Interview

'Bij elkaar afkijken mag'

Tekst Paulien de Jong
Gepubliceerd op 30-04-2013 Gewijzigd op 25-08-2017
Beeld De Beeldredaktie
Hoe kun je als schoolleider sturen op effectievere lessen, waaruit leerlingen én docenten meer resultaat halen? Onderling lesbezoek, filmfragmenten en een nieuwe observatielijst bieden houvast op het Sint Bonifatiuscollege in Utrecht.

Waarom had ‘het Boni’ behoefte aan sturen op effectievere lessen?

Rector Tiny Uijttewaal: ‘Ons motto is: iedere les moet ertoe doen en tot het einde effectief zijn. Tijdens lesbezoeken zagen we als schoolleiders allemaal hetzelfde: het begin van de lessen is voortvarend, maar in het laatste deel zijn leerlingen niet voldoende actief. Bij uitleg wordt nog wel geluisterd, maar bij het inoefenen haken er veel af. Daar viel winst te behalen. Dus observeerden we tijdens lesbezoek wat docenten doen om leerlingen te activeren. Bij de nabespreking zochten we naar houvast om situaties bespreekbaar te maken met behulp van een lesobservatieformulier. Maar we kwamen moeizaam tot een standaard. ’

Iedereen vond iets anders belangrijk?
‘Daar leek het aanvankelijk op, maar bij het aanpassen van de observatielijsten en het observeren van de filmfragmenten van de lessen, merkten we dat we feitelijk allemaal hetzelfde belangrijk vinden: zorgen dat leerlingen bij de les betrokken zijn, actief leren en maken dat iedere les ertoe doet.’

Aanpassen van de observatielijsten? Filmfragmenten?
‘Ja, dat waren hulpmiddelen bij het leren observeren en nabespreken van effectief docentengedrag. We hebben de CED-Groep hierbij betrokken. Met tien schoolleiders bezochten we ieder vijf lessen en per persoon zijn er drie nabesproken. Er zijn ook filmfragmenten gemaakt. Op basis van deze films zijn we ons gaan oriënteren: wat is nu effectief docentgedrag? Wat is sterk pedagogisch/didactisch handelen? Onze bevindingen vormden de basis voor de op te stellen observatielijst “Effectief docentengedrag”. Ook zijn we concreet gaan oefenen hoe je een les goed nabespreekt. Via filmfragmenten van lessen in onder- en bovenbouw keken we wat een les goed, effectief maakt en daar gingen we docenten op sturen/in begeleiden.’

En?

(het constateren van wat je ziet en wat het zou moeten zijn enerzijds en er iets aan doen anderzijds wordt nauwelijks uit elkaar getrokken hierboven, het gaat niet alleen over beoordelen maar ook over verbeteren, dat komt dan helemaal onderaan, dat is jammer)´Leerlingen die tijdens een les zichtbaar worden geactiveerd, bij wie je ziet dat ze aan het leren zijn. Bijvoorbeeld: ik zie dat ze nu echt aan het oefenen zijn met de stof in groepjes, of: dat ze blokken op een nieuwe opdracht, ze denken mee na een centrale vraag van de docent. Dat soort kwesties zie je ook terugkomen in de observatielijst.’ 

Observeren was genoeg?
‘Nou, en wat hulp om wat je ziet te verbeteren o.i.d. Ja, met hulp van Monique Hoogduin van de CED-Groep. Ze constateerde geen grote drama’s, maar leerde bijvoorbeeld dat ‘klein corrigeren’ effectiever is dan op groepsniveau tot de orde roepen en dat een duidelijk begin en eind essentieel zijn bij lessen van vijftig minuten. Handreikingen die we kregen: Staat de docent bij de deur? Spoort hij de leerlingen aan - pak je spullen, niet schreeuwen, pak je tas vast uit - om ze op een rustige manier in de werkhouding te krijgen? Weet hij wie er zijn en wie afwezig? Nu letten we daar ook op. Zijn de eerste én de laatste tien minuten van de les goed begonnen en geëindigd?’ Lopen leraren actief rond, spreken ze leerlingen aan - wat doe je? Kom je eruit? - doen ze meer aan huiswerkcontrole? Dergelijke vragen hebben we ook in de observatielijst opgenomen.’

