Onderzoek

Leerateliers: nu nog een sneeuwbaleffect

Tekst Jeroen Imants en Paulien Meijer
Gepubliceerd op 27-01-2021 Gewijzigd op 26-01-2021
Beeld Shutterstock
Je onderwijs verbeteren begint vaak in een klein clubje. Hoe kun je die kennis laten landen in de hele school? Lessen uit leerateliers in Noord-Brabant.

Samen professionaliseren en onderwijs ontwikkelen is hot. In het zuiden van het land doen studenten van lerarenopleidingen en vo-docenten van schoolbestuur OMO dat al enkele jaren samen in zogenoemde leerateliers (zie kader hieronder). Deelnemers vinden dat ze meer inzicht krijgen in het leren van leerlingen en ontwikkelen concrete aanpakken. Maar hun collega’s buiten het atelier bereiken ze nog nauwelijks.
 

Samen verbeteren

Een leeratelier bestaat uit vijf docenten (bestuur Ons Middelbaar Onderwijs) en vijf studenten aan lerarenopleidingen van drie universiteiten (Nijmegen, Eindhoven en Tilburg) en Fontys Hogescholen (Tilburg). De opleidingen leveren per leeratelier een lerarenopleider als begeleider. De docenten zijn vaak ook de werkplekbegeleider van een student. Samen bestuderen de deelnemers vragen over het leren van leerlingen. Met de kennis die dit oplevert, verbeteren ze hun onderwijs en zetten ze nieuwe werkwijzen in. Voor de vierde keer op rij zijn dit schooljaar in Noord-Brabant vijf leerateliers van start gegaan.
Elke deelnemer leert, maar is ook een bron voor het leren van de anderen. Dit geldt ook voor de begeleider. Een jaar lang werkt elk atelier aan zelfgekozen onderwerpen die gaan over het leren van de leerling, bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een observatie-instrument voor gefilmde lessen waarin docenten een werkwijze voor diep leren uitproberen.

Binnen de kaders bepalen de deelnemers zelf hun manier van werken. Met elkaar ontwikkelen ze concrete doelen en werkwijzen. Ze komen een ochtend in de week bij elkaar, daarnaast is er driemaal per jaar een inspiratiedag voor alle ateliers om resultaten en nieuwe inzichten uit te wisselen. Ook geïnteresseerden uit de scholen en instituten zijn daar welkom.



Voorwaarden voor succes

Het succes van een professionaliseringstraject – of het nou gaat om een leeratelier, PLG, DOT of praktijkonderzoek door leraren – wil je als schoolleiding natuurlijk verder de school in dragen. Je hebt tijd en middelen geïnvesteerd en je hoopt op een sneeuwbaleffect. Toch blijkt regelmatig dat positieve resultaten beperkt blijven tot de direct betrokkenen en hun leerlingen. Datzelfde geldt vaak voor lerarenopleidingen. En, naar blijkt uit ons onderzoek, voor leerateliers: de resultaten landen matig in de scholen en instituten.

Waar komt dit door en hoe kan het beter? In twee leerateliers ontdekten we dat de kennis en aanpakken die daar ontwikkeld werden, de deelnemers vooruithielpen. Wat voorheen formele boekenkennis of slechts een aangereikte werkwijze was, kwam voor leraren en studenten tot leven dankzij het proces waarin die kennis tot stand kwam (zie kader hieronder). Bij leraren en studenten buiten de leerateliers lukt dit minder goed. Zij zouden een vergelijkbaar proces moeten doorlopen om tot die doorleefde kennis en een beproefde aanpak te komen. Pas dan is duurzame verspreiding van de resultaten van leerateliers in scholen en instituten mogelijk. De uitdaging is om na te gaan of dit proces in een meer compacte, verkorte vorm kan plaatsvinden.

