Onderzoek

Samen sterker

Tekst Peter Zunneberg
Gepubliceerd op 12-06-2018 Gewijzigd op 28-02-2019
Beeld Shutterstock
Wat heb je als school nodig om een professionele leergemeenschap te worden? Onderzoek van het Kohnstamm Instituut en ICLON laat zien hoe veertien vo-scholen het aanpakken.  

Samen werken en samen leren. Dat is de kern van een professionele leergemeenschap (PLG), een manier om de organisatie van het (voortgezet) onderwijs te verbeteren die de afgelopen jaren steeds populairder wordt. Niet langer elke leraar zijn eigen vak(sectie), niet afwachten en kijken wat managers over het onderwijs beslissen, maar samen de schouders eronder. Vakoverstijgend en schoolbreed nadenken en werken aan het belang van de leerlingen. Wat daarvoor nodig is, hebben veertien vo-scholen de afgelopen drie jaar laten zien.
Onderzoekers van het Kohnstamm Instituut (Universiteit van Amsterdam) en het ICLON (Universiteit Leiden) volgden deze scholen. Jaarlijks vroegen zij zo veel mogelijk leraren en leidinggevenden een vragenlijst in te vullen, de Scan School als Professionele Leergemeenschap. Aanvullend interviewden zij per school leraren en leidinggevenden. Zo kregen ze inzicht in hoe vo-scholen zich als PLG ontwikkelen, welke interventies ze inzetten om verandering op gang te brengen en wat dit oplevert. 
Een PLG wordt gekenmerkt door de volgende elementen: mogelijkheden om te professionaliseren in en buiten school, kennis en ervaringen delen met collega’s, gezamenlijk onderwijs ontwikkelen, en een onderzoekende houding hebben. Dit alles vraagt om draagvlak onder leraren om de school tot een lerende organisatie om te vormen, met daarbij een belangrijke rol voor professionele ruimte, leiderschap vanuit de directie en van de teamleider, een gericht personeelsbeleid, goede communicatie en collegiale ondersteuning.
Het onderzoek laat zien dat draagvlak (denk aan gedeelde verantwoordelijkheid, bereidheid om mee te werken en openstaan voor kritiek) leidt tot een meer onderzoekende houding van leraren. Door gericht personeelsbeleid (zoals leraren tijd en ruimte geven om samen te werken en hierop te reflecteren tijdens functioneringsgesprekken) blijken leraren eerder bereid om gezamenlijk onderwijs te ontwikkelen.

 

‘Vraagbaak voor collega’s’
‘In het begin had ik mijn twijfels over leerkringen,’ zegt teamleider Celeste Kluts over de PLG’s op het Bonaventura College, een brede scholengemeenschap in Leiden. ‘Maar toen ik de werking zag, ben ik van mening veranderd. Terugkijkend zie ik vooral een stijgende lijn in de kwaliteit van het onderwijs en eigenaarschap van het leerproces. En ik zie dat de leerkringen beweging brengen in de school.’
Yfke de Jong is leraar muziek en moderator van de leerkring onderpresteren. ‘Wij nodigen collega’s uit om anders naar leerlingen te kijken. Dat heeft soms ook effect op het gedrag van de leraar in de les en op andere plekken in de school.’ De Jong en collega’s uit haar leerkring worden geregeld gevraagd bij leerlingbesprekingen met de mentor en de teamleider. ‘Ook bij rapportvergaderingen brengen we bewust, waar nodig, een ander geluid in. Bij onderpresteerders zijn lage cijfers juist een teken dat leerlingen zich vervelen. Zitten blijven of afstromen is niet de oplossing. Leerlingen meer uitdagen en moeilijker of ander werk verschaffen, is dat wél.’ Kluts ziet in de school een cultuur ontstaan van openstaan voor elkaar, een lerende houding, feedback geven en ontvangen, en vragen stellen. ‘Leerkringen hebben die omslag zeker ondersteund. De leerkringen zijn bekend bij de medewerkers. Zij fungeren als vraagbaak op het thema van de leerkring voor andere leraren.’
Ook de leerkring design thinking voldoet aan een behoefte in de school. ‘Zo’n gezamenlijk thema bindt leraren,’ zegt Kluts. ‘Als de leerkring een helder kader heeft en past binnen de visie van de school, hoef ik niet zoveel te doen. Een aantal keer per jaar voer ik gesprekken met de moderator om te horen hoe de leerkring zich ontwikkelt, waar eventuele belemmeringen zitten en wat ze nodig hebben. Ik beschouw de moderatoren en de leerkringen als deskundigen en vertrouw op hun inzichten.’


Kennis delen

Uit de scans en de interviews komt naar voren dat scholen zich op verschillende manieren bezighouden met veranderingen in de organisatiestructuur, professionalisering, visieontwikkeling, samen werken en leren, communicatie en leiderschapsontwikkeling. Er is geen blauwdruk om te komen tot een PLG. Wat bij de één prima werkt, hoeft bij de ander niet tot resultaat te leiden.
De impact van de interventies uit de categorie ‘samen werken en leren’ was het grootst en het meest positief, zo constateerden de onderzoekers. Met name het delen van kennis en ervaringen door leraren en het samen ontwikkelen van onderwijsmateriaal wierpen hun vruchten af in de scholen. Zo was er een school die de verantwoordelijkheid voor het veranderproces neerlegde bij een kernteam van leraren en leidinggevenden. Het team boog zich over opgaven als: wat willen we in school ontwikkelen, hoe gaan we dat doen, hoe pakt het uit in de praktijk, hoe evalueren we dit en hoe kunnen we eventueel opschalen? Dit bleek goed te werken, mede omdat het team waar nodig externe expertise inzette, zoals een procescoach.

 

Dinsdagmiddag lesvrij
‘Waar ik het meest trots op ben? Op de vijf pioniers die zijn gestart met het gedachtegoed van stichting LeerKracht. Zij hebben de weg voor de school geëffend.’ Nicole Voorn is afdelingsleider van het Fons Vitae (havo, atheneum en gymnasium) in Amsterdam en projectleider PLG. De definitie van een PLG in dit project sloot goed aan bij de manier waarop de school al voor het LeerKracht-project in groepen werkte. ‘En mijn petje af voor alle leraren die het al jaren op dezelfde manier hebben gedaan en nu in beweging zijn gekomen.’
Voorn vertelt wat de school heeft gedaan om een professionele leergemeenschap te worden. ‘We willen bewust aandacht hebben voor talent in onze school. Als managementteam (rector, plaatsvervangend rector en vijf afdelingsleiders) vinden we dat de inhoudelijke professionaliteit niet altijd bij de leidinggevende zit. Met strategisch hrm hebben we een instrument dat ons helpt om de talenten van leraren zichtbaar te maken en in te zetten.’ Het Fons Vitae maakte de dinsdagmiddag lesvrij om met en van elkaar te leren. ‘Deze structuur helpt bij het borgen van de diverse vormen van samenwerking en geeft rust in de school. Wel vindt een aantal collega’s de strakke indeling inmiddels bezwaarlijk en zouden ze liever de tijd zelf indelen.’
Leraren krijgen meer ruimte om hun inhoudelijke expertise te benutten. ‘Zo is een van de leraren verantwoordelijk voor het ICT-beleid in de school. Hij mag nu zelf uitdenken wat passend is voor de onderwijsontwikkeling. Hij heeft ook een eigen budget en mag hard- en software bestellen. En ik ben ervan overtuigd dat je een fijnere en betere school krijgt wanneer je talenten van medewerkers benut. Ik zie nu kartrekkers opstaan, die weer een inspirerend voorbeeld zijn voor collega’s. Op een natuurlijke manier ontstaat zo een proces van verandering.’


Clusters van vakken

Een andere school ging nog een stapje verder. De schoolleiding legde de verantwoordelijkheid voor onderwijsontwikkeling alleen bij de leraren neer. Ze bracht collega’s met elkaar in contact door hen in te delen in afdelingen en clusters van bij elkaar passende vakken. Drie clusters werden een voorbeeld voor de andere clusters: maatschappij, exact, en exact vmbo. Bovendien kwam er door de plannen van de clusters meer nadruk op learning on the job: leraren gingen vakgerichte cursussen volgen en vervolgens vaker zelf lesmateriaal ontwikkelen. De schoolleiding keek uiteraard mee, maar greep niet in dit proces in. Het enige wat zij deed, was een format voor de clusterplannen ontwikkelen, met aandacht voor de doelstelling, werkwijze en manier van evalueren. Door deze aanpak keken leraren vaker mee bij elkaars lessen en reflecteerden zij meer op elkaars werk.

