Onderzoek

Van je collega’s kun je leren

Tekst Jessie van den Broek
Gepubliceerd op 02-10-2012 Gewijzigd op 03-03-2017
Beeld Bert Beelen
Wat kunnen docenten leren van elkaar? Veel, zegt bijvoorbeeld Marieke Thurlings van de Open Universiteit, die kort geleden op het onderwerp promoveerde. Als het op de juiste manier gebeurt, is peer feedback een belangrijk instrument in de professionalisering van leraren.

Het helpt hen zich te ontwikkelen en geeft ze nieuwe inzichten op het gebied van bijvoorbeeld instructie en klassenmanagement. De kracht van peer feedback is onder meer gelijkwaardigheid, zegt Thurlings: ‘Iedereen is gever én ontvanger van feedback. Daardoor ontstaat er een veilig en open klimaat. Zo’n feedbackbijeenkomst is geen functioneringsgesprek; je bent bezig kennis en ervaring te delen met collega’s.’

'Jezelf terugzien is vaak een eye-opener'

Leren van elkaar, op school, is belangrijk voor de professionalisering van leraren. Dat blijkt ook uit het promotieonderzoek van Arnoud Evers (Open Universiteit). Evers: ‘Een groot voordeel van professionalisering binnen de school, zoals peer feedback, is dat het goed geïntegreerd is in het werk. In plaats van buiten de school naar een cursus te gaan, blijft een leraar binnen de schoolcontext, en leert daar dingen die vaak direct toepasbaar zijn. Een ander pluspunt van peer feedback is dat docenten door te reflecteren op hun eigen gedrag wat afstand kunnen nemen van de waan van de dag. Daardoor kunnen ze ook beter omgaan met werkdruk.’

Doelgericht

Hoe organiseer je peer feedback? Er zijn verschillende manieren om het vorm te geven. Zo kunnen leerkrachten bij elkaar gaan kijken in de klas, of juist gebruik maken van video-opnames. Het belangrijkste is dat iemand een probleem of leervraag aandraagt en dat er naar aanleiding daarvan een gesprek ontstaat tussen collega’s.

Thurlings voerde haar onderzoek uit op twee basisscholen, een middelbare school en een eerstegraads lerarenopleiding. De leraren die aan het onderzoek meededen gebruiken het VIP-model (Video Intervisie Peer coaching), waarin video een belangrijke rol speelt. Een stuk of drie docenten komen regelmatig (bijvoorbeeld elke zes weken) bij elkaar en nemen allemaal een videofragment van hun eigen les mee: iets wat niet zo lekker liep of waar ze vragen over hebben. Daar formuleren ze tijdens de bijeenkomst een leerdoel bij. Thurlings: ‘Dat zijn vaak heel concrete doelen. Bijvoorbeeld een juf van groep 3 die graag haar schrijfinstructie korter wil houden, zodat er voor haar leerlingen meer tijd overblijft om te oefenen. Of een docent die wil dat zijn leerlingen wat beter stil blijven zitten.’

Collega’s gaan vervolgens met elkaar in gesprek om te kijken hoe het doel bereikt kan worden. Daar gaat de leraar dan weer mee aan de slag. Tijdens de volgende bijeenkomst, zes weken later, is er een evaluatie: heb je het doel bereikt? Zo ja: wat wordt je volgende doel? En zo nee: was het doel wel realistisch, en heb je wel de juiste acties ondernomen?

Thurlings: ‘Bijna alle leraren die aan mijn onderzoek meededen, hebben tijdens het traject hun doelen bereikt en waren tevreden genoeg om steeds met nieuwe doelen te komen. Ze leerden veel van elkaar en zagen duidelijk vooruitgang in hun eigen gedrag en vaardigheden.’

Respectvol

Peer feedback werkt dus. Maar pas op: niet alle feedback is goed. Thurlings onderzocht aan welke eisen feedback moet voldoen om een positief effect te hebben. Dat zijn er nogal wat. Zo moet het commentaar specifiek zijn en moet het slaan op dat wat de collega wil verbeteren. Niet afdwalen of blijven hangen in algemeenheden dus, maar concrete dingen benoemen. Thurlings: ‘Video kan daarbij helpen. Je kunt dan het beeld stil zetten en zeggen: ik zie dat je hier dit of dat doet.’ Verder kun je je collega beter helpen door vragen te stellen, in plaats van te vertellen hoe jij denkt dat het moet, vertelt Thurlings. ‘Probeer je collega zelf de oplossing te laten vinden door vragen te stellen. Dus niet: “Als ik jou was...”, maar: “Hoe zou je dat aanpakken, heel concreet?”’

