Onderzoek

Let nu eens op!

Tekst Yvonne Groen
Gepubliceerd op 30-06-2015 Gewijzigd op 22-02-2017
Kinderen met ADHD zijn voor veel leraren een hele uitdaging. Met een paar eenvoudige ingrepen kun je deze leerlingen verder helpen.

In bijna elke klas zit wel een leerling met opvallend veel aandachtsproblemen, bewegingsonrust en impulsieve reacties. Zo’n kind heeft vaak moeite om instructies uit te voeren, om werkjes af te maken en eist veel aandacht op van klasgenoten en leerkracht.

Wat kun je als leerkracht doen om het gedrag van kinderen met zo’n aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) te verbeteren? Dit was de vraag van een grootschalige literatuurstudie van de afdeling Klinische en ontwikkelingsneuropsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Effectief handelen

In de onderzoeksliteratuur worden diverse geschikte klasseninterventies beschreven. De meest effectieve zijn consequent-gebaseerde interventies. Bij deze interventies beloon je gewenst gedrag, probleemgedrag beloon je consequent niet of corrigeer je.

Als leerkracht geef je de leerling bijvoorbeeld een beloningskaart waarmee hij een punt kan verdienen als hij een werkje afmaakt binnen de gestelde tijd. Wanneer dat niet lukt, bijvoorbeeld doordat hij opstaat of met de buurman kletst, dan corrigeer je het ongewenste gedrag en krijgt de leerling geen punt.

Van belang is dat de leerling vaak wordt beloond en dat dit direct na het gewenste gedrag gebeurt, dus bijvoorbeeld na elke les. De beloning kan materieel zijn of een activiteit. Een spel mogen spelen, een klusje doen of een mop vertellen voor de klas kan voor sommige kinderen een net zo grote beloning zijn als een cadeautje. Belangrijk is dat het kind de beloning leuk vindt en dat de beloning varieert. Maak bijvoorbeeld een ‘beloningsmenu’, zodat het kind zelf kan kiezen tussen soorten beloningen.

Dit basisidee van belonen kun je uitbreiden door de klas in groepjes te laten wedijveren om beloningen (‘groepscontingenties’). Ook kun je gewenst en ongewenst gedrag in een dagrapportage bijhouden en het kind daarover feedback geven (al dan niet met beloning, en al dan niet in samenwerking met de ouders).

Zelfbeoordeling

Ook geschikt zijn zelfregulatie-interventies, waarbij je de leerling aanleert om het eigen gedrag en prestaties te beoordelen. De leerling krijgt een kaart waarop het gewenste gedrag beschreven staat en een timer die op vaste tijdstippen afgaat. Op deze tijdstippen beoordeelt het kind (bijvoorbeeld met ‘ja/nee’ of op een schaal van 1 t/m 5) in hoeverre hij aan het gewenste gedrag voldoet. Na de les bespreekt je de scores met de leerling. Om de effectiviteit te vergroten kun je deze interventie koppelen aan een beloning: beoordeelt een leerling zijn gedrag goed, beloon dit dan. Zelfregulatie-interventies zijn vooral geschikt voor wat oudere (6+) leerlingen die gemotiveerd zijn om hun gedrag zelf te verbeteren.

ADHD in de klasAanpassingen omgeving

Hoewel effectief, blijken antecedente interventies een minder groot effect te hebben dan de bovengenoemde interventies. Bij deze interventies pas je als leerkracht de bestaande structuur van de klas en de schooltaken aan om probleemgedrag te voorkomen. Het aanpassen van instructies (in kleine groepjes, aantekeningen laten maken, antwoorden laten controleren) en het aanbieden van een keuzemenu van taken bleken bijvoorbeeld maar een klein effect te hebben. Ook het geven van extra werktijd of muziek afspelen op de achtergrond bleek weinig zinvol.

Een aantal antecedente interventies had niettemin een sterk effect. Zo was opvallend dat het zitten op ‘stabiliteitsballen’ in plaats van normale stoelen na een aantal weken een sterke verbetering in taakgericht gedrag veroorzaakte. Deze opblaasbare ballen dwingen leerlingen ertoe om een goede houding aan te nemen om te kunnen zitten.

Ook bleek ‘samenwerkend leren’ een sterk positief effect te hebben, waarbij de leerling met ADHD bij een taak gekoppeld wordt aan een leerling die qua gedrag en leerprestaties iets verder ontwikkeld is. De leerlingen wisselen hierbij instructies uit en kunnen elkaar helpen als ze iets niet snappen.

