Nieuws

Van student naar werknemer

Tekst Eline Geus
Gepubliceerd op 27-09-2017 Gewijzigd op 27-09-2017
Sluiten mbo- en hbo-opleidingen goed aan op een baan of vervolgstudie? En wat is het effect van competentiegericht opleiden? Dat lezen we in een nieuw rapport van het ROA. Steeds meer studenten vinden snel een baan, maar willen meer uren werken. ROA waarschuwt het mbo om vakspecifieke competenties niet uit het oog te verliezen.

Steeds meer studenten vinden een baan, de werkeloosheid daalt, zie figuur 1.2. Iets meer dan 70% van de afgestudeerde hbo’ers vindt meteen een baan na de studie. Bij de mbo beroeps begeleidende leerweg (BBL) ligt dat gemiddeld op 80% en bij de beroeps opleidende leerweg (BOL) op 92%. Maar een baan hebben betekent nog niet automatisch een fulltime contract. 36% van de mbo-afgestudeerden zou meer uren willen werken. Dat is met name het geval in de sectoren gezondheid en welzijn, en cultuur, sport en recreatie waar maar liefst 84% (BBL) en 63% (BOL) van de afgestudeerden in deeltijd werkt. In de gezondheidssector willen 7 op de 10 afgestudeerden meer uren werken, in cultuur, sport en recreatie wil 55% van de afgestudeerden dat.

werkeloosheid

Competentiegericht niet altijd het beste

Om een leven-lang-leren te stimuleren werkt het mbo sinds 2004 met competentiegerichte kwalificaties. Maar werkt dat ook?

vrouw in de techniekStudenten die competentiegerichte kwalificaties hebben behaald, gaan vaker een vervolgstudie doen dan studenten met een traditionele kwalificatie (52.5% tegenover 43.9%), maar ze vinden minder snel een baan als ze besluiten geen vervolgopleiding te doen (7.9% tegenover 3.4%). Bovendien lijken ze ook vaker een baan te vinden in een andere studierichting.
De studenten met competentiegerichte kwalificaties rapporteren tevens een iets lager niveau van hun vakspecifieke competenties dan studenten met een traditionele kwalificatie. Het ROA waarschuwt daarom mbo’s om het aanleren van vakspecifieke competenties niet uit het oog te verliezen en zich niet alleen te focussen op de geavanceerde algemene competenties. Stimuleer juist de verbinding daartussen, adviseert het ROA. 

competentiegerichte leerkwalificatie

Opleiding oké

De studenten zijn over het algemeen tevreden over hun genoten opleiding. Op het mbo vindt 75 tot 90% de diepgang van de opleiding gebalanceerd. 15% Van de studenten op het mbo en hbo zou achteraf een andere studie hebben gekozen. Van het mbo-bbl en het hbo zijn de studenten in de technische sector het meest tevreden. Bij de mbo-bol studies zijn dat de studenten uit de gezondheidssector. Verbeterpunten op het hbo zijn de beroepsvoorlichting en studiebegeleiding. Op het mbo kunnen de voorzieningen beter.

Kans op een baan is in geen van de sectoren de belangrijkste reden om voor een studie te kiezen. Gediplomeerden van het vmbo kozen hun vervolgonderwijs meestal vanuit interesse en de eisen van de studie die ze daarna wilden volgen. Ook gediplomeerden van havo en vwo kiezen vooral vanuit interesse: 60% noemt dat als belangrijkste reden.

Verder leren

Na een opleiding is ook vervolgonderwijs een optie. In het hbo kiest 24% hiervoor, in het mbo-bol gemiddeld 55% en in mbo-bbl 27%. Studenten van mbo-bol en -bbl niveau 4 zijn het negatiefst over de aansluiting met het vervolgonderwijs.

Studenten waaieren uit

Anderhalf jaar na het afstuderen hebben studenten van het mbo en hbo banen in heel verschillende beroepsgroepen gevonden. Beroepsgroepen die niet allemaal direct aansluiten bij hun studie. In het mbo is dit vooral het geval bij niveau 4 werknemerstudenten en in de sectoren economie en techniek. Ook in het hbo waaieren vooral studenten in de sector economie en landbouw uit over veel verschillende beroepsgroepen. Die economische studies sluiten niet bij alle banen in andere beroepsgroepen goed aan. Die grote spreiding vanuit de economische studies kan erop wijzen dat er meer studenten afstuderen dan er banen zijn die direct op de opleidingen aansluiten.
Voor de spreiding van technische studenten uit het mbo ligt dit anders. Veel afgestudeerden van een technische studie komen niet terecht in een technisch beroep. Dit is voor hen echter geen probleem, want technische studies sluiten meestal goed aan bij verschillende beroepsgroepen. Bovendien is de vraag naar technische studenten groter dan het aantal afgestudeerden, in tegenstelling tot de situatie in de economische sector.

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) trekt deze conclusies op basis van  vragenlijsten ingevuld in 2016 door jongeren die net klaar zijn met hun studie (mbo of hbo) of opleiding (vmbo, havo, vwo). Van de in totaal 225.000 jongeren heeft ongeveer 32% deelgenomen. Hier kunt u alle data inzien en er zelf mee aan de slag.

 

ROA, Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2016. Maastricht: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt.