BAB bepleit 'erkende ongelijkheid'

Tekst Tekst Hannah Bijlsma – voorzitter Beroepsvereniging Academici Basisonderwijs
Gepubliceerd op 27-03-2018
Op 28 maart wordt het tienjarig jubileum gevierd van de Academische Pabo’s Nederland. Hoe behouden we deze beroepsgroep voor de klas in het basisonderwijs, opdat zij van meerwaarde kunnen zijn én blijven?

Mede dankzij de academische lerarenopleidingen zijn er steeds meer leerkrachten met universitair opleidingsniveau werkzaam in het basisonderwijs. Zij kunnen verschillende functies en rollen vervullen, maar dreigen hun meerwaarde niet te kunnen benutten, omdat hun omgeving niet goed weet hoe hun kennis en kunde ingezet kunnen worden.

De academische leerkracht in het basisonderwijs heeft een dubbele oriëntatie: wetenschappelijk en praktijkgericht. Hij of zij is immers opgeleid op basis van wetenschappelijke inzichten met een doorgaande en gelijktijdige focus op de onderwijspraktijk (functieprofiel academische leerkracht Netwerk AcPa’s Nederland). Academische leerkrachten zijn analytisch, stellen kritische vragen en hebben een onderzoekende houding. Zij kunnen input geven vanuit de theorie en daarmee het startpunt zijn voor onderwijsonderzoek. Ook kunnen zij de brug vormen tussen onderwijs en onderzoek, dat van wederzijds belang kan zijn.

Ik zeg niet dat academische leerkrachten beter zijn
dan leerkrachten zonder academische status,
iedereen is goed op zijn manier

Met al deze vaardigheden, kennis en kunde kunnen academische leerkrachten een duidelijke positie innemen binnen een veelzijdig en gedifferentieerd schoolteam en zo een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en verbetering van het basisonderwijs. Hiermee zeg ik niet dat academische leerkrachten beter zijn dan leerkrachten zonder academische status. Iedereen is goed op zijn manier, maar academische leerkrachten brengen wel iets extra’s in de schoolpraktijk. Het mooie van een academische leerkracht is dat hij/zij ook les blijft geven. Hierdoor kan een goede link tussen praktijk en theorie gelegd worden.

In de huidige onderwijspraktijk wordt de meerwaarde van de academische leerkrachten tot nu toe nog nauwelijks benut. Het blijkt lastig om ze een plek te geven binnen de school en/of het bestuur. Ze komen vaak in vergelijkbare functies terecht als reguliere leerkrachten, zonder dat zij hun extra kennis en vaardigheden kunnen inzetten.

Dit is een gemiste kans. In het onderwijs zijn meer leerkrachten nodig, die de onderwijspraktijk goed kennen en ook wetenschappelijk goed onderlegd zijn, om beide werelden met elkaar te verbinden en te werken aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Bovendien, als deze leerkrachten niet voldoende cognitief worden uitgedaagd en geen ruimte krijgen hun kwaliteiten te ontwikkelen, zullen zij op zoek gaan naar andere werkplekken, buiten de onderwijspraktijk. De kennis en vaardigheden die deze leerkrachten het onderwijs kunnen bieden, gaat dan verloren.

De academische leerkracht kan zijn of haar kwaliteiten ontplooien en inzetten, zodra hij of zij een duidelijke positie krijgt en erkenning ontvangt van collega’s in het werkveld. Volgens Sinclair is het belangrijk om een beroep te doen op de intellectuele uitdaging van academische leerkrachten (Sinclair, Catherine (2008), Initial and changing student teacher motivation and commitment to teaching. Asia-Pacific Journal of Teacher Education, 36(2). 79-104). Als deze uitdaging niet wordt benoemd of niet wordt vervuld, zal die persoon eerder geneigd zijn het onderwijs te verlaten.

Wij pleiten voor 
'erkende ongelijkheid'
 

Binnen de schoolorganisatie moet er daarom iets veranderen: wij pleiten voor ‘erkende ongelijkheid’, waarbij verschillende kwaliteiten van leerkrachten benut worden en waardoor verschillende functies ontstaan. Het beschrijven én erkennen van deze verschillende functies in een team is essentieel.

Gelukkig zijn er in Nederland ‘good practices’: praktijken waar academische leerkrachten goed tot hun recht komen en waar zij hun vaardigheden en capaciteiten kunnen inzetten ten behoeve van de school (zie ook Mission Statement Beroepsvereniging Academici Basisonderwijs).

