Nieuws

Samenwerking onderwijs en opvang, maar hoe?

Tekst Eline Geus
Gepubliceerd op 21-04-2017 Gewijzigd op 21-04-2017
Beeld Gilles Boeuf
Investeren, samenwerken met po, ambitie tonen en betrokkenheid: dat werkt in voor- en vroegschoolse educatie. Basisschool De Flint vertelt hoe dat er uit ziet. Maar hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer scholen gaan samenwerken met de kinderopvang? De Taskforce Samenwerking Onderwijs en Kinderopvang adviseert: verwijder de schotten.

Een interessante workshop over vve tijdens het congres van de Onderwijsinspectie in Maarssen half april biedt weer stof tot nadenken in de huidige discussie over effectiviteit. Lies van de Kuilen van de Onderwijsinspectie presenteerde een onderzoek naar wat werkt in vve. Met collega’s onderzocht ze twaalf gemeenten uit de G37 die vve van goede kwaliteit bieden. Hierbij keken ze niet naar de effecten van vve op de kinderen, maar naar het proces: de interactie in de groep en het aanbod. Wat maakt de vve in die gemeenten succesvol?

Succesvolle vve

Meer investeringen en meer uren zorgen ervoor dat de kwaliteit binnen de gemeente en op de locaties omhoog gaat: investeren loont. Iedereen, van wethouder tot pedagogisch medewerker, moet betrokken zijn bij de kwaliteit. Tot slot helpt het om ambitieuze doelen te stellen en samen te werken met het po.

peutersBasisschool De Flint in Deventer is een van die locaties met goede vve. Melek Bayko, leraar van groep 1, en Malou Daggenvoorde, onderbouw- en vve-coördinator, vertellen hoe ze zover gekomen zijn. De school heeft samen met de voorschool een doorgaande lijn opgezet. Voorschool en onderbouw hebben nu dezelfde dagritmekaarten, dezelfde rituelen en ga zo maar door. Personeel van beide instellingen vergaderen samen en zitten samen in werkgroepen. De kinderen die vanuit de vve doorstromen naar groep 1 worden warm overgedragen.
Daarnaast investeert de school in het contact met ouders. Leraren delen foto’s van de klas via een app, zodat ouders weten wat er gebeurt op zo’n schooldag. Ouders zijn ook elke ochtend welkom in de klas tijdens de spelinloop en de leraar leest elke vrijdag interactief voor in hun bijzijn, zodat de ouders leren hoe je dat doet. Helma Brouwers, lerarenopleider in de didactiek van het jonge kind, voegt toe dat ouders zo leren wat belangrijk is voor hun kind. Hopelijk stimuleert het ouders om thuis ook meer verhalen te vertellen en liedjes te zingen. ‘Niet tweetalig, maar niet-talig zijn is het probleem’, aldus Brouwers.

De Flint investeert ook in leraren. Zij filmen zichzelf via het zogenoemde ‘Irisconnect’ dat hun volgt met behulp van een opgespelde sensor; zij kunnen hun lessen vervolgens terugkijken wanneer ze maar willen, om te zien wat er beter kan. Ook collega´s kunnen, mits een leraar daarvoor toestemming geeft, meekijken.

Pedagogisch medewerkers in de peuterspeelzaal volgden een post hbo opleiding van twee jaar en samen met leraren een training voor het vve-programma Pyramide en het leerlingvolgsysteem KIJK!. Maar misschien het belangrijkste wel was de schoolleider volgens Bayko en Daggenvoorde: hij of zij moet het team positief en stimulerend sturen en alle personen aanspreken op de gezamenlijke regels.

Of vve op De Flint en andere locaties nou effect heeft op kinderen, heeft de inspectie niet onderzocht. Van de Kuilen mengt zich liefst niet in de discussie over effectiviteit onder wetenschappers. ‘We zien dat interactie werkt en verschil maakt. Het verschil tussen kinderen die vve hebben gevolgd en kinderen die het niet hebben gevolgd is er wel, maar is lastig aantoonbaar.’

Samenwerking stimuleren

De overheid ziet een versterking van vve in ieder geval wel zitten, effectief of niet, zo blijkt ook uit het rapport van de Taskforce Samenwerking Onderwijs en Kinderopvang. Op vraag van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van OCW adviseerde de taskforce hoe het onderwijs en de kinderopvang meer kunnen (of zouden moeten) samenwerken en wat daar voor nodig is. Eerder lazen we al een verkenning van het CBS hoe het met die samenwerking gesteld is. Het rapport van de taskforce bouwt hierop voort door verregaande samenwerking te adviseren (minstens model 3 hieronder).

typen samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs

In lijn met het succesverhaal van De Flint adviseert de taskforce om een doorlopende leerlijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar te ontwerpen, maar dan landelijk. Die landelijke doorlopende leerlijn zou voor kinderen van alle opvanglocaties de overgang naar het po versoepelen. Daarnaast is ook het partnerschap met ouders een punt van verbetering. De kinderopvang en school zouden hier gezamenlijke richtlijnen voor kunnen afspreken. Om communicatie met ouders te versoepelen en makkelijker leerlinggegevens over te dragen tussen opvang en onderwijs, adviseert de taskforce een gezamenlijk digitaal educatief dossier, vergelijkbaar met het digitaal patiëntendossier.

Samenwerken en gezamenlijk afspraken maken vraagt tijd. Daar moeten wel uren voor worden ingeruimd in de CAO, zo adviseert de taskforce. Hier zijn bovendien interprofessionele teams voor nodig, waar personeel van beide locaties in vertegenwoordigd zijn. De taskforce ziet hierbij ook gezamenlijke scholing voor zich.