Beloon gewenst gedrag van kind met ADHD

Het voordeel van deze interventies is, dat ze voor de hele klas toepasbaar zijn en bovendien een positief effect hebben op de klasgenoten.

Tot slot bleek ook taakuitvoering en instructie op de computer een positief effect te hebben op het gedrag. Onderzoek naar het gebruik van tablets in de klas voor kinderen met ADHD ontbreekt nog.

Waaraan kun je kinderen met ADHD herkennen?

1. Concentratieproblemen

Het kind heeft moeite om de aandacht op een taak te richten, vooral wanneer deze lang duurt of saai is. Ook raakt het sneller afgeleid door prikkels die niet relevant zijn voor de taak en reageert hier direct op.

2. Regulatieproblemen

Het kind heeft moeite om het gedrag aan de situatie aan te passen en overzicht te bewaren. Het kan impulsief reageren, slecht plannen, heeft moeite met schakelen naar een andere activiteit, vergeet om iets te doen, en vergeet de tijd.

2. Motivatieproblemen

Het kind raakt minder geboeid door taken of activiteiten dan andere kinderen. Het ervaart taken als minder belonend. Voor het kind is het moeilijk om zichzelf te motiveren en het heeft vaker beloning van buitenaf nodig. Het kan ten onrechte als ‘lui’ worden bestempeld: bij veel kinderen met ADHD werkt het beloningssysteem in de hersenen minder efficiënt. Het is wetenschappelijk aangetoond dat het verhogen van de motivatie ook de concentratie en regulatie bevordert.

Informeer je goed!
Kijk bij leerlingen met ADHD goed welk probleemgedrag ze vertonen en welk gedrag dit kan vervangen of uitsluiten. Er zijn goede handboeken en websites die je hierbij kunnen helpen. Twijfel je? Ga dan vooral te rade bij een schoolpsycholoog of orthopedagoog. De interne begeleider of schoolbegeleidingsdienst kunnen je op weg helpen.

Geraldina Gaastra, Yvonne Groen, Lara Tucha en Oliver Tucha, Doen wat werkt: interventies in de klas voor kinderen met symptomen van ADHD. Rijksuniversiteit Groningen/NRO, 2014.

Dit artikel verscheen in Didactief, juni 2015

 

Leestips

Een gouden leestip voor leerkrachten in het basisonderwijs die aanlopen tegen gedragsproblemen van leerlingen, is het handboek Gedragsproblemen in de klas van Anton Horeweg. Dit bijzondere boek maakt duidelijk dat de oorzaak van gedragsproblemen niet alleen bij het kind liggen, maar mogelijk ook bij de leerkracht. Gedragsproblemen zijn doorgaans interactieproblemen. Horeweg bespreekt de belangrijkste ontwikkelings- en leerstoornissen met hun specifieke problemen en geeft praktische tips om deze op te lossen. Aan de orde komen ADHD, ADD, autisme spectrum stoornis, (faal)angst, depressie, disruptieve stoornis, motorische stoornis, dyslexie, maar ook bijvoorbeeld hoogbegaafdheid. De informatie is goed gefundeerd op wetenschappelijk onderzoek, waarbij altijd de vertaalslag wordt gemaakt naar de dagelijkse praktijk in de klas. Medio 2015 komt er een versie van het boek beschikbaar voor het voortgezet onderwijs.

Geen tijd om een heel boek te lezen? Dan kun je ook de overzichtelijke website gedragsproblemenindeklas.nl van Horeweg bezoeken. Die staat boordevol tips die overeenkomen met die in het boek. / Yvonne Groen

Anton Horeweg, Gedragsproblemen in de klas. Een praktisch handboek. Tielt: Lannoo, 2014. € 29,99.

ADHD

Als je na het lezen van het artikel Zit nu eens stil! (pagina 28) direct aan de slag wilt met het gedrag van een leerling met ADHD, kun je eens kijken op de website www.adhd.nl van het Trimbos Instituut. Hier wordt een online cursus voor leerkrachten van zes lessen aangeboden. Voor het kind zelf (10 t/m 16 jaar) staan hier spellen om te leren omgaan met hun stoornis. De cursus en spellen worden momenteel onderzocht op hun werkzaamheid. / Yvonne Groen

Bronvermelding

1 NRO pagina van het project