Ook een waardeoordeel geven is uit den boze: houd het zo neutraal mogelijk en speel vooral niet op de persoon. Feedback moet voorzichtig en met respect voor de ander worden gebracht. Thurlings: ‘Houd bij het geven van feedback altijd rekening met de ontvanger. Wie weet heeft je collega vandaag wel een rotdag of heeft hij slecht geslapen. Bovendien is de een gevoeliger dan de ander.’ Wat je ook beter niet kunt doen, is uitgebreid uitweiden over eigen ervaringen (‘Toen ik zelf zo’n klas had...’). Daarmee trek je te veel de aandacht naar je toe, terwijl de ander op dat moment juist centraal hoort te staan.

Roy en JonneRoy en Jonne
Roy van Ravensteijn en Jonne Davelaar geven sinds 2010 les aan het Zwijsencollege in Veghel (respectievelijk economie en Duits). In een coachingstraject voor nieuwe leraren deden ze regelmatig aan peer feedback met andere nieuwe collega’s.
Jonne: ‘Ik heb veel aan die gesprekken gehad: zeker in zo’n nieuw jaar met nieuwe klassen is het fijn om je ervaringen te delen.’
Roy: ‘Ja, vooral omdat we tegen dezelfde dingen aanliepen. Beginnende leraren hebben vaak gedeelde problemen. De mening van anderen is dan heel relevant.’
Jonne: ‘In onze lichting zaten ook een paar ervaren docenten die nieuw waren op de school. Dat vulde elkaar goed aan. Zij deelden hun ervaring op het gebied van orde houden, wij praatten hen bij over nieuwe dingen die we net op de opleiding hadden geleerd.’
Roy: ‘Het voordeel van peer feedback, vergeleken met een training of cursus, is dat het over allerlei onderwerpen kan gaan. En je kunt het ook gebruiken om je hart te luchten.’
Jonne: ‘Ja, dat is er heel fijn aan. Ik had bijvoorbeeld best veel problemen met het gebruik van ict in mijn lessen, zoals digiboards, ik ben niet zo technisch aangelegd. Het is heel prettig als je zoiets gewoon in de groep kunt gooien, zonder reacties te krijgen van: goh, weet je dat dan niet?’
Roy: ‘In onze lichting was iedereen heel open, je kon alles zeggen. Maar ik kan me ook voorstellen dat sommige docenten misschien denken: ik ben vast de enige met dit probleem, straks sta ik voor schut als ik erover begin.’
Jonne: ‘Gelukkig is er wel een begeleider bij, die in de gaten houdt dat de gesprekken positief blijven en dat mensen niet in een hoekje worden gedrukt.’
Roy: ‘Ja, die begeleider is wel belangrijk. Die geeft ook van tevoren heel duidelijk aan: alles wat tijdens deze bijeenkomsten besproken wordt, blijft tussen vier muren. Zo heb je meteen een veilige omgeving.’

Begeleiding

Kortom: feedback geven moet je leren, dat doe je niet zomaar even. Goede voorbereiding en begeleiding zijn dan ook essentieel, zegt Thurlings. Het is belangrijk om een procesbegeleider in te schakelen, bijvoorbeeld een intern begeleider die ervaring heeft met coaching. Zo iemand kan leerkrachten aan het begin van het traject instructies geven over hoe goede feedback in elkaar zit, en leidt de bijeenkomsten in goede banen. Thurlings: ‘De procesbegeleider kan ingrijpen als een gesprek de verkeerde kant op gaat, hij is er om een veilig klimaat te creëren en te behouden. Dat is heel belangrijk, want de gesprekken kunnen behoorlijk persoonlijk worden. Zo zag ik een keer een juf in tranen uitbarsten, toen er iets ter sprake was wat haar erg aan het hart ging. Zoiets kan alleen als mensen zich veilig genoeg voelen om zich bloot te geven.’

'Kom die klas uit, deel je kennis'

Het element van video-intervisie maakt het er ook niet makkelijker op, weet Thurlings: ‘Jezelf terugzien op beeld is behoorlijk confronterend. Aan de andere kant is het ook vaak een eye-opener. Een docent van een middelbare school zag bijvoorbeeld pas op de video-opname dat een van zijn leerlingen het grootste deel van de les achterstevoren zat. Het voordeel van video is ook dat je niet afhankelijk bent van het beeld dat een ander schetst, want dat is vaak toch gekleurd. De camera liegt niet.’

Continuïteit

Niet alleen goede begeleiding, maar ook continuïteit is belangrijk voor effectieve peer feedback, zegt Thurlings: ‘Vertrouwen moet groeien, zoiets doe je niet eenmalig. Het moet een doorlopend proces zijn. Daarvoor is van belang dat de schoolleiding erachter staat en de bijeenkomsten faciliteert.’ Soms ontbreekt het daar nog aan, zegt Iris Windmuller, promovenda aan de Fontys Pabo Eindhoven. Zij onderzocht professionalisering op scholen en de rol van de schoolleiding daarin. Windmuller: ‘De directeur maakt vaak het verschil. Leraren willen wel van alles op het gebied van professionalisering, maar je ziet dat er vaak te weinig lijn en structuur in zit. De schoolleider is degene die voor continuïteit en diepgang kan zorgen, en die de juiste omstandigheden voor professionele ontwikkeling kan creëren.’

