Nieuws

Onderzoek in zes stappen

Tekst Filip Bloem
Gepubliceerd op 16-06-2017 Gewijzigd op 16-06-2017
Beeld Shutterstock
In een tijd waarin we overspoeld worden met informatie zijn goed ontwikkelde onderzoeksvaardigheden meer dan ooit van belang. De website Onderzoek in zes stappen geeft leerlingen en docenten concrete handvatten.

‘Mooi hoor, maar bij mijn vak werkt dat niet.’ Albert van der Kaap herinnert zich nog levendig hoe de eerste de beste collega reageerde toen hij als teamleider op een middelbare school met een algemeen model voor onderzoeksvaardigheden aankwam. ‘Onderzoek doen keert bij vrijwel elk vak terug, maar vaak net op een andere manier. Dat kan verwarrend zijn. Als leerlingen kunnen terugvallen op een gedeeld referentiekader, hebben ze eerder door wat er van ze gevraagd wordt.’ Net zoals docenten baat hebben bij tips waarmee ze hun onderzoeksopdrachten op een systematische manier in elkaar kunnen zetten.
Van der Kaap liet zich niet ontmoedigen. Samen met docent en leerplandeskundige Eric Swinkels ontwikkelde hij voor SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, Onderzoek in zes stappen. Deze website, die in 2011 online ging en onlangs ingrijpend is vernieuwd, ontleedt het doen van onderzoek in zes basale stappen (zie kader). Parallel aan de website zijn posters ontwikkeld waarop de zes stappen zijn afgebeeld: visuele geheugensteuntjes waar leerlingen en docenten in de klas gebruik van kunnen maken.

Stappenplan
Onderzoek in zes stappen behelst het volgende stappenplan voor het doen van onderzoek:
1. Oriënteren en vaststellen
2. Zoeken en plannen
3. Selecteren, meten en verzamelen
4. Verwerken
5. Presenteren
6. Evalueren en beoordelen.
Om recht te doen aan de verschillen tussen de diverse schoolvakken onderscheidt Onderzoek in zes stappen vier onderzoekstypen: bronnen-, proefondervindelijk onderzoek, ontwerpen en modelleren. Bij elk type staan dezelfde zes stappen centraal, maar worden andere accenten gezet. Ga voor meer informatie naar onderzoekinzesstappen.slo.nl.

Hulpstukken

Hoe zorg je ervoor dat deze hulpstukken in de klas ook echt gebruikt worden? Dat gaat niet vanzelf, geven Van der Kaap en Swinkels grif toe. ‘Elk vak heeft zijn eigen terminologie en docenten hebben de neiging om vast te houden aan wat natuurlijk voelt.’ Bovendien is niet elke docent direct overtuigd van alle stappen. Swinkels: ‘Toen ik op mijn school eens het idee achter die poster uitlegde, zei een docent tegen me: “Laat stap zes maar weg, want evalueren doen wij nooit”.’ Opmerkelijk, maar tegelijkertijd is zo’n opmerking ook een kans. ‘Ik kan dan laten zien wat voor zinvolle manieren van evaluatie er zijn. En het is een aanleiding om met collega’s in gesprek te gaan over wat onderzoek doen eigenlijk inhoudt. Dat is altijd winst.’ En vaak genoeg slaat het wel meteen aan: ‘Bij mijn collega’s van geschiedenis en Nederlands hangen de posters nu in de klas.’ Daar merken ze dat leerlingen de structuur van Onderzoek in zes stappen prettig vinden. ‘Bronverwijzingen moeten nu bij elk vak op dezelfde manier, dat biedt houvast.’

Terugkerend patroon
Onderzoeksvaardigheden zijn in het onderwijs niet alleen van belang bij grote projecten als profiel- of sectorwerkstukken, ze komen ook bij kleinere taken van pas. Docent en leerplandeskundige Eric Swinkels: ‘Elk jaar houd ik een college voor onze leerlingen die een profielwerkstuk gaan maken, waarbij ik aan de hand van de poster uitleg wat er allemaal komt kijken bij onderzoek doen. Dan vertel ik dat het maken van die poster voor mij ook een onderzoeksproject was, waarvoor ik al die zes stappen heb doorlopen. Dat is een belangrijk inzicht dat ik graag wil overbrengen: het gaat om een manier van werken die je steeds opnieuw kunt toepassen.’

Fake news

Op de website Onderzoek in zes stappen kunnen de posters in diverse varianten worden gedownload. Verder staan er onder andere links naar websites met verdiepende informatie, een overzicht van mogelijke eindtermen, en een handreiking voor docenten. Hierin worden suggesties voor leerlijnen onderzoeksvaardigheden gedaan, en worden tal van instrumenten voor het begeleiden en beoordelen van onderzoeksopdrachten op een rijtje gezet. Bijvoorbeeld een beoordelingsformulier voor een profielwerkstuk. Die bevat zo’n honderd criteria, vertelt Van der Kaap, bijeengebracht door enquêtes onder docenten. ‘Maar het is zo ingedeeld dat elke leerkracht zelf kan aanvinken welke criteria hij wil gebruiken.’ Ook sinds kort op de website: een informatieposter over fake news en het ontmaskeren daarvan. Swinkels: ‘Het is een voordeel dat ik ook voor de klas sta, dan pik je dat soort actuele zaken op.’

Door structuur snappen leerlingen beter wat ze moeten doen

Swinkels heeft de zes stappen ook op een andere manier handen en voeten gegeven. Samen met collega’s ontwikkelde hij Be Sports-Minded, een lesmethode voor het vak Bewegen, Sport en Maatschappij. Bij die methode horen opdrachten als ‘Schrijf een sportautobiografie’, waarvoor leerlingen in kaart brengen wat ze allemaal aan sport gedaan hebben, met welke motieven, en wat het hun heeft opgeleverd. Om die informatie te verzamelen gaan ze op zoek naar beeldmateriaal van hun sportactiviteiten en stellen ze vragen aan hun eigen ouders. ‘Allemaal stappen die ze systematisch afwerken,’ zegt Swinkels. Op termijn moeten er op de website van Onderzoek in zes stappen soortgelijke opdrachten beschikbaar komen, die docenten een beeld geven van wat ze met de zes stappen in de praktijk kunnen doen. De behoefte om grip te krijgen op onderzoeksvaardigheden is er, merkt Swinkels. Laatst nog, toen hij gebeld werd door een Belgische onderzoeker die concrete instrumenten zocht om bronnenonderzoek te onderwijzen: ‘Onze website was het beste dat ze was tegengekomen. Zulke geluiden geven aan dat we op de goede weg zijn.’



Dit artikel verscheen in Didactief, juni 2017.