Nieuws

Teamwork rond dyslexie

Tekst Monique Marreveld
Gepubliceerd op 30-05-2015 Gewijzigd op 20-01-2017
Beeld Joost Bataille
Een dyslectisch kind verder helpen moet je samen doen. Een school, dyslexiebehandelaar, ouder en onderzoeker uit Losser delen hun ervaringen.

‘Dat vind ik wel!’ Dit is de beste basisschool die Gijs Houwert (10) zich kan wensen. Ontwapenend direct en enthousiast is de jongen. Hij zit in groep 7 bij meester Peter. Maar vanmiddag, vlak voor de vakantie, staan ze allemaal om hem heen: iedereen die zich inspant om Gijs zo goed mogelijk te helpen met z’n dyslexie. Meester Peter Blaauwbroek van obs De Saller in Losser, Linda van Oosterbaan van het Dyslexie Centrum Twente (DCT) en vader Houwert. ‘Het is aan de inzet van deze drie partijen en de enorme drive van Gijs te danken dat we zoveel resultaat boeken’, aldus Van Oosterbaan. ‘Dit kun je als school niet alleen.’

Pijnpuntje

Rekenen was geen enkel probleem voor Gijs, maar met lezen en spelling bleek hij in de onder- en middenbouw minder vanzelfsprekend vooruitgang te boeken. Ondanks intensieve leesbegeleiding. ‘Het ging niet zo heel goed…’, zegt hij zelf. In groep 5 werd hij getest en kwam een ernstige enkelvoudige dyslexie aan het licht. Enkelvoudig wil zeggen zonder bijkomende stoornis.

OBS de Saller uit Losser over dyslexieDat betekende alle hens aan dek. Gijs had recht op 40 tot 60 dyslexie-behandelingen van het DCT, school bood extra faciliteiten en vader Houwert promoveerde tot oefenpartner. In een jaar tijd steeg Gijs met spelling, van niveau groep 4 bijna tot het niveau van zijn klasgenoten (groep 7). Al zal hij niet snel voor Harry Potter kiezen, leesplezier heeft hij behouden. Moeilijke woorden bij spelling vindt hij juist interessant, zegt vader Houwert.

Gijs heeft een enorme drive, maar steekt samen met zijn vader ook veel tijd in school. Elke donderdagochtend om half negen zijn ze samen bij het DCT voor een behandeling. En dan heeft vader Houwert geluk; andere ouders hebben soms afspraken op een minder gunstig tijdstip. Maar de boodschap van het DCT is: een kind met dyslexie kost tijd. En niet één keer in de week, alleen voor de dyslexiebehandeling. Drie à vier keer in de week maken Gijs en zijn vader samen huiswerk, steeds minstens een half uur tot drie kwartier. ‘Soms moet ik er wel aan trekken, maar omdat Gijs succes ervaart als hij oefent, lukt het meestal wel’, aldus vader Houwert. ‘De tijd die het kost is een pijnpuntje, maar Gijs is er enorm mee geholpen, dat ziet hij zelf ook.’ ‘Dictees oefenen helpt voor als ik later groot ben’, zegt Gijs zelf. ‘Wat ik later wil worden? Kweet niet. Hetzelfde als jij, pap. Handelaar toch?’

Toetsen

Niet iedere ouder heeft er zoveel voor over om zijn kind te helpen als vader Houwert, constateert Van Oosterbaan, maar gezamenlijke inzet van alle partijen is wel voorwaarde voor succes. Hoewel meester Peter 30 leerlingen in de klas heeft, van wie vier met een dyslexieverklaring, slaagt hij er naar eigen zeggen goed in te differentiëren.  ‘Ik werk met Lekker lezen volgens het principe voor, koor, door. Dat wil zeggen, dat ik als leraar eerst voorlees, daarna lezen we de tekst in koor en vervolgens geef ik kinderen een beurt. Ook Gijs. Nieuwsbegrip lees ik met de dyslectische kinderen eerst een keer apart, vier keer per week aan de instructietafel. Met spelling krijgen zij een aangepast woordaanbod. Ze oefenen niet alle woorden voor een dictee, maar alleen de woorden die ik test.’ Toetsen voor de zaakvakken neemt meester Peter mondeling af bij de dyslectische kinderen terwijl de rest van de klas op papier werkt. Ook krijgen zij meer tijd voor de toetsen.

‘Dictees oefenen helpt voor als ik later groot ben’

Gijs gebruikt ook individuele hulpmiddelen in de klas, zoals Sprint Plus, een digitale taalondersteuner die werkt als een soort tekstverwerker met woordenboek. ‘Net als met sms’en op je telefoon’, zegt hij. Wie een paar letters intikt, krijgt suggesties voor het woord dat bedoeld kan zijn. Het programma is te vergelijken met Kurzweil. Gijs heeft een opzoekboekje met spellingregels en categoriewoorden dat hij mag gebruiken als spellingsondersteuning.

Het grootste deel van de kinderen gaat vooruit met al deze hulp, zij het met spelling vaak meer dan met lezen, zegt Van Oosterbaan. ‘Soms blijkt aan het eind van een behandeltraject dat een leerling nog geen functioneel leesniveau heeft bereikt. Niet iedereen komt zo ver als Gijs. Dat kan te maken hebben met de ernst van de dyslexie, een gebrek aan doorzettingsvermogen en motivatie bij ouders en/of leerling, een beneden gemiddelde intelligentie of een zwak geheugen. De ouder kan dan een verklaring van uitbehandeling vragen en auditieve ondersteuning krijgen voor zijn kind. Meestal gaat het dan om een zogenoemde daisy-speler.’

Meer informatie over dyslexiebeleid op school, lector hanneke.wentink@edith.nl , zie ook pagina 6.

Dyslexie, wat werkt?

  • Een gedegen methodiek afgestemd op de problematiek van dyslectische kinderen.

  • Passend boekenaanbod: ook dyslectische kinderen moeten leeskilometers maken. Zorg voor uitdagende boeken die passen bij hun leesniveau. Zorg daarbij dat een kind leesplezier ervaart.

  • Teamwork: inzet van 3 partijen – school, dyslexie-deskundigen en ouders – is nodig om de leerling te helpen. Ieder kind wil uiteindelijk een stukje tekst kunnen voorlezen in de klas. Zorg voor goede compensatie als kinderen iets echt niet kunnen.

  • Ruimte voor lezen: plan elke dag tijd in om te lezen, zorg voor een leescoördinator.

  • Acceptatie: het is van belang dat een kind zelf accepteert dat het een belemmering heeft en dat de klas ook weet wat dyslexie inhoudt. Toon bijvoorbeeld een filmpje van Het Klokhuis.

Dit artikel is onderdeel van de special 'Excellent' (mei 2012), medegefinancierd door Expertis.

Verder lezen

1 Excellent

Click here to revoke the Cookie consent