Zo’n plek heeft Gijs de Groot, werkzaam als academische leerkracht en coach binnen zijn schoolteam: ‘Ik coach leerkrachtenteams in het geven van lessen met coöperatieve werkvormen. Tijdens mijn opleiding heb ik onderzoek gedaan naar de implementatie van coöperatief leren, en het is fantastisch om deze theoretische kennis te gebruiken in de praktijk ter verbetering van het onderwijs.’

Dat geldt ook voor Niels de Ruig, werkzaam als academische leerkracht en onderzoeker: ‘Naast leerkracht in groep 5-6 werk ik als onderzoekscoördinator. Ik vorm de brug tussen leerteams op basisscholen en kennisinstituten, waarbij we praktijkgericht onderzoek doen rondom het thema diversiteit in en om de klas.’

Door academische leerkrachten dié positie te geven die bij hen past, blijven zij cognitief voldoende uitdaging ervaren naast de lesgevende taken. Een formele functie met bijbehorende functieomschrijving en een passende beloning zijn daarbij essentieel. In dit alles is een belangrijke rol weg gelegd voor de schoolleider. Hij/zij heeft de taak deze academische leerkracht te positioneren binnen het schoolteam en erkenning te geven. Ook bestuursbreed moet er erkenning zijn voor deze leerkrachten zodat zij mogelijk ook bovenschools een rol kunnen vervullen.

Het streven naar een duidelijke positionering van de academische leerkracht is belangrijk om het basisonderwijs een kwaliteitsimpuls te geven. Mirjam Keyser,Alice de Groot en ondergetekende Hannah Bijlsma hebben om deze reden samen met andere academische leerkrachten BAB opgericht: de Beroepsvereniging Academici Basisonderwijs.

BAB heeft drie speerpunten: het behartigen van de belangen van academische leerkrachten, het inspireren om werkervaring en wetenschappelijke kennis te delen en het waarborgen van de professionaliteit van academische leerkrachten. Zij presenteerden in november 2017 hun Mission Statement. Momenteel heeft de vereniging meer dan 350 leden en vormt zij een serieuze gesprekspartner bij beleidsmakers, vakbonden, besturen, en onderwijsinstellingen. Dit alles met één passie: verbetering van het basisonderwijs door de inzet van academische leerkrachten.

Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad: ‘In onze sector is er behoefte aan academisch geschoolde leerkrachten. Zij brengen onderzoekende vaardigheden de school binnen en benutten kennis uit onderzoek om de kwaliteit van ons onderwijs, in samenwerking met de overige leerkrachten, verder te verbeteren. Het is goed dat er nu een beroepsvereniging is opgericht waar kennis en ervaring onderling gedeeld kan worden. Vanuit de PO-raad blijven wij graag goed in gesprek met de beroepsvereniging.’

Irene Koning, lid College van bestuur ‘Fedra’: ‘Functiedifferentiatie leidt tot georganiseerde ongelijkheid tussen leerkrachten en dat zijn we niet gewend. Toch zijn we toe aan het anders invullen van leerkrachtfuncties om het beroep aantrekkelijk te houden voor onderwijspersoneel en om onderwijs van hoge kwaliteit te blijven bieden aan leerlingen. Dat kan door echt een verschil te maken tussen LA, LB en LC, in combinatie met andere/nieuwe functies. Het mission statement en de beroepsvereniging (BAB) kunnen scholen en besturen helpen om de mogelijkheden te verkennen.’

Harrie van der Ven, voorzitter college van bestuur ‘Optimus’: ‘Het werkveld juicht het toe dat er meer academische leerkrachten komen. Werkgevers zoeken naar wegen om dat talent nog beter structureel verbinden aan de andere capaciteiten in de schoolteams. Toepassingsgericht onderzoek op school- en stichtingsniveau kan nog meer gestimuleerd worden. De academische leerkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Om onderwijs en het beroep verder te brengen is het volgens mij ook van belang dat meer leerkrachten uit het basisonderwijs kunnen promoveren. De beroepsvereniging kan daarbij een informerende en stimulerende rol nemen. Ik wens de beroepsvereniging veel succes en ambitie toe. Goed dat jullie er zijn.

Een ogenblik geduld...