God en school: afscheid nemen en opnieuw beginnen

Tekst Erik Renkema, Marietje Beemsterboer, Tamar Kopmels, André Mulder
Gepubliceerd op 20-12-2019
Te vaak is religie een obstakel voor mooi onderwijs. Te vaak is godsdienstonderwijs een excuusvak. Maar de voorstellen van Curriculum.nu bieden perspectief voor beter levensbeschouwelijk onderwijs op álle scholen.

Mooi en gepassioneerd onderwijs ontstaat wanneer de docent in staat is vragen te stellen en verhalen te vertellen die elke leerling uitdagen over zichzelf en het leven na te denken en zichzelf in een ander te verplaatsen. Helaas zien we dit veel te weinig in het basis- en voortgezet onderwijs. Dat heeft te maken met beperkte visies op religie en levensbeschouwing in het maatschappelijk debat en de manier waarop het hedendaagse godsdienstonderwijs vorm krijgt.

In onze sterk geseculariseerde samenleving lijkt een religie belijden slechts weggelegd voor de enkeling. Voor de meesten zijn religieuze gebruiken folkloristische handelingen geworden. Of mooie herinneringen aan winteravonden vol lichtjes en goedgedekte tafels. Voor sommige religieuze mensen is de eigen godsdienst een heilige verschansing. Maar vaak is religie niets: niets betekenend, niets zeggend, niets omvattend. Dit alles maakt relevant godsdienstonderwijs moeilijk.

Maar er zijn ook praktijken in het onderwijs die lessen levensbeschouwing beroven van relevantie voor kinderen.

In de eerste plaats gaan veel leraren levensbeschouwing en godsdienstonderwijs de religieuze vragen van leerlingen en van de samenleving uit de weg. En in een adem verwijzen zij hiermee alle existentiële thema’s naar het privédomein. Omdat ze achterhaald zouden zijn door wetenschap. Of omdat ze alleen maar polariserend zouden werken. Of omdat ze niet zouden passen bij de identiteit van de school. Dit laatste horen we vaak op openbare scholen. Zij verschuilen zich op die manier achter een onjuiste interpretatie van neutraliteit. Alsof neutraliteit zou betekenen dat er geen enkele aandacht voor levensbeschouwing en religie moet zijn. We zien het ook wanneer een school op religieuze grondslag aloude verhalen en wijsheden niet kritisch durft te onderzoeken; jammer want ze kan daardoor ook geen verbinding creëren tussen deze bronnen en de leerlingen. Hetzelfde geldt wanneer zij de aandacht voor bepaalde religieuze stromingen vermijdt, bijvoorbeeld omdat ouders bang zijn dat hun kinderen daardoor beïnvloed zouden worden.
Het tweede obstakel wordt opgeworpen door docenten die levensbeschouwelijke inhouden zo presenteren dat ze slechts voor een enkele leerling herkenbaar zijn. Geen probleem voor die paar leerlingen die zo in de klas dezelfde woorden en betekenissen horen als thuis, maar problematisch voor andere leerlingen die hierdoor juist te maken krijgen met visies die voor hen vreemd en betekenisloos zijn. We zien dit bijvoorbeeld gebeuren tijdens de godsdienstlessen op sommige confessionele scholen. Op veel openbare scholen speelt juist een ander fenomeen waardoor levensbeschouwelijke vorming niet voor alle leerlingen is bestemd: leerlingen worden in afzonderlijke groepen in één specifieke, religieuze of seculiere, levensvisie onderricht (GVO/HVO).

Zowel genoemde visies op religie, als de beide hinderlijke praktijken van godsdienstonderwijs staan goede levensbeschouwelijke educatie voor alle leerlingen in de weg. Dat is onderwijs waarin elk kind zich kan herkennen en dat hem uitdaagt met een ander van gedachten te wisselen. Daar willen we naartoe. Maar dat betekent wel dat we afscheid moeten nemen van belemmerende visies op en praktijken ten aanzien van religie op school. Laten we opnieuw beginnen: met een focus op de levensvragen van alle leerlingen.Curriculum.nu biedt kansen in dat perspectief. Voor alle scholen, van welke denominatie dan ook. En voor alle leerlingen. In de voorstellen van de ontwikkelgroepen die op 10 oktober aan de minister zijn aangeboden, worden ook vergezichten voor ‘kennis en vaardigheden’ ten aanzien van de identiteitsontwikkeling van leerlingen gepresenteerd. Zo lezen we als een van de burgerschapsdoelen: ‘Op school en in de ontmoeting met de ander ontwikkelen leerlingen inzicht in hun eigen identiteit en oefenen ze met verschillende rollen of identiteitsposities. Identiteit wordt onder andere gevormd in sociale contexten en door identificatie met andere mensen.’
Leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs worden met idealen als deze uitgedaagd de eigen identiteitspositie steeds opnieuw te ontwikkelen. En dat in de context van alle verschillen die er zijn. Op school en in de samenleving.

Existentiële vragen, levensbeschouwelijke bronnen en religieuze stromingen dragen bij aan de ontwikkeling van leerlingen als mensen die zichzelf leren kennen en kritisch durven bevragen en die de ander in haar of zijn anders-zijn leren begrijpen. Daarvoor biedt Curriculum.nu ook een stevige onderbouwing met een onderwijsdoel voor alle leerlingen op alle scholen: ‘Leerlingen leren hoe mensen betekenis geven en ze leren dat zij zelf ook betekenis kunnen vormen. Leerlingen leren dat mensen aan dezelfde gebeurtenis, verschillende betekenissen kunnen geven.’

Laten we afscheid nemen van de obstakels. We moeten opnieuw beginnen, met een nieuwe visie en met nieuwe praktijken. Dat vraagt van scholen,  confessionele en openbare, dat ze zichzelf de grote vraag moeten stellen: bieden wij levensbeschouwelijk onderwijs dat voor elk kind herkenbaar en prikkelend is? Goed levensbeschouwelijk onderwijs is onderwijs voor alle leerlingen waarin religie en levensbeschouwing, in alle varianten en tegenstellingen, ertoe doen. Omdat ze raken aan de vragen van iedere mens, van iedere leerling.

 

dr. Marietje Beemsterboer: leerkracht basisonderwijs en onderzoeker levensbeschouwelijke educatie

drs. Tamar Kopmels: expert levensbeschouwelijke educatie

dr. André Mulder: lector Theologie en Levensbeschouwing Hogeschool Windesheim

dr. Erik Renkema: associate lector Levensbeschouwelijke Educatie en Diversiteit Windesheim

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent