Nieuws

Samenwerkingsschool wordt makkelijker

Tekst Eline Geus
Gepubliceerd op 21-07-2017 Gewijzigd op 21-07-2017
Beeld Tom van Limpt
Ondanks eerdere kritiek is de wet over de samenwerkingsschool nu door de Eerste Kamer gekomen. Die wet maakt het eenvoudiger om een samenwerkingsschool te starten: een fusie van een openbare en bijzondere school. Zo’n school mag nu bovendien ook onder een openbaar bestuur vallen.

Scholen die samen verder gaan als één school, dat kan een goede oplossing zijn in een krimpgebied. Maar zo’n fusie kan formeel alleen tussen scholen die bestuurlijk hetzelfde zijn ofwel alleen tussen openbare en tussen bijzondere scholen. Dan heb je bijvoorbeeld een rk/pc-school. Ingewikkeld wordt het bij een bijzondere en openbare school. Toch zijn dat nou juist vaak in krimpgebieden de twee smaken scholen die er zijn. Om opheffing  wegens (dreigend) tekort aan leerlingen te voorkomen kiezen sommige openbare scholen ervoor om zich om te vormen tot een bijzondere school en vervolgens te fuseren met een andere bijzondere school. Nadeel is dat hierdoor het openbaar onderwijs verdwijnt en er voor ouders minder te kiezen valt. Daarom is het een aantal jaar geleden ook voor openbare en bijzondere scholen mogelijk gemaakt om te fuseren. Er ontstaat dan een zogeheten samenwerkingsschool.

Onder de huidige wet mag je alleen een samenwerkingsschool starten als een school binnen zes jaar een leerlingenaantal onder de opheffingsnorm heeft, het zogenoemde continuïteitscriterium. Veel scholen en besturen besluiten echter al eerder om een school te sluiten, omdat ze bang zijn dat het onderwijs op een kleine school minder kwaliteit heeft. Bovendien blijkt de leerlingprognose over een periode van zes jaar voor kleine scholen niet betrouwbaar. Als een gezin met drie kinderen verhuist, kan dat al van grote invloed zijn op je prognose.

Zo’n samenwerkingsschool mag daarnaast, volgens de huidige wetgeving, alleen onder een bijzondere scholenstichting vallen. Een openbare stichting zou niet goed genoeg uiting kunnen geven aan het bijzondere karakter van de school, zo luidt het argument. En mag de overheid wel een samenwerkingsschool, waar ook een bijzondere school in versmolten is, besturen?
schoolpleinAnderen, waaronder demissionair staatssecretaris Dekker, beargumenteren daarentegen juist dat het ongelijkheid in het scholenveld bevordert als alleen bijzondere stichtingen een samenwerkingsschool mogen besturen.

Met de nieuwe wet ‘Samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool’ wil Dekker dit proces van ontstaan en vormgeven van zo’n school vereenvoudigen. Zo paste hij het continuïteitscriterium aan en mogen samenwerkingsscholen nu ook door een openbaar bestuur geleid worden. Begin deze maand ging de Eerste Kamer akkoord met deze wet.

Leerlingenaantallen

De leerlingprognose over zes jaar als criterium om een samenwerkingsschool te mogen worden is nu verleden tijd. De nieuwe wet kijkt naar het aantal leerlingen dat bij de school staat ingeschreven één of twee jaar voor de fusiedatum. Per gebied verschilt het leerlingenaantal waarbij een samenwerkingsschool een optie wordt. De opheffingsnorm is het uitgangspunt, maar daarbovenop komt een marge die groter is in dunbevolkte gebieden en kleiner in dichtbevolkte gebieden (zie tabel). Als de school bijvoorbeeld in een dunbevolkt gebied staat waar de opheffingsnorm 50 leerlingen is, dan mag die volgens de nieuwe wet al een samenwerkingsschool starten als er 110 leerlingen staan ingeschreven. De marge in zo’n gebied is dus 60 leerlingen. In een dichtbevolkt gebied is die marge nog maar 20 leerlingen.

Opheffingsnorm
Opheffingsnorm Norm volgens de nieuwe wet vereenvoudiging samenwerkingsschool
23 83 (+60)
50 110 (+60)
80 140 (+60)
100 160 (+60)
130 190 (+60)
160 200 (+40)
180 200 (+20)

Eerder dit jaar uitte de Raad van State nog kritiek op dit nieuwe continuïteitscriterium en ook niet alle Kamerleden waren het direct eens. Met het nieuwe continuïteitscriterium zou het volgens de Raad van State voor te veel scholen mogelijk zijn om een samenwerkingsschool te worden. De Raad van State wil liever het systeem van de leerlingenprognose behouden. Maar die prognose geeft juist meer scholen de ruimte om een samenwerkingsschool te starten, zo reageerde Dekker. Een school kan dan al in aanmerking komen als hij kan aantonen dat hij binnen zes jaar onder die grens zakt, terwijl hij nu nog ver erboven zit. Zo kan een school bij de aanvraag nog 230 leerlingen hebben en voorspellen dat het over zes jaar onder de 200 gezakt is. Hierdoor wordt volgens Dekker een samenwerkingsschool voor te veel scholen een optie. Hij acht zijn criterium – kijken naar aantal ingeschreven leerlingen vergeleken met de nieuwe norm - een beter alternatief.

En toen was er een samenwerkingsschool

Niet alleen het ontstaan, maar ook het vormgeven van de samenwerkingsschool is aangepakt in de nieuwe wet. Zo wordt het verplicht om als samenwerkingsschool een identiteitscommissie aan te stellen binnen de school, die aan de slag gaat met bijvoorbeeld de gezamenlijke visie. De nieuwe wet formuleert vijf stappen om tot een samenwerkingsschool te komen:

  • 1. De betrokken scholen gaan een fusieproces in, maar zonder de fusietoets die volgens de huidige wetgeving nog wel nodig is.

  • 2. DUO behandelt de aanvraag voor de samenwerkingsschool

  • 3. Het bevoegd gezag verandert de statuten van de stichting waaronder de samenwerkingsschool valt. Hierbij wordt vastgelegd dat er een identiteitscommissie moet zijn op de school, waaraan deze moet voldoen en welke rechten het heeft.

  • 4. In het schoolplan en de schoolgids schrijft de samenwerkingsschool over hoe zowel het openbare als bijzondere karakter van de school terug te zien zijn.

  • 5. De stichting waaronder de school valt, rapporteert elk jaar aan de gemeenteraad hoe het openbare karakter in de school te zien is.

Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking zal treden. Openbare en bijzondere scholen die tussen 1 juni 2006 en de datum waarop de wet inwerking treedt informeel gefuseerd zijn, kunnen binnen twee jaar na het inwerking treden van deze nieuwe wet zich alsnog omvormen tot formele samenwerkingsschool.

Bronvermelding

1 Reactie van de Onderwijsraad op het wetsvoorstel
2 Reactie van de Raad van State op het wetsvoorstel
3 Reactie van Sander Dekker op kritiek van de Raad van State
4 Wetsvoorstel Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool