Onderzoek

Samenwerking kinderopvang en onderwijs: een goed idee?

Tekst Eline Geus
Gepubliceerd op 03-03-2017 Gewijzigd op 07-04-2017
Veel scholen werken samen met de kinderopvang, bijvoorbeeld als integraal kindcentrum. Maar wat zijn eigenlijk de voor- en nadelen van zo’n samenwerking? Het CPB zet het op een rij.

Ze hebben allebei hetzelfde doel: de ontwikkeling van kinderen stimuleren en ouders helpen om werk en zorg te combineren. Veel basisscholen en kinderopvangorganisaties werken dan ook al samen, bijvoorbeeld door informatieoverdracht van opvang naar basisschool of in de vorm van integrale kindcentra. Swart, Van der Wiel en Houkes-Hommes van het Centraal Planbureau onderscheiden in een nieuw onderzoek vier typen samenwerking: inhoudelijke samenwerking (zoals het werken aan hetzelfde thema), informatieoverdracht over kinderen, één frontoffice (zoals één aanspreekpunt voor opvang en onderwijs) en één locatie delen. Wat zijn de voor- en nadelen van deze manieren van samenwerking?

Inhoudelijke samenwerking kan voordelig uitpakken, vooral voor kinderen met een taal- of onderwijsachterstand, als het hen meer onderwijstijd oplevert. Voorwaarde is dat de pedagogische en educatieve kwaliteit van de opvang in orde is. Die kan je verbeteren door expertise te delen: de opvang profiteert van de educatieve kennis van de school en de school leert over de pedagogische kwaliteit.
Daarnaast kunnen de opvang en de school informatie delen over de kinderen, zodat ze meer maatwerk kunnen bieden. Maar dat heeft ook een risico: het kan een ‘stempel’ overdragen. ‘Zonder warme overdracht kunnen kinderen met een schone lei beginnen in de nieuwe omgeving’, zo schrijven Swart en collega’s.

Samenwerken biedt niet alleen inhoudelijk kansen, het is ook praktisch voor ouders en leraren en leid(st)ers om één voordeur te delen. Het kost ouders dan minder stress om de opvang voor hun kind te organiseren. Overigens gaan ouders niet meer werken als de opvang samenwerkt met het onderwijs. Voor de leraren en leid(st)ers is het makkelijker om informatie te delen en samen leerlijnen te ontwikkelen.
Het delen van één frontoffice versoepelt vooral de informatievoorziening aan ouders en de administratie van leraren en leid(st)ers.

kind maakt een tekeningNaast al die pluspunten van samenwerking zien Swart en collega’s toch ook nadelen. Zo lijkt een opvang die samenwerkt met onderwijs segregatie te vergroten. Die opvang is weliswaar aantrekkelijker voor ouders, maar  vooral kinderen van hoogopgeleiden gaan naar een betaalde opvang, zoals kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang. Kinderen van laagopgeleide ouders gaan vaker naar niet-formele opvang, zoals buren of opa’s en oma’s die oppassen. Dat is jammer, want juist vooral kinderen met een taal- of onderwijsachterstand profiteren van een inhoudelijk samenwerkende opvang. Werkende ouders kiezen bovendien sneller voor een samenwerkende opvang. Hierdoor komen kinderen van niet-werkende en werkende ouders in een andere opvang terecht.

Scholen vinden het daarnaast lastig om samen te werken met de opvang als er meerdere opvangorganisaties zijn. En dat is al gauw het geval. Bij een gemiddelde school zijn ongeveer vijf verschillende instellingen voor buitenschoolse opvang betrokken (zie figuur 1). Als school beperk je al snel het gevoel van keuzevrijheid van ouders door één opvang te kiezen waarmee je intensief samenwerkt.

Alle voordelen en nadelen op een rij gezet, is samenwerking tussen onderwijs en opvang volgens Swart en collega’s niet de meest effectieve manier om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren, segregatie tegen te gaan en ouders te stimuleren om meer te gaan werken. Nadelen zijn bijvoorbeeld  de tijd die het kost om als school met verschillende opvanglocaties samen te werken, en de inperking van de keuzevrijheid als je maar met één opvang samenwerkt. Effectiever zou zijn om de educatieve kwaliteit van de opvang te verbeteren of bijvoorbeeld kinderopvang goedkoper te maken, zodat het voor meer kinderen toegankelijk wordt. Maar dit kost de overheid veel geld. Als oplossing zien Swart en collega’s een lichte vorm van samenwerking: bijvoorbeeld informatie over de kinderen delen of dezelfde thema’s centraal stellen. Dat kost de opvang en het onderwijs niet teveel tijd en is positief voor de kinderen.

Lisette Swart, Karen van der Wiel & Aenneli Houkes-Hommes, Samenwerking kinderopvang en onderwijs: Gunstig voor gezin met opvang – Risico op segregatie. CPB, 2017.