Nieuwe kennis moet
méér worden dan
aangereikte werkwijze

 

Doorleefde kennis

‘Doorleefde kennis’ komt tot stand wanneer deelnemers aan een leeratelier intensief samenwerken en elkaars hulp nodig hebben. Vanuit de opleiding nemen ze theorie mee: geformaliseerde kennis over effectief leren, beschreven in de studieboeken. Leraren die al een tijdje voor de klas staan, beschikken daarnaast over kennis uit de praktijk: rijke, stilzwijgende (impliciete), persoonlijke kennis. In doorleefde kennis komen die twee bij elkaar: cognities (formele kennis concreet maken, stilzwijgende kennis expliciet maken) en emoties (de kick van dingen samen uitzoeken en succes bij het uitproberen) gaan hand in hand.

De doorleefde kennis is meer dan een brug tussen theorie en praktijk: het is een derde vorm van kennis over leren. Deelnemers beschouwen haar als de grootste persoonlijke winst van de leerateliers. Het is voor hen de basis om op een onderzoekende manier te blijven werken aan beter leren van de leerlingen.

 

Geef deelnemers
keuzevrijheid in
hun werkwijze

 


Tips voor de praktijk

Duurzame verbeteringen hebben tijd en ruimte nodig, en gaan niet altijd snel of met beperkte inspanning. Een open proces is nu eenmaal noodzakelijk voor doorleefde kennis bij leraren en studenten. Uit ons onderzoek zijn wel handvatten te destilleren om de resultaten van leerateliers breder te verspreiden:


1. Vorm een gemeenschap van leraren, studenten en een opleider die langere tijd samenwerken.
2. Zorg voor begeleiding door een leraar of opleider die ervaring heeft met coaching.
3. Realiseer gedeeld leiderschap onder de deelnemers, waardoor iedereen zich verantwoordelijk voelt en eigenaarschap ervaart: bijvoorbeeld door wisselend voorzitterschap en een roulerende organisatie en inhoudelijke voorbereiding van de bijeenkomsten.
4. Bescherm in de roosters tijd en ruimte voor de wekelijkse bijeenkomsten, zodat iedere deelnemer altijd kan meedoen.
5. Laat de groep zelf de doelen en werkwijze vaststellen, ook al leidt dit in de beginfase tot onzekerheid en ongemak.
6. Haal kennis en ervaring binnen: bespreek samen vakliteratuur, nodig deskundigen uit, bezoek websites en leg klasbezoeken af. Pluis met elkaar problemen in het leren van leerlingen uit, ontwerp werkwijzen en materialen, probeer ze uit en bespreek de resultaten met elkaar.
7. Zorg dat alle deelnemers zich welkom voelen. Veiligheid, gelijkwaardigheid en ruimte voor ieders inbreng zijn van belang. Accepteer de onzekerheid die vooral in het begin samengaat met die openheid.
8. Creëer flexibiliteit in het schoolcurriculum en de programma’s van de opleiding, inclusief de toetsing. Te strikte toetsing belemmert de deelnemers aan de leerateliers om onderzoekend te werken.
9. Maak de verspreiding van de resultaten onderdeel van het onderwijs- en personeelsbeleid, bijvoorbeeld door deelnemers aan de leerateliers zich te laten doorontwikkelen tot begeleider (van studenten, collega’s of een volgend leeratelier). Of geef ze een taak in het praktijkonderzoek en de onderwijsontwikkeling in de school; selecteer goed voor wie het leeratelier een geschikte vorm van professionalisering is.
10. Geef publiciteit aan de leerateliers, zodat er een breder draagvlak ontstaat: denk aan interne nieuwsbrieven en websites. Zo creëer je een gevoel van urgentie binnen en buiten de school en de opleiding.


Maaike Koopman e.a., Samenwerken aan onderwijsonderzoek in leerateliers. NRO praktijkgericht onderzoek (projectnummer 405-17-630/3170), 2017-2020.

 

Dit artikel verscheen in Didactief, januari/februari 2021.

Click here to revoke the Cookie consent