per week bewegingsonderwijs. En de sportzaal die het nieuwe schoolgebouw vijf jaar geleden kreeg, is nog steeds ‘de beste van de hele stad’. Wie over sport en bewegen spreekt, heeft het in een adem over gezond leven. ‘Zeker 22 procent van onze kinderen heeft overgewicht en 10 procent (63 leerlingen) lijdt aan obesitas. Dat is dramatisch!’ Dus kunnen ouders tegenwoordig op school terecht voor de ggd, voedingsadvies en fysiotherapie. Om kinderen serieus aan het sporten te krijgen, maakte Van Aalderen zich sterk voor naschoolse activiteiten, samen met sportverenigingen. ‘Als je ze acht keer laat judoën leidt dat tot niets anders dan gezelligheid. En naar een vereniging stappen als je 35 bent, dat doe je niet meer.’ 

Van Aalderen zorgde er ook voor dat de beweegweek, een stedelijk initiatief, op ’t Koggeschip van het begin af aan groots werd opgezet. Voor de allereerste bijeenkomst had hij een mooie turndemonstratie geregeld. ‘Kinderen waren enthousiast, ouders vonden het geweldig, en in zo’n sfeer ontstaat bij collega’s ook een drive. Daarna willen zij zelf ook bijdragen.’ Mooi dus, dat de school in 2009 werd uitgeroepen tot de sportiefste school van Amsterdam.

Bovendien, zo’n titel opent deuren. Toen de gemeente Amsterdam en de ggd een pilotschool zochten voor het project ‘schoolsportclubs’, kwamen ze bij ’t Koggeschip. De contacten met sportverenigingen kunnen nu verder worden uitgebouwd. Externe trainers trainen de schoolsportclubs en de kosten zijn laag, zodat kinderen eenvoudig kunnen overstappen naar een ‘gewone’ sportclub. Als kinderen plezier hebben, komt de boodschap vanzelf over bij ouders. Neem het kanovaren in de beweegweek. ‘Dat leidt nergens toe, want een kanovereniging is er niet. Maar het is geweldig, omdat het voor de kinderen zo’n bijzondere ervaring is. Ze rennen na afloop allemaal naar huis om te vertellen: ik heb vandaag kano gevaren! “Waarom?” vraagt zo’n ouder en zo komt het gesprek op gang.’ 

Click here to revoke the Cookie consent