Onderzoek

Wiskunde doe je samen

Tekst Redactie Didactief
Gepubliceerd op 08-10-2015 Gewijzigd op 17-02-2017
Een docenten-netwerk kan voor wiskundedocenten van grote toegevoegde waarde zijn, ontdekte Martha Witterholt, zelf ook wiskundedocent en lerarenopleider.

Wiskunde staat bekend als een vak van eindeloos sommen maken en regels uitvoeren. De link met de praktijk wordt gelegd door het recent ingevoerde onderzoekspracticum. Maar hoe onderwijs je dat zonder ervaring met zo'n practicum? Lerarenopleider en wiskundedocent Martha Witterholt startte een docentennetwerk van wiskundedocenten, waarin de vormgeving van de lessen werd besproken. Zij onderzocht de bijdrage van zo'n netwerk aan hun ontwikkeling.

'Docenten kregen bij de invoering van de Basisvorming de taak om een lange leerlijn op te zetten voor onderzoeksvaardigheden. Daar hadden ze geen ervaring mee,' vertelt Witterholt. 'Docenten moesten iets veranderen dat ze misschien al jaren doen: van traditioneel uitleggen naar het begeleiden van groepjes. Sommigen hebben langer de tijd nodig om te wennen aan ontwikkelingen. In een netwerk kunnen collega's hen over de streep trekken met argumenten. Zo durven zij toch te experimenteren met nieuwe methodes.'

Behalve dat het motiveert, maakt een docentennetwerk samen verantwoordelijk voor het lesontwerp. 'Docenten voelen zich echt betrokken bij wat ze doen. Ze ontwikkelen zich door ervaringen die ze tijdens het experimenteren opdoen, toe te passen in de praktijk. Gaandeweg verschoof de aandacht van "wat" docenten leerlingen willen leren naar "hoe" ze dit aan hen leren.'

Een voorwaarde voor een goed werkend docentennetwerk is een collegiale sfeer, waarbij docenten ook hun twijfels durven uiten. Ook moet er ruimte zijn voor autonomie. Een procesbegeleider die de organisatorische leiding van de bijeenkomsten draagt, is van wezenlijk belang, evenals verankering in de praktijk, waardoor geleerd kan worden van fouten en succeservaringen.

Witterholt hoopt voor de toekomst dat schooldirecties zich goed realiseren dat professionalisering tijd kost. 'Bij verandering gaan docenten twijfelen aan hun eigen kunnen. De praktijk leert dat er ongeveer drie jaar overheen gaan voordat ze over deze twijfels heen zijn.' Zij raadt aan bij vernieuwingen lang van tevoren met docenten om de tafel te gaan zitten, zodat er een beeld ontstaat van wat zij kunnen verwachten.

Martha Witterholt, Mathematic Teachers' Development of Practical Knowledge. Proefschrift Rijksuniversiteit Groningen, 2015.

Tekst: Maite de Jong

Dit artikel is eerder verschenen in de rubriek Onderzoek Kort van Didactief, juni 2015.

8 oktober 2015

Click here to revoke the Cookie consent