De meeste schoolsystemen hebben enige vorm van tracking, het sorteren van leerlingen naar capaciteiten en leerprestaties. In Nederland stromen leerlingen bijvoorbeeld na de basisschool uit naar diverse, van elkaar gescheiden onderwijsniveaus, meestal op verschillende (aparte) scholen (tracking). In andere landen, zoals Engeland en de VS, is tracking binnen een school of per schoolvak gangbaar.

Het voordeel van tracking is dat leraren hun instructie kunnen richten op een homogene groep. Maar een nadeel is dat leerlingen een verschillend curriculum en dus ongelijke kansen krijgen. Bovendien zitten in de lagere tracks disproportioneel veel leerlingen met een migratieachtergrond of uit arbeidersgezinnen en zitten de beste leraren in de hoogste tracks. Daarom geldt detracking internationaal als middel voor meer kansengelijkheid.

...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.