Zieke juf

Tekst Caroline Wisse-Weldam
Gepubliceerd op 08-03-2016
Caroline Wisse-Weldam - Tja, daar sta je dan, lig je dan eigenlijk. Compleet gevloerd. Alles doet pijn. Niet de onsterfelijke held uit een boek, geen leider met grootheidswaanzin, maar een rillerig, klein juffie, diep weggedoken onder de dekens. De griep is mijn huis niet voorbij gegaan. En nu kan ik geen les geven. Al twee weken niet en het lijkt er nog niet op dat ik komende week aan de slag kan. Pffff.

Ziek zijn heeft in het onderwijs grote gevolgen, althans dat denken de meeste docenten. Je uren vallen uit, waardoor er elk uur dertig leerlingen in de aula zitten of erger, je zadelt een collega op met een invaluur. Dat dit bij onze baan hoort, vergeten we voor het gemak. De achterstanden die leerlingen oplopen, lijken onoverkomelijk. De stress slaat toe. Dat je hierdoor minder snel herstelt, lijk je je niet te realiseren.
Ik heb elke week mijn klassen gemaild wat ze kunnen doen. Leerlingen uit mavo 2 kunnen hun presentatie voorbereiden, die uit mavo 3 hun boek van de Jonge Jury uitlezen en zich vast bezinnen op een Why I love this book-filmpje en mavo 4 kan de werkwijzer volgen. Ondertussen blijven de mails binnenkomen. Berichten als 'wie heeft mijn usb-stick gezien' doen me niets. Maar op berichten van de zorgcoördinator onderneem ik onmiddellijk actie: ik stel ouders op de hoogte, werk het OPP bij en zorg dat de teamleider en verzuimcoördinator op de hoogte zijn. Nu ik toch op de mail zit, beantwoord ik meteen wat vragen van collega's, evalueer ik de open dag, werk ik het sectieplan bij en stel ik naar aanleiding van een incident kritische vragen.
Als ik mijn computer sluit, val ik uitgeput in de kussens. Een uur later word ik wakker uit een onrustige slaap. Een slaap waarin school een hoofdrol speelde. Dit is niet goed. Ik ziek zo niet uit. Dit is volgens mij het probleem als je met mensen werkt in plaats van met producten. Tuurlijk, doe ik middagdutjes, kom ik mijn joggingbroek niet uit en Netflix ik. Maar ik check ook veel te vaak mijn mail en als ik mijn werkuren tel, schrik ik. De leerlingen zitten in mijn hart. Ik heb het mooiste beroep van de wereld, maar ook het beroep dat onder mijn huid zit.
Na een paar dagen thuis krijg ik het eerste mailtje van Ertüs. 'Juf, gaat het goed? Het is toch niet ernstig?' Wat lief! Ik verzeker hem dat alles goed komt en dat de juf gewoon moet uitzieken. Na een week volgen er meer mailtjes, de meeste via Magister verstuurd. Waar ik blijf, dat ze me missen en beterschap wensen. Zie je wel dat de leerlingen gewoon hun Magister-mail lezen? Haha, dat kan ik mooi tegen ze gebruiken als ze weer eens zeggen dat ze niet op de hoogte waren.
Dat ze de moeite nemen om mij te mailen, ontroert me. Na anderhalve week krijg ik een filmpje toegestuurd van mijn mentorklas, een stoere mavo 3. Ze zwaaien, lachen en roepen beterschap. De tranen springen in mijn ogen. Ik dank mijn collega vanuit mijn hart die deze moeite genomen heeft. De noodzaak om beter te worden is echt voelbaar. Ik word gemist. Dit is tevens mijn grootste valkuil: wie is belangrijker? De school met de meest geweldige leerlingen, maar ook een werkdruk waar je u tegen zegt, of ik, met een lijf dat pijn doet en nog lang niet op het oude energielevel is?
Ik pak een boek. Een boek dat ik al even in huis heb, maar waaraan ik nog niet toegekomen was. In drie dagen lees ik het uit. Ik app de schrijver dat ik boos op 'm ben, omdat ik echt moet uitzieken en door hem 's nachts nu niet droom over school, maar over Jaap-Jan. Hoe ik dat mijn man moet uitleggen. Of hij wel weet wat voor ongelofelijk goed boek hij geschreven heeft. Dat dit boek per direct op de leeslijst voor mavo 4 moet. Dat ik het boek nu ga uitlezen en hem daarna bel. Ik kom er later achter dat ik hem dit verordonneer in plaats van netjes vraag. Hij antwoordt lachend. Buddy Tegenbosch is zijn naam en Oog om oog de titel van zijn tweede boek. Het schrijven van dit boek vond hij een stuk lastiger dan zijn eerste boek, Pokerface. Oog om oog moest minstens zo goed, of liever, beter worden. Die druk herken ik wel. Moet elke les niet beter worden dan de vorige? Moeten we niet uit elke leerling continu het hoogst haalbare halen?
De hoofdpersoon in Oog om oog, Jaap-Jan dus, wordt vanaf de basisschool buitengesloten door Ivar. Wat hij later inziet, is dat Ivar zichzelf buitensluit. Als hij op school afwezig is, en dat is hij vaak, al weet niemand waarom, is er niets aan de hand. Maar als Ivar er wel is, praat niemand met Jaap-Jan. Als Jaap-Jan, dan J-J, gaat studeren, neemt hij een besluit: vanaf nu gaat alles anders. En alles wordt anders. Maar dan duikt Ivar op. De nieuwe J-J neemt een besluit, met verregaande gevolgen.
Met de werkdruk in het onderwijs leg ik echt niet graag dingen op, maar dit boek moet je lezen. Als je ziek bent, er ligt immers altijd een virusje op de loer. Om te zorgen dat je niet ziek wordt. Om je leerlingen en collega's te kunnen adviseren. Om weg te dromen, te genieten. Al met al heeft mijn ziek-zijn toch nog iets opgebracht: de wetenschap dat leerlingen hun Magister-mail lezen, dat ze me missen, het besef dat ziek zijn niet betekent dat de wereld (lees school) vergaat, deze column en het nagenieten van het pareltje dat Oog om oog heet. Dank je, Buddy. Jij bent nog niet van me af. Koester deze dagen nog maar dat ik aan huis gekluisterd ben...

Een ogenblik geduld...

Caroline Wisse

Caroline Wisse is docent Nederlands op Hervormd Lyceum West in Amsterdam en lid van het ontwikkelteam Nederlands voor Curriculum.nu. Ook is ze eigenaar van Taalenttraining.

Gerelateerde artikelen
Onderzoek

Chronisch zieke leerling gedupeerd

23-01-2006
Het onderwijs aan chronisch zieke leerlingen schiet tekort.

Blog

Uitvliegen

05-10-2017
Juf Eline - ‘Juffie!

Blog

Knikkers

05-12-2017
Juf Eline - Een onderzoekje doen met m’n klas: dat wilde ik al een tijdje, maar het kwam er steeds niet van.

Click here to revoke the Cookie consent