Onderzoek

Kinderen met dyslexie horen te veel klanken

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 09-12-2013 Gewijzigd op 28-02-2017
Jonge kinderen met een risico op dyslexie hebben moeite bepaalde klanken te onderscheiden. Dat komt omdat ze meer klanken horen dan andere kinderen, blijkt uit Nijmeegs onderzoek. Dit biedt aanknopingspunten voor vroege signalering van dyslexie.  

Al langer is bekend dat dyslexie erfelijk is. De Nijmeegse promovendus Mark Noordenbos gebruikte die wetenschap om verder door te dringen in het wezen van dyslexie. Mogelijk, zo was zijn hypothese, lijken dyslectici op pasgeboren baby’s. In hun eerste levensmaanden kunnen baby’s klanken in bijna alle talen op de wereld onderscheiden, van Chinees tot en met Nederlands, maar binnen een jaar hebben ze zich aangepast aan de moedertaal en horen ze alleen nog maar de voor hun eigen taal relevante klankverschillen. Kinderen met dyslexie behouden mogelijk de aangeboren universele klankgevoeligheid.

Om dat na te gaan liet hij jonge kinderen (5-6 jaar) van ouders met en zonder dyslexie klanktestjes doen. Alle kinderen kregen klanken te horen uit hun eigen taal, maar af en toe een vergelijkbare ‘vreemde' klank. Uit EEG-metingen bleek dat de hersenen van kinderen zonder een risico op dyslexie geen verschil waarnamen tussen eigen en vreemde klanken. De hersenen van kinderen van dyslectische ouders daarentegen, maakten wel onderscheid. Vergelijkbare fonologische verwerkingsproblemen vond Noordenbos ook in EEG-metingen bij volwassen met dyslexie. ‘Het lijkt erop alsof mensen met dyslexie een filter missen. Ze signaleren verschillen tussen klanken die niet relevant zijn’, vertelt Noordenbos. 

Deze te grote klankgevoeligheid kan het (leren) lezen bemoeilijken. ‘Deze kinderen hebben meer moeite met het koppelen van klanken aan letters omdat ze meer klanken onderscheiden dan nodig is.’ Zijn resultaten kunnen benut worden om dyslexie eerder te diagnosticeren. Nu kan dat pas vanaf zeven jaar, als kinderen al lezen en hun leesvaardigheden achter blijven bij die van klasgenoten. ‘Bij vroegere diagnose kunnen deze kinderen eerder extra aandacht krijgen en lopen ze minder achterstand op.’ Zover is het nog niet, er is nog meer onderzoek nodig naar individuele verschillen tussen kinderen. 

Dyslexie kan nu pas gediagnosticeerd worden als kinderen al lezen (vanaf 7 jaar) en
Mark Noordenbos, Phonological representations in dyslexia: Underspecified or overspecified? Proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen, 2013.

Dit artikel verscheen in de rubriek Onderzoek Kort in Didactief, december 2013.