Onderzoek

Leren van je eigen praktijk

Tekst Rachel van Wijngaarden
Gepubliceerd op 19-09-2014 Gewijzigd op 25-08-2017
Leerlingen verschillen van elkaar. Maar hoe speel je daar als leraar op in? Het Stad College in Almere – een school voor vmbo – ging in 2011 op zoek naar handvatten om meer maatwerk te kunnen leveren in de klassen.  

Directe aanleiding was een inspectierapport. Directeur Gerard Roos: 'Het oordeel van de inspectie was ronduit goed. Er was maar één "maar": docenten stemden hun handelen nog te weinig af op de specifieke onderwijsbehoefte van de leerling. Er werd onvoldoende gedifferentieerd in leerstof, tempo en leerstijl.' De schoolleiding herkende de behoefte aan professionalisering op dit vlak. Gerard Roos: 'Je kunt dan wel scholing inhuren, maar we zochten een vorm van ondersteuning met méér impact. We wilden er als team mee aan de slag, zodat het eindproduct 'eigen' zou zijn en goed zou beklijven. Dus maakten we er een "schoolwerkstuk" van.'

Haal eruit wat erin zit
Via de SLOA-regeling van de VO-raad kreeg de school subsidie voor praktijkonderzoek met onderzoeks- en adviesbureau Oberon. Afgelopen september verscheen de eindrapportage: Haal eruit wat er in zit! De projectgroep bestond uit de schoolleiding, twee docent- onderzoekers en twee externe onderzoekers. Het doel: docenten voorzien van instrumenten en inzichten om hen te helpen meer op maat te werken in de klas. Bruikbare leerlinggegevens ontsluiten over hun taal- en rekenniveau, de thuissituatie en leerstijl, hoorde daar ook bij. Een pilotgroep van negen docenten uit leerjaar 1 experimenteerde met de nieuwe aanpak en gaf de onderzoekers feedback. Zo werd een instrument ontwikkeld waarmee leerlingen met een vergelijkbare onderwijsbehoefte kunnen worden gegroepeerd: het leerlingkwadrant (zie kader). Bij die groepering hoort een passend handelingsrepertoire, zodat maatwerk ontstaat. 'Het concept wordt nu doorgevoerd in de hele school, als sturend mechanisme binnen onze organisatie.'

Zo is het kwadrant inmiddels leidend tijdens leerlingbesprekingen. Want het bleek niet alleen bruikbaar in de klas, leraren noemden het ook een goed hulpmiddel als kapstok voor onderling overleg. Het creëert gezamenlijk taalgebruik in capaciteiten en werkhouding van leerlingen. Leraren kunnen zich daardoor snel een beeld vormen van een leerling. Roos: 'Het instrument maakt een inhoudelijke discussie mogelijk, gebaseerd op feiten in plaats van op willekeurige emoties als "die leerling is een etter" of "hij mag mij niet". Onlangs was er een incident in een probleemklas. Tijdens een leerlingbespreking gebruikte de teamleider het kwadrant om een activiteitenplan voor deze groep te maken. Gewoon door samen systematisch te bekijken: wat zijn de behoeften van deze leerlingen? "Het was eens geen klaagvergadering", vertelde ze na afloop.'

Critical friends
Docenten zijn naar eigen zeggen meer gaan reflecteren op hun handelen. 'Mede door het SLOA-project ontstond een cultuur van samenwerking, wederzijds leren en inhoudelijke gesprekken over leerlingen', concluderen de onderzoekers. De samenwerking met externe onderzoekers heeft Gerard Roos als stimulerend ervaren. 'Zij waren onze critical friends. Dachten wij klaar te zijn, dan bleven zij doorvragen: en de borging dan? Dan moet je wel met de billen bloot.'
De borgingsactiviteiten zijn inmiddels in volle gang. Dit schooljaar kregen alle leraren taakuren om in elkaars klas te kijken. Er vindt collegiale consultatie plaats, een lerarenbegeleider legt klassenbezoeken af en geeft feedback geeft op het maatwerkgericht handelen. Het onderwerp komt ook terug in de functioneringsgesprekken. De directeur beseft dat de nieuwe werkwijze tijd nodig heeft: 'Je kunt het verhaal wel vertellen of iedereen vragen er iets over te lezen, maar pas als iemand er zelf mee aan 't worstelen gaat, maakt hij ook echt stappen. Zo doen wij in de praktijk theorie op – net als onze leerlingen op dit vakcollege.'

