In de ban van Bildung

Tekst Gert Biesta
Gepubliceerd op 27-01-2017
Biesta, onze nieuwe columnist, schrijft over Bildung. 'De aandacht voor Bildung in het onderwijs is begrijpelijk, maar we moeten ons er niet op blindstaren. Andere pedagogische kernbegrippen zijn minstens zo waardevol.'

Het Nederlandse onderwijs is in de ban van Bildung. Er is een Bildungkalender, een Bildung Academie, onderwijs van laag tot hoog is met Bildung bezig, de minister noemde Bildung een topprioriteit, en er is een dik boek dat uitlegt wat Bildung is en waarom Bildung moet.

In Duitsland knippert niemand met de ogen als het om Bildung gaat, omdat het woord daar net zo alledaags is als het Nederlandse woord ‘onderwijs’. Maar als de Duitsers er iets nauwkeuriger naar kijken, willen ze eigenlijk liever niet aan Bildung worden herinnerd, omdat een onderwijssysteem dat zo vol zat met en zo vol was van Bildung niet bestand is gebleken tegen de ideologie van het nazisme. Bildung als een tandeloze tijger, zoals Marli Huijer het formuleerde.

Gert BiestaDat de aandacht voor Bildung begrijpelijk is, heeft vooral te maken met het onbehagen over een onderwijssysteem dat (inter)nationaal steeds weer in de richting van Ausbildung wordt gestuurd: meetbare opbrengsten in een klein aantal vakken. Bildung biedt een perspectief om het onderwijssysteem in balans te brengen: beschaafder, cultureler, meer historisch en filosofisch, en met meer aandacht voor de persoon van de leerling.

Daarbij moet Bildung ervoor waken niet ook zelf in de klauwen van de Ausbildung terecht te komen, bijvoorbeeld via het argument dat de kenniseconomie juist mensen nodig zou hebben die breed zijn gecultiveerd in plaats van smal geschoold. Wemoeten ervoor zorgen dat Bildung niet de zoveelste 21st century skill wordt. L’art pour l’art en dus eerst maar Bildung for Bildung’s sake.

Nederland is overigens een van de weinige landen die de zorgen rondom Ausbildung omzetten in aandacht voor Bildung. In het Engelse taalgebied zijn er wel pogingen ondernomen, (zie hier en hier) maar die zijn nooit echt tot ontwikkeling gekomen. Een Europese uitzondering is Noorwegen, waar zeer lijvige boekwerken over Bildung (dannelse) zijn verschenen (zie hier en hier).

Twee dingen vallen daar, maar ook in Nederland, op. Het eerste is dat iedereen een mening over Bildung lijkt te hebben en dat het vooral filosofen zijn, en niet pedagogen, die de discussie lijken te voeren. Is dat misschien omdat die laatsten de donkere kanten van de geschiedenis van Bildung te goed kennen?

Zorgwekkender is dat een ander kernbegrip uit de pedagogiek, Erziehung, opvallend afwezig is. Daardoor ontstaat de indruk dat Ausbildung en Bildung tegenovergestelde opties voor de vormgeving van het onderwijs zijn, maar dat is niet het geval. Ausbildung en Bildung zijn allebei loten van hetzelfde onderwijspedagogische project dat opvoeding en onderwijs als processen van cultivering beschouwt. Het voornaamste verschil is dat die cultivering bij Ausbildung in enge zin wordt opgevat en bij Bildung in brede zin, maar in beide gevallen gaat het om een proces waarin het individu door de interactie met het onderwijsaanbod iemand wordt – een identiteit verwerft.

De vraag van de Erziehung is echter een andere. Het is niet de vraag hoe een individu kan worden gecultiveerd, maar hoe dat individu als volwassen, zelf denkend, zelf handelend, en zelfverantwoordelijk subject kan verschijnen en in de wereld kan staan. Bildung belooft dit vaak wel, maar glijdt toch snel af naar de vraag welke kwaliteiten individuen allemaal zouden moeten verwerven of welke karaktereigenschappen zij idealiter ontwikkelen.

Dat is allemaal mooi en aardig in een samenleving die voldoende ruimte biedt voor een pluraliteit aan visies op goed leven en goed samenleven, maar het wordt een probleem als een bepaalde visie dominant wordt. Daar loopt Bildung tegen haar grenzen aan – zoals in nazi-Duitsland pijnlijk duidelijk werd – en wordt de vraag die Erziehung stelt ook maatschappelijk en politiek belangrijk. Nederland doet er goed aan dit verschil nog eens nauwkeurig in kaart te brengen, voordat het helemaal in de ban van de Bildung raakt.

 

Gert Biesta is verbonden aan Brunel University London en de Universiteit voor Humanistiek in Nederland en schrijft om de maand over onderwijs en pedagogiek.

Deze column verscheen in het januari/februarinummer van Didactief, 2017.

Een ogenblik geduld...

Gert Biesta

Prof. dr. Gert Biesta is als hoogleraar verbonden aan de Brunel University London en als bezoekend hoogleraar aan het NLA University College in Bergen (Noorwegen). Hij bezet de NIVOZ leerstoel voor de pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming aan de Universiteit voor Humanistiek. Biesta is geassocieerd lid van de Onderwijsraad.

Gerelateerde artikelen
Onderzoek

In de ban van de markt

31-03-2003
Schoolbegeleidingsdiensten bereiden zich voor op stelselwijziging Onderwijsbegeleiding wordt duurder als de diensten marktgerichter gaan werken.

Interview

In de biotoop van Trudie van de Kant

08-07-2015
De vrouw van de talen, zo mogen we Trudie van de Kant (53) wel noemen.

Onderzoek

De grote Bildung-enquête

30-09-2016
Het Bildungsideaal klinkt weer.