Het debat over artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs), dat recent weer is opgelaaid na de perikelen op het orthodox-islamitische Cornelius Haga Lyceum, raakt ook de orthodox-protestantse scholen. Meer dan 7% van de basis- en ruim 5% van de middelbare scholen is reformatorisch, gereformeerd-vrijgemaakt, evangelisch of orthodox protestants-christelijk (in totaal circa 500 scholen). Ook bij deze scholen botsen de normen in de samenleving – die van de seculier-liberale meerderheid in Nederland – met die van een orthodox-religieuze minderheid. Daarnaast raken ook binnen orthodox-protestantse scholen religieuze en culturele normen steeds vaker met elkaar in conflict, waarbij schoolbesturen en werknemers allebei een beroep doen op mensenrechten. Zo is het identiteitsgebonden personeelsbeleid op orthodox-protestantse scholen in relatie tot...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.