Wat gebeurt er als docenten onvoldoende effectief gedrag laten zien?

‘Dan spreken we duidelijke leerdoelen af in functioneringsgesprekken. Concreet zoals: ”Het is nodig dat ik meer variaties in werkvormen toepas en daarvoor ga ik een cursus volgen”. De schoolleiding komt daar in een volgend gesprek op terug. Wanneer we te weinig ontwikkeling zien, zetten we coachingstrajecten in.’

Hoe gaat u sturen op effectievere lessen? 

‘Door uitwisseling van best practices, ofwel: leren van elkaar. Zeker een beginnend docent heeft behoefte aan handreikingen en tips. Niet van de schoolleider, maar van ervaren collega’s en door veel te kijken naar een ander. Ter illustratie: een aantal (beginnende en ervaren) leraren is onderling gaan observeren. Daaruit is het ‘maatjesproject’ ontstaan. Twee docenten pakken gezamenlijk - in hun eigen tijd - een onderwerp op waar een van de twee tegenaan loopt, bijvoorbeeld: ‘hoe kan ik meer differentiëren?’ Op dit moment gaat ongeveer eenderde van de docenten zo’n twee tot vier keer per jaar bij elkaar op lesbezoek. Ook de schoolleider schuift aan. Gezamenlijk bespreken ze de les na. Wat gaat goed? Wat kan beter? Wat zou je meer willen zien? Bevindingen (over elkaar?) worden aan het eind van het jaar gerapporteerd en gepresenteerd aan het team en de schoolleider. Het streven is dat in 2014 alle docenten met een ‘maatje’ samenwerken en in gesprek zijn over hun lessen. Belangrijk daarbij is ook dat we elkaars kwaliteiten leren benoemen en bespreken hoe we die nog beter kunnen inzetten.’

Dat klinkt als een cultuurverandering en eventueel als klikken? kan probleem zijn, wordt nu wel heel romantisch gebracht.
‘Ik wil inderdaad toe naar een cultuur - en daarvoor zijn observatielijsten, filmfragmenten en nabesprekingen slechts een middel - waarin docenten meer bij elkaar op lesbezoek gaan en kijken wat er op de werkplek van hun collega gebeurt. Hoe geef je structuur aan een les die vijftig minuten duurt? Hoe kun je die tijd zo effectief mogelijk besteden? Zet de deur van je lokaal open. Doe iets samen met een collega om “de kunst van bij elkaar af te kijken”. De een geeft een college voor een groep van zestig, de ander is beter in het vervullen van een coachende rol mogen ze ook samen les gaan geven begrijp ik hieruit? vergt ruimte?. Samen lessen organiseren is ideaal, omdat je taken én aandacht onderling kunt verdelen. Het is inspirerend om andere invalshoeken en andere manieren van lesstof overbrengen te leren kennen. Noem het kruisbestuiving, waarbij je elkaars kwaliteiten benut.’

Hoe stimuleer je deze kruisbestuiving als schoolleider? Met andere woorden, hoe krijg je als schoolleider docenten zover dat ze op eigen initiatief én in hun eigen tijd bij elkaar op lesbezoek gaan?
‘Goede vraag. Om eerlijk te zijn, heb ik daar geen pasklaar antwoord op. Dat zijn de vragen waarmee we nog volop bezig zijn.’

Het Boni en sturen op effectief gedrag
Tijdens een traject voor schoolleiders met de CED-Groep, leerden vijf afdelingsleiders, drie conrectoren en een rector van het St. Bonifatiuscollege in Utrecht, RK scholengemeenschap voor gymnasium, atheneum en havo, beter sturen op effectief opbrengstgericht docentgedrag. Daarnaast leerden ze een focus bepalen: waar is voor deze docent makkelijk winst te halen? Tijdens de eerste bijeenkomst werd bovendien een observatielijst met effectief gedrag besproken en vastgelegd. Het ‘Boni’ telt 1450 leerlingen en 160 medewerkers.

Dit artikel is onderdeel van de Didactief-special Vaardig voor de groep (april 2013), die tot stand is gekomen in opdracht en met financiële bijdrage van CED-groep.

 

Verder lezen

1 Vaardig voor de groep

Click here to revoke the Cookie consent