Interview

Geld + puberbrein = risky business

Tekst Winnifred Jelier
Gepubliceerd op 04-03-2021 Gewijzigd op 03-03-2021
Beeld Shutterstock
Jongeren vinden het vaak lastig om impulsen te beheersen en zijn extra gevoelig voor beloningen, blijkt uit breinonderzoek. Goed met geld omgaan kan daardoor uitdagend zijn, vooral zodra jongeren achttien worden en zelfstandig geld mogen lenen, vertelt Barbara Braams, hersenonderzoeker bij de Vrije Universiteit Amsterdam.


Jongeren beseffen vaak goed hoe verantwoord geldgebruik eruit ziet. Maar lopen ze met hun vrienden door de stad en zien ze een mooie jas in een etalage, dan is het een ander verhaal. Plotseling lijkt alles wat ze weten als sneeuw voor de zon verdwenen en zijn ze honderden euro’s lichter. Hoe komt dat? Hersenonderzoeker Barbara Braams stelde vragen als deze centraal in haar onderzoek naar risicogedrag onder jongeren en verzamelde de belangrijkste inzichten in haar boek Het riskante brein (2017).
 

Waarom is er soms zo’n kloof tussen wat jongeren weten en wat ze doen?
‘Bij jongeren is de prefrontale cortex nog niet helemaal uitontwikkeld. Dat is precies het deel in de hersenen dat verantwoordelijk is voor de executieve functies, zoals vooruit plannen, impulsbeheersing, het werkgeheugen en flexibiliteit. Tegelijkertijd is het beloningscentrum actiever dan ooit en laten jongeren zich extra snel verleiden tot bijvoorbeeld de aanschaf van een nieuwe jas. Ze weten vaak best dat iets misschien niet zo’n verstandig idee is, maar onder bepaalde omstandigheden vinden ze het lastig om hun impulsen onder controle te houden en zwichten ze gemakkelijk voor beloningen op de korte termijn. Ook volwassenen gaan soms natuurlijk overstag door iets moois in de etalage of een reclame op televisie, maar lang niet zo vaak als jongeren.’
 

‘Bij pubers is het beloningscentrum actiever dan ooit’


Als het brein bij jongeren zo volop in ontwikkeling is, heeft het dan wel zin om ze thuis of op school verantwoordelijk gedrag bij te brengen?
‘Het heeft absoluut zin om met jongeren te oefenen hoe je bijvoorbeeld goed met geld omgaat en ze te confronteren met mogelijke negatieve gevolgen van hun gedrag. Maar hoe intensief je jongeren moet begeleiden, valt op basis van hersenonderzoek niet te zeggen. Dat kan sterk per jongere verschillen.’

U kunt niet op basis van een hersenscan zien of een jongere vatbaar is voor excessieve uitgaven of financieel wangedrag?
‘Met hersenonderzoek kun je alleen over grote groepen uitspraken doen en niet over individuen. Zo weten we dat de impulsbeheersing van jongeren op hun 18e sterk in ontwikkeling is. Ondertussen krijgen ze vanaf die leeftijd wel veel eigen verantwoordelijkheid toebedeeld. We moeten als samenleving afwegen of dat altijd even verstandig is.’
 

Welke risico’s ziet u bijvoorbeeld als het gaat om geldgebruik?
‘Jongeren kunnen nu op hun 18e zelfstandig een lening afsluiten, ze mogen rood staan en kunnen producten kopen of abonnementen afsluiten waarvoor ze pas later moeten betalen. Daarvoor hoef je niet naar de bank, dat kan gewoon via je mobiel. Juist voor jongeren kan dit een uitdagende situatie opleveren, weten we uit hersenonderzoek. Als wetenschappers informeren we beleidsmakers en politici hierover, zodat zij kunnen kijken welke andere wetgeving mogelijk is.’
 

‘Impulsbeheersing is op je 18e sterk in ontwikkeling’


Heeft breinonderzoek wel eens tot nieuwe maatregelen geleid?
‘Niet op het gebied van financiën. Wel zijn in het strafrecht aanpassingen gemaakt voor jongvolwassenen die een misdaad hebben begaan. Zij kunnen nog onder het adolescentenrecht berecht worden wanneer het om zaken gaat waarin impulsbeheersing een belangrijke rol speelt.’

Wat kunnen we doen om jongeren te helpen?
‘Actief financiële kennis en vaardigheden bijbrengen. Nu weten jongeren als ze 18 worden soms niet wat er op een salarisstrookje staat of waarom je een belastingaangifte doet terwijl ze daar wel mee te maken krijgen. Bij het kenniscentrum Nibud kun je als ouder of leraar terecht voor concrete adviezen. Zo kun je als ouder maandelijks in plaats van wekelijks zakgeld geven, zodat jongeren zelf uitgaven bewust moeten spreiden of anders na een week niets meer kunnen kopen. Op die manier laat je ze wennen aan het idee dat ze geld krijgen waar ze langere tijd mee moeten doen.’
 

Sommige jongeren laten zich gebruiken als ‘geldezel’, ze stellen hun bankrekening beschikbaar aan criminelen in ruil voor een vergoeding. Is dat gedrag ook herleidbaar tot hun brein?
‘Bij geldezels kunnen allerlei factoren een rol spelen. Die jongeren beseffen misschien niet goed wat er gebeurt of ze hebben zich laten overhalen door vrienden en doen het alleen om erbij te horen. Uitkomsten van hersenonderzoek kunnen hier geen houvast bieden. Te veel andere factoren zijn mogelijk van invloed.’
 

Barbara Braams, "Adolescent risk taking: the influence of pubertal development, neural responses to rewards and social context." Proefschrift Universiteit Leiden, 2017.


Dit interview verscheen in de Special 'Financiële Geletterdheid' van Didactief, maart 2021

Click here to revoke the Cookie consent