Pilotlokaal 166: onderzoek als blikopener

Tekst Caroline Wisse-Weldam
Gepubliceerd op 22-08-2017
Caroline Wisse-Weldam - Een ruime blik op de wereld om je heen vind ik een groot goed. Zien dat er meer is dan je denkt. Zien dat het ook anders kan.

Het integreren van nieuwe vaardigheden in je dagelijkse handelen. Continu leren, reflecteren, schaven, staven en reviseren. Heerlijk vind ik dat.

Afgelopen schooljaar ben ik zoals in een eerdere blog al verteld gestart met een pilot. Wat zou er gebeuren als ik de omgeving (het leslokaal) zou veranderen? Zou dit invloed hebben op de leesmotivatie en leerresultaten van de leerlingen? Deze vraag houdt mij al drie jaar bezig. Vooral omdat ik ervan overtuigd ben dat de omgeving heel veel invloed heeft op leerlingen. Elke dag, les na les, zitten zij bij mij op school in bijna dezelfde ingerichte lokalen. Zitten zij op dezelfde harde stoelen, op dezelfde plekken, ongeacht het vak of de werkvorm. Na het maken van een eerste plan ben ik voorzichtig mijn omgeving gaan aftasten. Hoe zouden mijn leerlingen gaan reageren, mijn collega’s, mijn directie? Wat zijn de randvoorwaarden? En bovenal: wat wil ik aantonen? Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik het het spannendst vond wat mijn collega’s en directie hiervan zouden vinden. Zelf omarm ik onderwijsvernieuwingen , omdat de maatschappij waarin onze leerlingen leven zo snel verandert en omdat praktijkgericht onderwijsonderzoek het effect van aanpassingen aantoont. Helaas merk ik in mijn omgeving weinig van die omarming. Ik zie op congressen, tijdens workshops die ik geef en op mijn eigen school dat docenten liever behouden wat er al is.  Zelfs als hun lesgeven en alle honderd subtaken uitdagender, lichter en leuker kunnen worden.

Ondertussen is pilotlokaal 166 een feit. Ik heb halverwege afgelopen schooljaar toestemming van de directie gekregen om één lokaal om te toveren in mijn droomlokaal. Samen met twee andere docenten (een docente Nederlands en een docent wiskunde) geef ik hier les. Buiten ons om geeft niemand hier les. Dat is een van mijn randvoorwaarden om ook alle neveneffecten te kunnen meten. Ik heb vier pilotklassen (twee vmbo 3-klassen en twee vmbo 4-klassen) en uit dezelfde leerjaren ook vier controleklassen. Roostertechnisch vraagt dit alle medewerking en daarop is dit ook bijna gestrand. Maar de aanhouder wint!
We geven er onwijs mooie lessen. De leerlingen lezen, met plezier. Aanbod, presentatie, keuze, lekkere zitplekken en aandacht voor de omgeving doen dus oprecht wonderen voor de leesmotivatie. Er wordt zelfs regelmatig op de deur geklopt door leerlingen uit andere klassen die een boek willen lezen en de leerlingen met lef vragen of ze in dit lokaal mogen lezen. In pauzes huppelen leerlingen binnen om hier te chillen. De eerste paar keer was ik verbaasd. De leerlingen (uit verschillende klassen) legden mij uit dat ze hier even bij kunnen komen. En ze veroorzaakten geen chaos, maar kletsen gezellig, werkten aan iets of waren gewoon stil. Dat ik daar ook zat, vonden ze prima. 
Voor de docent is dit lokaal uitdagend. Het nodigt jou en de leerlingen uit om eigenaarschap te delen. De leerlingen vertrouwen te geven in hun eigen leerproces, om hen eigenaar te laten zijn. Zij zoeken dus ook per opdracht naar de beste werkplek. Ja, er wordt dus gelopen en van plek gewisseld tijdens de les. En ja, er wordt dus ook weleens extra gekletst. In mijn ogen niet meer dan tijdens de lessen in de traditioneel ingerichte lokalen, maar dit heb ik nog niet onderzocht. Wat wel lastig blijkt, is dat dit het enige lokaal is dat anders is ingericht en waar we ook een andere leerhouding van de leerling verwachten. Het is dus een grote investering van de drie docenten die hier lesgeven als hun klassen ‘maar’  drie of vier keer per week les hebben in dit lokaal. Soms zijn de leerlingen niet vooruit te branden of is er ruzie wie er waar mag zitten. Ik zou dolgraag willen onderzoeken of dit verandert als er meer van dit soort lokalen komen of als dit lokaal zelfs het standaardlokaal wordt.  Maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. De onderwijsvernieuwing is nog niet omarmd.

Mijn onderzoek is het begin van een lange, persoonlijke zoektocht. Ik heb hulp gekregen van onderzoekers verbonden aan de Hogeschool Utrecht en de Vrije Universiteit. Ik mocht hun valide vragenlijsten gebruiken, mocht sparren, kreeg veel vragen om te beantwoorden. En ik genoot. Dit onderzoeken maakt van mij een completer mens, een betere docent. Ik ben naar de Onderwijs Research Dagen geweest, dit jaar in Antwerpen. Over genoten gesproken. Er werd daar geconcludeerd dat het onderwijs allang anders ingericht zou zijn als het wetenschappelijk onderzoek zijn weg naar de scholen wist te vinden en andersom. Er is echt sprake van een kloof. Doodzonde als je het mij vraagt.

Tegelijkertijd lees ik De zon is ook een ster van Nicola Yoon. Natasha en Daniel, de hoofdpersonen zijn elkaars tegenpolen. Daniel is de poëet, de dromer. Natasha vertrouwt alleen de wetenschap. Als ze bij elkaar zijn, ervaren ze hoe het is om compleet te zijn. Zo is het bij mij ook. Ik droom en ik onderzoek mijn onderwijsdromen. En als ik dit beide kan doen, ben ik gelukkig. Als ik onderzoek en onderwijs kan verbinden, ben ik het gelukkigst.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent