“Grote mensen, oudere meisjes, winkels, tijdschriften, kranten, uithangborden: de hele wereld was het erover eens dat een blauwogige, goudharige, rozevellige pop de hartewens van ieder klein meisje was. ‘Kijk,’ zeiden ze, ‘dit is mooi, en als je het vandaag “verdient” krijg je hem.’ Ik betastte het gezicht en verbaasde me over de streepjeswenkbrauwen; ik peuterde aan de pareltandjes die als toetsen van een piano tussen de rode welvende lipjes geplakt zaten. Mijn vinger volgde het wipneusje, prikte in de glazen blauwe knikkerogen, draaide aan het gouden haar. Ik kon de pop niet liefhebben. Maar ik kon wel op onderzoek uitgaan om te zien wat de hele wereld voor ‘lief’ versleet.” (Morrison, 1984, p. 20)
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.