Onderzoek

Doorpakken met formatief toetsen

Tekst Judith Gulikers en Liesbeth Baartman
Gepubliceerd op 31-10-2017 Gewijzigd op 05-03-2018
Beeld Shutterstock en Human Touch Photography
Hoe kun je beter formatief evalueren? Doorloop een samenhangende cyclus, vanuit leerdoelen en met gerichte feedback.  

De Facebookgroep Actief leren zonder cijfers telt ruim 5.600 leden en groeit nog steeds. De meeste leerkrachten hebben inmiddels wel door dat formatief toetsen de onderwijskwaliteit flink kan verbeteren. Toch komt de implementatie in de klas maar moeilijk van de grond. Waar ligt dat aan? Om deze vraag te beantwoorden hebben we via een review onderzocht welk gedrag docenten concreet laten zien in de klas wanneer zij effectief formatief toetsen. En wat kan er nog beter?

Vijf fasen

We hebben 106 studies over concreet docentgedrag in de klas geanalyseerd. Als leidraad hebben we een formatieve toetscyclus (FT-cyclus) gebruikt, gebaseerd op een combinatie van verschillende formatieve toetsmodellen. Onze FT-cyclus bestaat uit vijf fasen:

1. Verwachtingen verhelderen.
2. Leerlingen reacties ontlokken en deze verzamelen.
3. De reacties analyseren en interpreteren.
4. Communiceren met leerlingen over de resultaten.
5. Vervolgacties ondernemen en onderwijs en leren aanpassen.

Dit model gaat dus verder dan vooral feedback geven, wat vaak wordt gezien als de kern van formatief toetsen. Een docent die goed feedback geeft, doet aan formatief toetsen. Maar formatief toetsen is meer dan dat. Als feedback niet doelgericht is en niet gebaseerd op een analyse, heeft het weinig zin.
Opvallend is dat docenten in geen enkele van de 106 studies het hele formatieve toetsproces doorlopen en de FT-fasen dus niet in samenhang inzetten. We zien wel vaak een ‘kleine cyclus’, waarin ze leerlingen reacties ontlokken (fase 2), deze analyseren en interpreteren (fase 3), en vervolgacties ondernemen (fase 5). Werken vanuit concrete leerdoelen (fase 1) en doelgericht feedback geven (fase 4) ontbreken vaak of zijn impliciet.

Sla je slag
Als je als leraar formatief toetsen beter wilt inzetten, valt de grootste slag te slaan in het professionaliseren in de hele FT-cyclus: bekwaam worden in het samenhangend uitvoeren van alle vijf fasen. Hoe zien die vijf fasen er uit in jouw klas en vakgebied en met jouw leerlingen? Vooral de laatste fase vraagt meer aandacht: goede didactische vervolgacties kunnen kiezen en vormgeven. Hoe doe je dat precies? De huidige aandacht voor differentiatie en maatwerk sluit hierbij aan. Als je die verbindt aan de formatieve toetscyclus en professionalisering hierin, kan formatief toetsen nog meer opleveren.

Goede vragen

Wanneer we de verschillende fasen nader bekijken, valt op dat docenten die helder zicht hebben op de kennisontwikkeling en misconcepties van leerlingen, formatieve toetsing beter vormgeven in de eerste fase (verwachtingen verhelderen). In fase 2 weten effectieve docenten op veel verschillende manieren informatie van leerlingen te verzamelen. Dit doen zij vaak tussen de bedrijven door en informeel, door goede vragen te stellen. Ook vragen zij door in klassikale discussies, waarbij ze zijn gericht op dieper begrip en (mis)concepties in plaats van op alleen het goede antwoord.

Laat leerling meedenken

Docenten analyseren en interpreteren meestal niet doelbewust en besteden weinig tijd aan de analyse van de antwoorden van leerlingen (fase 3). Ook reageren ze veelal op hun gevoel in plaats van op basis van een analyse en communiceren ze weinig doelgericht met hun leerlingen over de resultaten (fase 4). Effectieve docenten verbinden feedback aan de leerdoelen (fase 1) en de reacties van de leerlingen (fase 2 en 3) en geven vooral feedback op aspecten waarin de leerling zich kan verbeteren.
Hoewel docenten fase 5 doorgaans wel doorlopen, krijgt deze in de onderzochte artikelen weinig expliciete aandacht, alsof leerlingen vanzelf van hun resultaten moeten leren. Docenten vinden het aanpassen van hun instructie de moeilijkste stap (fase 5), wat aansluit bij wat we weten over de problemen die docenten ervaren met differentiëren. Ze passen in fase 5 vaak reteaching toe (nog een keer vertellen) of pacing (vertragen of versnellen). We vonden slechts enkele concrete voorbeelden van docenten die effectief hun eigen instructie aanpassen (fase 5) op basis van de analyse van de resultaten van leerlingen (fase 3). Zij gebruiken met name de talenten van leerlingen en laten ze meedenken over wat, en hoe, ze de volgende les willen leren.

Kennis of zelfsturing?

Hoewel er nog weinig bewijs is voor de invloed van formatief toetsen op leerlingen, blijkt wel uit onze review welke effecten docenten bij leerlingen willen bereiken. Die doelen blijkt gevolgen te hebben voor de FT-cyclus. Docenten die formatief toetsen inzetten om de kennisontwikkeling van leerlingen te stimuleren, bijvoorbeeld als voorbereiding op een toets voor een cijfer, geven de formatieve cyclus anders vorm dan docenten die zelfregulatie en autonomie bij leerlingen willen stimuleren. In het eerste geval (kennisontwikkeling) gebruiken ze veelal de ‘kleine FT-cyclus’ herhaaldelijk (leerlingen reacties ontlokken en deze verzamelen, de reacties analyseren en interpreteren, om daarna meteen door te gaan naar de laatste fase, het onderwijs en leren aanpassen).
Docenten die door formatief toetsen zelfsturing en autonomie willen stimuleren, stellen naast (vak)inhoudelijke leerdoelen vooral leerdoelen over participatie, de rol van de leerling en autonomie. Daarnaast betrekken zij leerlingen gestructureerd bij alle fasen van de FT-cyclus. Dus niet: ‘ga maar leerdoelen formuleren’ of ‘geef elkaar feedback’, maar laat leerlingen bijvoorbeeld expliciet maken hoe ze hun eigen leerproces in kaart gaan brengen. Of laat ze elkaar aan de hand van een rubric vertellen wat er goed en minder goed ging. De doelen van formatief toetsen kunnen, kortom, heel verschillend zijn. Vraag je als leraar daarom altijd af voor welk doel jij formatief toetsen precies wilt inzetten: dit vraagt om specifiek gedrag van jouzelf als docent en van je leerlingen.

Judith Gulikers en Liesbeth Baartman, Doelgericht professionaliseren: formatief toetsen met effect! Wat DOET de docent in de klas? Wageningen University & Research/Hogeschool Utrecht, eindrapport overzichtsstudie NRO-PPO (NWO-projectnummer: 405-15-722), 2017.

Dit artikel verscheen in Didactief, novermber 2017.

Lees ook het bericht ´Effectief formatief evaueren door kleine stappen te zetten´op de website van het NRO.

Op de website zijn ook het eindrapport van het onderzoeksproject en posters over het 5-fasenmodel te vinden.

 

Bronvermelding

1 NRO projectpagina

Click here to revoke the Cookie consent