Interview

In de biotoop van Robert Jansen

Tekst Paulien de Jong
Gepubliceerd op 27-01-2021 Gewijzigd op 26-01-2021
De spontaniteit, ontwapenende opmerkingen, en kinderen die je ineens een knuffel komen geven. Zij-instromer Robert Jansen weet na een jaar zeker dat hij de juiste switch heeft gemaakt.

                                                              'De Zij-instromer'

Terwijl lerarentekortaanjager Merel van Vroonhoven in de Tweede Kamer meldt dat de lerarenopleiding voor zij-instromers beter moet aansluiten bij de volwassen doelgroep, bezoek ik Robert Jansen (37). Vader van twee kinderen en járen werkervaring in de pocket als fysiotherapeut. Een zij-instromer die aardig past in het profiel dat Van Vroonhoven schetst (‘Laat mensen van in de veertig geen eindeloze zelfevaluaties invullen. Schrap al het overbodige.’). 

‘Goed initiatief,’ vindt Jansen. ‘Daar heb ik het met medestudenten regelmatig over.’ Bepaalde vakken, zoals beeldende vorming, schrijfonderwijs en kleutergym, zouden best geschrapt mogen worden. ‘Bij ons aan de Hogeschool van Amsterdam kun je wel vrijstelling vragen voor vakken als je de kennis door opleidingen of werk hebt opgedaan. Lukt vrijstelling niet, dan bestaat de mogelijkheid om de lessen niet te volgen, maar alleen de toets te maken.’ Bij Jansen is dat niet enorm aan de orde, al loopt hij wel aan tegen een andere muur: het kleuteronderwijs. ‘Mijn hart ligt bij leerlingen in de midden- en bovenbouw, niet bij het jonge kind.’ Toch zijn de kleutervakken en opdrachten met vier- en vijfjarigen verplichte kost, een voorwaarde om de eindtoets te halen. Als je het Jansen vraagt, komen er aparte routes. ‘Je kiest voor leraar worden in de onderbouw óf in de midden-/bovenbouw.’ Met deze knip zijn de politiek en de pabo’s al jaren zoet, maar door het lerarentekort zijn ze terughoudend. En die redenering snapt Jansen wel.
 

"Kleuterstage? Mijn hart ligt bij midden- en bovenbouw"


Gesprekje op de gang

Sinds dit schooljaar staat ‘meester Rob’ tweeënhalve dag voor groep 5 en volgt hij twee dagen lessen aan de pabo. De eerste maanden nog in Amsterdam, sinds corona vooral vanuit huis.

Het is maandagmiddag, nog een half uurtje voordat de bel gaat op zijn school, De Pionier in Wormerveer. Tijd voor de Kiva-les, een anti-pestprogramma, waar het vandaag gaat over de verschillen tussen pesten, plagen en ruzie maken. Zeventien leerlingen gaan in groepjes uiteen om de verschillende situaties na te spelen. Al tijdens het vormen van groepjes gaat het mis. Een jongen is in tranen. ‘Ik vroeg om een toneelstukje,’ reageert Jansen kalm. ‘Maar volgens mij hebben we een echte situatie.’ Hij loopt naar de jongen toe, vraagt wat er aan de hand is en betrekt de klas erbij om hier samen van te leren. ‘Ga eens zitten mensen, wat denken jullie? Is dit pesten, plagen of ruzie? Ruzie? Waarom denk je dat? Wat zou je doen als je ruzie hebt? Wie heeft er een tip? Wat hád hij kunnen doen voordat hij ging huilen?’ Er volgen suggesties van klasgenoten, van even uit elkaar gaan tot negeren. De tips helpen niet. Sterker nog, ook een andere jongen begint te huilen. Waarop Jansen de twee meeneemt voor een gesprekje op de gang.

‘Het was eigenlijk al sinds de middagpauze onrustig in de klas,’ zegt hij als de school uit is. ‘Soms gebeurt er iets op het schoolplein tussen kinderen, wat dan de rest van de middag voelbaar is in de klas. Zo’n middag was het.’



Meer klassenmanagement

Robert Jansen – vader politieagent, moeder pedicure – maakte vorig jaar zijn carrièreswitch. Na veertien jaar fysiotherapie was de koek op. ‘Ik vond het werk eentonig worden en niet zo betekenisvol meer.’ De pabo kwam niet uit de lucht vallen, het was op de havo zijn tweede keuze. ‘Mijn leven stond toen in het teken van schaatsen. Voor een topsporter die vooral druk is met zichzelf, matcht fysiotherapie beter.’

Jansen twijfelde al een paar jaar over zijn werk, maar concrete actie ondernam hij nooit, totdat hij een mooi interview las met een zij-instromer uit zijn woonplaats Uitgeest. Vlak daarna bezocht hij een voorlichtingsavond van Zaan Primair voor zij-instromers. Jansen schreef zich in, slaagde voor het assessment en ging op banenjacht. Hij solliciteerde bij twee scholen en koos uiteindelijk voor De Pionier, een buurtschool met zo’n tweehonderd leerlingen. Veel van hen hebben leer- en gedragsproblemen, taalachterstanden of een lagere sociaal-economische status.



De klas van Robert Jansen leert van een echte situatie: ‘Wat denken jullie? Is dit pesten, plagen of ruzie?’


Is dat niet een beetje té pittig voor een zij-instromende leraar? ‘Tja, in het begin zeker. Mijn eerste uren voor de klas, groep 8 – de lastigste van de school – waren ingewikkeld. Door omstandigheden stond ik er een week alleen voor. Het was struggelen. Ik was alleen maar bezig met het pedagogisch klimaat, aan het didactische deel kwam ik niet toe.’ Dat is ook iets wat in de opleiding voor zij-instromers verbeterd mag worden, denkt Jansen. ‘Stop in de eerste weken meer klassenmanagement. Je klas op orde hebben is toch een voorwaarde om les te kunnen geven.’

Toen hij na vier maanden meeliep met groep 6/7 trof hij een gestructureerde klas, en dát was leuk omdat hij de impact van een goede les ervoer. ‘Dat je echt iets positiefs kan bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, niet alleen door taal en rekenen maar ook door te vertellen over de wereld en hoe je met elkaar omgaat.’

Jansen staat nog steeds achter zijn keuze voor deze school. ‘Hier kan ik iets toevoegen, van betekenis zijn. Het verschil maken voor kinderen uit gezinnen waar veel schreeuwend wordt “opgelost” en een internetverbinding of lunch mee naar school niet vanzelfsprekend is.’


Robert Jansen: "Leer zij-instromers in de eerste weken van hun opleiding meer over klassenmanagement."



Levenservaring

Lerarentekortaanjager en zij-instromer Van Vroonhoven noemt zichzelf ‘ervaren beginner’. Jansen herkent zich daar wel in. ‘Ik ben een beginner in het onderwijs, maar heb twintig jaar meer levenservaring dan toen ik net van de havo kwam en eigenlijk zelf nog een kind was. Ik weet zeker dat ik al was afgehaakt na de kleuterstages op de pabo.’

En Jansen heeft het getroffen met De Pionier: ‘Ik word niet in het diepe gegooid. Ik heb veel aan de leraar die mijn groep vorig jaar had, onze directeur en zorgcoördinator Els, die mijn persoonlijke vraagbaak is. Er wordt op een prettige manier op me gelet. Of het nu gaat om de eerste Cito’s afnemen of het maken van een best ingewikkeld groepsplan. Iedereen is hier altijd bereid me verder te helpen.’

 

Dit interview verscheen in Didactief, januari/februari 2021.

Click here to revoke the Cookie consent