Interview

Goede (zoek)vraag!

Tekst Ankie Lok
Gepubliceerd op 10-11-2022 Gewijzigd op 09-11-2022
Beeld DE BEELDREDAKTIE
Tik de naam van een beroemdheid in op Google en je krijgt miljoenen zoekresultaten. Hoe selecteer je daaruit bruikbare informatie? Op de Dr. De Visserschool in Breda leert groep 8 een goede zoekvraag te stellen en kritisch naar bronnen te kijken.

‘Hoe kon Dzjengis Khan zo machtig worden?’ De vraag die Bas van den Brand (adviseur Digitalig bij onderwijsadviesbureau Edux) stelt, doet de klas stilvallen. ‘Dit is een willen-wetenvraag, waarop we het antwoord niet zomaar paraat hebben en waar we meerdere bronnen voor nodig hebben. Een uitzoekvraag dus.’ Hij klikt op het digibord naar het volgende voorbeeld: ‘Hoeveel calorieën zitten er in een hamburger?’ Dat is een opzoekvraag. Nou, laten we meteen eens kijken op internet. 178 kilocalorieën, volgens het Voedingscentrum, kijk, dat is meteen een van de eerste zoekresultaten en een betrouwbare bron. Klaar dus, we hebben de vraag beantwoord.’
Maar bij Dzjengis Khan zal de klas verder op onderzoek uit moeten en websites met elkaar vergelijken, legt Van den Brand uit. ‘Zullen we beginnen met kleinere vragen die ons op weg helpen?’ De leerlingen denken na, Van den Brand verzamelt de vragen – hoe oud was Dzjengis Khan, welke landen had hij veroverd, hoe groot was zijn rijk? ‘Heel goed. Dat helpt ons om antwoord te geven op de uitzoekvraag.’ Terwijl leerkracht Femke ’t Hoen rondloopt, gaan de leerlingen een halfuurtje aan de slag met een uitzoekvraag en deelvragen over een beroemdheid naar keuze, zoals Michael Jackson of Anne Frank.


Big 6-model

Waar de klas mee bezig is, valt onder informatievaardigheden, vertellen ’t Hoen en haar collega en ICT-coördinator Leonie van Bergen. ‘En dat is eigenlijk een studievaardigheid. Straks in het voortgezet onderwijs of als ze een spreekbeurt geven, moeten ze ook weten hoe ze een goede uitzoekvraag formuleren.’ De Dr. De Visserschool werkt al drie jaar met ICT-ateliers, vanaf groep 1/2, twee keer per schooljaar gedurende zes weken. Van Bergen: ‘Daarin besteden we aandacht aan de hoofdthema’s van digitale geletterdheid: mediawijsheid, ICT-basisvaardigheden, computationeel denken, maar ook informatievaardigheden. Alleen is dat laatste veel breder dan ICT. We wilden alle leraren daar meer verdieping in geven, met handvatten voor alle vakken.’ De school riep de expertise in van Van den Brand, die op basis van de stappen in het Big 6-model van informatievaardigheden (Eisenberg en Berkowitz, 1987) directe-instructielessen en co-teaching op poten zette, geïntegreerd in lessen wereldoriëntatie in groep 8. Juist door digitale geletterdheid te koppelen aan andere vakgebieden, zoals wereldoriëntatie of taal, maak je het voor je team behapbaar, stelt hij.
Een week later schuift Van den Brand weer aan in de klas. De leerlingen hebben hun zoekstrategie bepaald, ze weten welke zoekmachine ze willen gebruiken – Google of bijvoorbeeld de kinderzoekmachine Koekeltjes – en welke zoekwoorden ze kunnen intikken. ‘Fact of fake,’ begint Van den Brand, ‘hoe kom je daar achter?’ Een leerling stelt voor om informatie op verschillende websites met elkaar te vergelijken. ‘Prima idee. En is het duidelijk wie de informatie heeft geschreven, kun je de auteur bekijken? Hier onderaan op Wikipedia kun je ook nog zien wanneer deze pagina voor het laatst is bijgewerkt.’ ’t Hoen loopt weer rond en vult aan: ‘Zie je dat vette woordje bij die eerste zoekresultaten op jouw scherm? Dat zijn dus advertenties. Maar zulke websites hebben een ander doel.’
Door dit uit te spellen help je leerlingen om doelgerichter te zoeken, constateren de leerkrachten. Van Bergen: ‘Anders pakken ze op Google vaak gewoon het eerste zoekresultaat. Maar die geeft lang niet altijd de meest bruikbare informatie.’ Tijdens de les maakt ’t Hoen handig gebruik van tools zoals Brainy (isbrainy.nl), waar onder meer een checklist in zit om te bepalen of een bron betrouwbaar is.