 

Werken met data in hengelo

De doorstroom van 3 naar 4 havo. Dalende examenresultaten. Iedere school heeft zo zijn issues. Via de Datateam Methode kunnen docenten zulke vraagstukken 'lerende wijs' aanpakken met behulp van informatie (data) die op school beschikbaar is. Tientallen scholen, waaronder het Bataafs Lyceum, maken inmiddels gebruik van de methode. De Universiteit Twente ondersteunt hen daarbij. 'De methode helpt je om stapsgewijs en systematisch een traject te doorlopen, gebaseerd op feiten', vat Benno Hams de aanpak samen. Hij is teamleider in de onderbouw en docent scheikunde op het Bataafs Lyceum. 'In onderwijsland heerst een grote vooringenomenheid. Stuiten we op een probleem, dan denken we al snel de oorzaak te weten. Er wordt van alles geroepen. De leerlingen zijn gewoon lui. Of het gaat in de bovenbouw niet goed omdat de onderbouw steken heeft laten vallen. Vaak zijn die beweringen onzin. Een "datateam" kan dat blootleggen. Wat zijn de feiten? Wat weten we nu écht?'

Creatieve denktechnieken
De methode bestaat uit een 8-stappenplan: een datateam van docenten en schoolleiding formuleert een heldere probleemdefinitie en stelt een hypothese op, wat zijn mogelijke oorzaken? Vervolgens verzamelt en analyseert het team data om de hypothese te kunnen toetsen. Het formuleert maatregelen op basis van die data en evalueert de effecten daarvan. Terwijl de meeste scholen de methode gebruiken om letterlijk een probleem op te lossen, paste het Bataafs Lyceum de aanpak toe om een onderwijsvernieuwing in te voeren. Hams: 'Wij wilden meer creatieve denktechnieken toepassen in onze lessen en hebben de mogelijkheden daartoe stapsgewijs onderzocht – ook daar leent de methode zich dus voor. Je kunt wel roepen: "Deze wordt het", maar hij moet wel bruikbaar zijn in de praktijk. Zonder datateam zouden we overhaast hebben gehandeld.' Met zes collega's vormde hij een datateam. Hun evaluatieonderzoek spitste zich toe op één denktechniek: mindmapping in de brugklas. Het team werkte samen met onderzoekers van de Universiteit Twente en zette hoog in. 'We creëerden bijna een laboratoriumsetting binnen de school, compleet met nulmeting en controlegroepen. Het onderzoek kostte meer tijd dan gepland. Voordat een docent zo'n nieuwe techniek goed onder de knie heeft en kan toepassen in zijn lessencyclus, ben je al een paar maanden verder.' De gedroomde wetenschappelijke publicatie laat dus nog even op zich wachten. 'Maar we zien zeker de meerwaarde van de Datateam methode. Je leert als docent ook eens van een afstand naar je lesstof en inspanningen te kijken. Dat komt de kwaliteit ten goede.'

De Universiteit Twente traint scholen in het gebruik van data en onderzoekt de effecten van de Datateam Methode. Projectleider is Kim Schildkamp. Meer informatie: www.utwente.nl/gw/co/datateams/

 

 

Leerlingkwadrant

Wat voor leerlingen heb ik eigenlijk voor mijn neus? Het 'leerlingkwadrant' helpt leraren daar zicht op te krijgen, een belangrijke eerste stap naar meer maatwerk in de klas. Ditte Lockhorst, als onderzoeker van Oberon betrokken bij het SLOA-project, legt uit hoe het werkt: 'Met het leerlingkwadrant kunnen leraren eenvoudig leerlingen binnen één klas groeperen naar capaciteit en naar werkhouding. Voor beide kenmerken onderscheidt het kwadrant drie categorieën: laag, midden, hoog.' Door onderlinge discussie komen leraren tot een passende indeling. Daarbij maken ze ook gebruik van beschikbare (toets)gegevens, zoals Cito-scores. 'Op die manier zorgt het kwadrant ook dat gegevens die tot dan toe weinig gebruikt werden, betekenis krijgen.'Idee achter de indeling is dat leerlingen uit eenzelfde vakje van het kwadrant een vergelijkbare onderwijsbehoefte hebben. Daar kunnen leraren vervolgens op inspelen. Leerlingen met een hoge capaciteit en een hoge werkhouding zijn bijvoorbeeld gebaat bij meer lesstof, terwijl leerlingen met een lage capaciteit en een lage werkhouding juist meer uitleg nodig hebben. Binnen het SLOA-project werd vooral geëxperimenteerd met maatwerk voor de vier uitersten van het kwadrant. 'Onze aanname was dat de  middengroepen al voldoende bediend werden met het bestaande onderwijsaanbod.' Voor ieder groepje hebben de onderzoekers verschillende voorbeeldhandelingen beschreven.

Tekst Rachel van Wijngaarden
Beeld BUREAUBAS / Shutterstock

Dit artikel is verschenen als onderdeel van de Didactief-special Onderzoekers in de school (december 2013). Deze special is gemaakt in opdracht en met een financiële bijdrage van de VO-raad.

Click here to revoke the Cookie consent