Net als op De Flint werken ook veel andere scholen en opvanginstellingen samen. Maar alle kennis en ervaringen die dit oplevert, worden nog niet op een overzichtelijke plek opgeslagen en gedeeld. Dat kan beter, zo concludeert de taskforce. Bovendien wil ze ook graag een wetenschappelijk onderzoek naar de toegevoegde waarde van samenwerking.

Als de samenwerking dan eenmaal op poten staat, is het belangrijk om het te borgen. Voor een samenwerking volgens model 3 of 4 zijn verschillende juridische modellen mogelijk: een samenwerkingsovereenkomst, een personele unie, een holding, of onderwijs en kinderopvang vanuit één rechtspersoon. Lees hier een uitleg van deze modellen [link naar advies taskforce].

typen juridische samenwerking tussen kinderopvang en basisonderwijs

Overheid, verwijder de schotten

De overheid heeft een belangrijke taak bij het stimuleren van samenwerking tussen opvang en onderwijs, zo schrijft de taskforce. De gemeente moet het initiatief nemen om de schotten tussen de verschillende geldstromen binnen het basisonderwijs en de kinderopvang weg te nemen. Zo zijn er nu investeringen voor achterstanden uit het onderwijsachterstandenbeleid, grotestedenbeleid, en welzijn, die ieder gepaard gaan met verschillende doelen en verantwoordingseisen. Dat maakt de brede inzet van middelen niet makkelijker. De gemeente kan bovendien afspraken maken over samenwerking tussen opvang en onderwijs op de Lokale Educatieve Agenda, zodat de vorm van samenwerking afgestemd wordt en past bij de plaatselijke behoeftes.

De gemeente wordt tevens aangesproken als het gaat om huisvesting. Waar het onderwijs huisvesting krijgt vanuit de gemeente is de kinderopvang verantwoordelijk voor eigen huisvesting. Als de kinderopvang in het gebouw van de basisschool zit, dan loopt het een risico dat de gemeente die ruimte terugeist voor bijvoorbeeld maatschappelijke doeleinden. Ook de huurprijzen die in dit geval aan de kinderopvang gevraagd mogen worden, zijn een pijnpunt. De taskforce concludeert dan ook dat de verantwoordelijkheid voor huisvesting anders geregeld moet worden.

Niet alleen de gemeente, maar ook de rijksoverheid moet aan de slag. Zij moet onderzoeken wat fiscaal en juridisch mogelijk is wat betreft de btw-modellen. Als school en kinderopvang elkaars personeel inhuren, dan moeten zij daar 21% btw over betalen, wat ze niet over hun eigen personeel hoeven te betalen. Dit maakt het uitwisselen van personeel financieel haast onmogelijk. Er is al een aantal oplossingen die scholen gebruiken, namelijk een arbeidsovereenkomst afsluiten bij zowel de school als de kinderopvang, een fiscale eenheid vormen, of personeel inhuren volgens ‘kosten voor gemene rekening’. Maar of deze modellen eigenlijk zijn toegestaan, is nog onduidelijk.

Tot slot geeft de taskforce een advies aan de inspectie. Momenteel inspecteert de GGD GHOR de kinderopvang en de Inspectie van het Onderwijs het basisonderwijs. Deze twee inspecties nemen tegenwoordig het vve-oordeel van elkaar over om de toezichtslast te verminderen. Toch blijven het twee aparte inspecties. In scholen die volgens model 4 of 5 samenwerken, zijn echter geen aparte kinderopvang en school meer te onderscheiden. Hierbij is, volgens de taskforce, toezicht volgens het samenwerkingsprotocol van de twee inspecties nodig.

Toekomstdroom: complete integratie

kleuteronderwijsDuidelijk is uit het rapport dat de taskforce voorstander van samenwerking tussen basisschool en opvang is. Ondanks dat ze diversiteit in samenwerking willen behouden, adviseren ze een samenwerking minstens vanuit model 3. Het ideaal is een ontwikkel- en leercentrum voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar: een volledige integratie van alle kindvoorzieningen, toegankelijk voor alle kinderen. Dit is een samenwerking volgens model 5, onder het bewind van één rechtspersoon en met één visie.
Maar om dit ideaalbeeld te bereiken, moet er nog heel wat gebeuren, zo concludeert de taskforce. Er zou een definitie en juridisch kader voor het ontwikkel- en leercentrum opgesteld moeten worden. Daarnaast zouden de geldstromen voor vve, kinderopvang en het basisonderwijs gebundeld moeten worden, de huisvesting op een andere manier geregeld moeten worden, en er zou één CAO voor alle personeelsleden en één kwaliteits- en toezichtskader moeten komen.

Het idee van de taskforce is om alle kinderen een minimum aantal uren in opvang en onderwijs verplicht te stellen, met de mogelijkheid om extra uren vrijwillig af te nemen (gratis) en extra uren in te kopen. Ze zou ook graag een toegangsrecht van vier dagdelen per week voor alle peuters instellen, zodat alle peuters gezamenlijk kunnen opgroeien in één locatie. Het risico daarbij is echter dat opvanglocaties zich hierdoor voornamelijk gaan richten op de peuters, omdat daar een flinke subsidie aan verbonden is. Daardoor kan de opvang van 0 tot twee jarigen los komen te staan van de opvang van peuters en veel duurder worden. Als dit risico reëel blijkt te zijn, dan adviseert de taskforce om ook voor 0 tot twee jarigen een basisaanbod in te stellen.

 

Taskforce Samenwerking Onderwijs en Kinderopvang, Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang, Den Haag: Rijksoverheid. Maart 2017.

Verder lezen

1 Samenwerking kinderopvang en onderwijs: een goed idee?
2 Voor- en vroegschoolse educatie (VvE)