In je eigen woorden

In de derde les waarin Van den Brand zich tot de leerlingen richt, gaat het over het verwerken van de gevonden informatie en deze omzetten in je eigen woorden. ‘Begrijp je de betekenis, kun je het uitleggen aan een ander? Niet alles? Zoek onbekende woorden dan op in het woordenboek, dat kan trouwens ook online.’ Via Mentimeter speelt Van den Brand een synoniemenspel met de groep. ‘Equipage, dat is een moeilijk woord. Stel dat ik in mijn presentatie vertel: “De equipage is ingedeeld in ploegen”, want dat heb ik zo van een website over onderzeeboten overgenomen, dan sta ik voor gek als ik niet kan uitleggen wat dat betekent. Bemanning, precies! Dat snappen we wel. Gebruik dan dat woord.’

'Door informatie-
vaardigheden te
verweven in de les is
het geen extra taak'

Om de presentatie nog levendiger te maken, gaan de leerlingen in de lessen erna in duo’s aan de slag met een ‘beleefmuseum’ over hun wereldster. Daarin beantwoorden ze hun uitzoekvraag, maar mogen ze ook materiaal laten zien of horen. Zo laat een duo op een keyboard zien hoe je een liedje van de Beatles speelt en mogen klasgenoten dat ook uitproberen. Ze hebben ook een poster en een elpee meegenomen.
Door informatievaardigheden zo te verweven in lessen wereldoriëntatie is het geen extra taak, maar een verdieping van de les en van de gebruikte methode, vindt Van Bergen. ‘Zorg wel dat je het samen kunt doen met collega’s die een beetje ICT-minded zijn.’ Wendy Braat, collega van Van den Brand bij Edux, ziet dat dit goed werkt op de Dr. De Visserschool en ook in de ICT-ateliers: ‘Werk samen en gebruik elkaars expertise. Op veel scholen is het versnipperd: de ene leraar is graag online en is heel bedreven in ICT- en informatievaardigheden, terwijl in een andere klas nog weinig gebeurt. Probeer dat meer gelijk te trekken door je team en door de lessen heen, zodat je alle leerlingen vaardiger maakt.’
 

Zoek-tips

  • Kinderen groeien op met internet, die weten toch wel hoe ze informatie moeten zoeken? Niet vanzelfsprekend, blijkt uit onderzoek (zie onder meer de Leerlingmonitor digitale geletterdheid, Kennisnet, 2020). We laten leerlingen maar weinig stilstaan bij een goede vraag (en deelvragen) als startschot voor hun zoektocht naar informatie. Laat ze het verschil ervaren tussen opzoeken (kale feiten) en uitzoeken (feiten met elkaar in verband brengen, zie tips en gratis lesmateriaal over informatievaardigheden op: https://informatievaardigheden.debibliotheekopschool.nl).

  • Zoektermen doen ertoe: hoe preciezer de zoekopdracht, hoe passender de informatie. Leer kinderen bijvoorbeeld om in een zoekmachine (Google, of bijvoorbeeld het kindvriendelijke Koekeltjes) altijd minimaal twee zoektermen in te voeren.

  • Informatievaardigheden: nóg een vak erbij? Nee hoor. Koppel deze vaardigheden aan bijvoorbeeld begrijpend lezen of wereldoriëntatie. Dan leer je leerlingen in een betekenisvolle context om beter te worden in het zoeken en vinden van informatie.

 

Dit artikel verscheen in de Edux-special van Didactief, november 2022.

Click here to revoke the Cookie consent