 

Kennisnetwerk als bouwsteen voor PLG
Zes leraren werkzaam op een van de scholen uit de pilot Ontwikkeling van scholen voor voortgezet onderwijs als professionele leergemeenschappen namen deel aan een kenniskring met een lector uit de regio, waarbij kennis uitgewisseld en gedeeld is met leraren van andere scholen.
De kenniskringleden hadden zich ten doel gesteld om op een onderzoekende manier de onderwijsontwikkeling in school te versterken. De leden van de kenniskring werden een schakel tussen teamleiders en docenten. Zo werden bevindingen aan het MT gepresenteerd nadat met leraren gesproken was.
Nadeel was dat niet uit elk team iemand vertegenwoordigd was in de kenniskring.
De kenniskringleden kregen in het laatste jaar van het project een sturende en stimulerende rol in nieuw opgezette ontwikkelgroepen. Deze ontwikkelgroepen bestonden – op advies van de lector – uit circa 10-12 leraren.
De leraren in de ontwikkelgroepen verdiepten zich in onderwerpen zoals motivatie van leerlingen, taalvaardigheid en bewegingsonderwijs met iPads. Tijdens een studiedag vond een terugkoppeling van de ontwikkelgroepen plaats. Voorheen startte een studiedag met een externe spreker; nu presenteerden de docenten aan elkaar. Het werkte stimulerend voor de leraren om meer van elkaar te leren.
Het streven voor volgende schooljaren is het verbeteren van het onderwijs met behulp van de kennis die in de ontwikkelgroepen is opgedaan.

 

Interne academie

Ook mogelijkheden om te professionaliseren en het verbeteren van de structuur en cultuur binnen de schoolorganisatie blijken essentieel. Het is bijvoorbeeld nuttig om een interne academie op te richten, waarin leraren van en met elkaar kunnen leren, en kennis en vaardigheden met elkaar kunnen delen, ook vaksectieoverstijgend. Het is dan wel belangrijk dat een dergelijke academie een vaste plek en tijd krijgt in de organisatiestructuur van de school. Het helpt om leraren vrij te roosteren op dat tijdstip en om hun deelname aan de academie in functioneringsgesprekken te evalueren.
Intercollegiale observatie en peerreview, opbouwende kritiek leren geven en ontvangen, en de professionele ruimte benutten om onderwijs te blijven verbeteren: het komt niet altijd makkelijk op gang. Maar in een schoolorganisatie die functioneert als een gemeenschap met een groeiende professionele leercultuur, worden leraren naar eigen zeggen wel elke dag beter en zo ook de school als geheel. Collega’s proberen vanuit een onderzoekende houding steeds de vraag te beantwoorden: wat werkt voor wie, en wat werkt in welke omstandigheden en waarom?

 

Verandering van de schoolorganisatie als voorwaarde voor PLG-ontwikkeling
In een van de scholen zien leraren een grote toename van het leiderschap van de teamleiders. Dit komt door veranderingen in de wijze waarop functioneringsgesprekken met docenten worden gevoerd: eerst door de schoolleiding, nu door de teamleiders. Zij zijn meer bekend met het dagelijkse werk van de docenten, en kunnen zorgen dat functioneringsgesprekken doorwerken in het functioneren van de teams. Zo besteden alle teams aandacht aan het geven en ontvangen van feedback van elkaar. Voor de teamleiders zelf is een intervisiegroep ingesteld om hun ervaringen in de functioneringsgesprekken uit te wisselen, en zo van en met elkaar leren.
Ook zien docenten meer leiderschap van de kant van de directie. Tijdens het project is een nieuwe rector aangetreden. De vorige had al stappen gezet om de methodiek van leerKRACHT in te voeren; het verder voeren van de ontwikkeling richting een lerende organisatie was opgenomen in het profiel voor de nieuwe rector. Een van de conrectoren was projectleider van het PLG-project opdat resultaten van de schoolontwikkeling richting PLG steeds verankerd konden worden in de schoolorganisatie.
In deze school wordt de term Professionele Leergemeenschap niet gebruikt. Men geeft de voorkeur aan het laten groeien van een cultuur waarin samenwerken en samen leren centraal staat, zonder dat apart te benoemen. Ondersteuning van die cultuur is de basis voor ontwikkeling van visie en organisatiestructuur.
 

 

Henk Sligte, Wilfried Admiraal, Wouter Schenke, Yolande Emmelot en Loes de Jong, Ontwikkeling van scholen voor voortgezet onderwijs als professionele leergemeenschappen. Kohnstamm Instituut/ICLON, 2018. De kaders zijn een bewerking van portretten die Sander Galjaard maakte van deelnemende scholen.

 

Lees hier alle schoolportretten, gemaakt door Sander Galjaard in opdracht van de Onderwijscoöperatie.

Lees hier meer over leerKRACHT.

Zie verder:
http://www.kohnstamminstituut.nl/ki938.html
http://www.kohnstamminstituut.nl/plg-symposium.html
http://www.kohnstamminstituut.nl/lerende-leraren-en-plg.html

 

Dit artikel verscheen in Didactief, juni 2018.

Verder lezen

1 Kort & Goed: professionele leergemeenschappen

Click here to revoke the Cookie consent