‘Ik was dertien toen ik begon met dichten. Dat waren veel Sinterklaasrijmpjes hoor. Ik vond ze zelf weliswaar heel mooi, maar liet ze aan niemand lezen. Zelfs niet aan het meisje voor wie ik ze schreef.’ Arjen Boswijk (xx) vertelt enthousiast over zijn eerste stappen als jonge dichter. Een tijd lang wist hij niet wat hij wilde worden, maar op de Pedagogische Academie in Assen zag hij het licht, tijdens een college jeugdliteratuur. ‘Het ging niet over poëzie vóór kinderen, maar over het schrijven van poëzie mét kinderen. Ik was verbijsterd. Ineens wist ik het: ik wil onderwijzer worden, maar ik wil nog méér. Ik wil van mijn hobby, het spelen met taal, mijn speerpunt maken.’

Drieëndertig...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.