Jammer is dan weer dat juist schoolleiders bij professionalisering te vaak denken aan externe cursussen in plaats van peer feedback. Arnoud Evers: ‘Er is nog te weinig aandacht voor leren van elkaar, op de werkvloer; het lijkt makkelijker je docenten gewoon naar een training te sturen. Ook de overheid zet met haar subsidie vooral in op vormen van professionalisering buiten de school, zoals het volgen van een masteropleiding. Zulke dingen zijn natuurlijk heel zinvol, maar we moeten af van het idee dat leren buiten de schoolcontext de enige vorm van professionalisering is.’ Volgens Thurlings is er wel steeds meer belangstelling voor peer feedback, maar gebeurt er nog te weinig mee. ‘Ik hoor vaak scholen zeggen: ja, eigenlijk zouden we iets met peer feedback moeten gaan doen. Maar in de praktijk gebeurt er vervolgens niks. Dan denk ik: kom op mensen, zet je schouders eronder, schaf die camera’s aan, plan die bijeenkomsten in. Het is de investering echt wel waard.’

Uitbreken

Niet alleen schoolbestuurders moeten wennen aan het idee van peer feedback; ook onder leraren is misschien wel een mentaliteitsverandering nodig. Niet iedereen zit namelijk te wachten op commentaar van collega’s. Windmuller: ‘Docenten willen echt wel leren, maar vaak denken ze nog erg binnen de grenzen van hun klaslokaal. Kom die klas uit, deel je kennis, durf je kwetsbaar op te stellen tegenover collega’s. Zorg dat je van elkaar weet waar je mee bezig bent. Alleen op die manier kun je samen een lerend team worden.’

Feedbackbijeenkomsten kosten ook tijd, iets waar het docenten nou net vaak aan ontbreekt. Toch is tijdgebrek geen goed argument om het maar niet te doen, zegt Evers. ‘Leraren kunnen juist de energie uit zo’n werkgroep positief inzetten. Als er ruimte is om te leren, ervaren docenten hun taken eerder als uitdaging dan als last, blijkt uit mijn onderzoek. Daardoor kunnen ze weer beter met werkdruk omgaan.’

Moet deelname aan peer feedback dan verplicht worden gesteld? Thurlings: ‘Daar kun je over discussiëren. Op een school in Den Haag hebben ze overwogen het voor nieuwe leraren te verplichten. In ieder geval moet voor iedereen de mogelijkheid bestaan om aan peer feedback mee te doen, vind ik. Uiteindelijk moet de motivatie wel uit docenten zelf komen, maar die mentaliteit van koning in eigen klas, daar moeten we echt vanaf.’

Evi en VashaVasha en Evi
Varsha Ramkhelawan en Evi van der Meer geven les op basisschool ’t Palet in Den Haag, in groep 8 en als ambulante leerkracht. Ze moesten wennen aan peer feedback.
Varsha: ‘Als je met peer feedback begint, is het even wennen. Maar na een tijdje is het heel gewoon. Je zet de camera op een statief en gaat filmen.’
Evi: ‘Ik vond het lastig dat kinderen in mijn klas continu op elkaar reageerden. Een wirwar van kletsen was het en ik kreeg de rust niet terug. Toen heb ik een verkeersles gefilmd. Al snel zag je wat er gebeurde: ik ergerde me en liet dat merken ook. Dat werkte averechts.’
Varsha: ‘Bij peer feedback probeer je niet te lang blijven hangen in wat er fout gaat. Evi kreeg de vraag: waar wil je naartoe en wat heb je nodig?’
Evi: ‘Vaak kom je zelf met een oplossing. Mijn verbeteridee was: niet elke keer reageren op de kinderen. De vragen van de coaches helpen je op weg.’
Varsha: ‘Dat open vragen stellen moest ik wel leren, hoor. Een absolute no-go is: Als ik jou was, zou ik...’
Evi: ‘Je moet ervoor waken dat je zelf een oplossing hebt en je collega die kant opstuurt. Gelukkig bewaakt een procesbegeleider het gesprek.’
Varsha: ‘Je veilig voelen bij collega’s is een must.’
Evi: ‘Ja, wij zeiden bij de videobeelden niet: wat doe je nou?’
Varsha: ‘Jezelf terugzien blijft spannend, hoor! Dan denk je: doe ik dat zo?’
Evi: ‘Welke rol je bij peer coaching ook hebt, je leert altijd. Je krijgt handreikingen om verder te gaan. En als een collega met een oplossing komt, denk je: goh, dat kan ik ook wel eens doen.’
Varsha: ‘Je bent met elkaar in gesprek, ongedwongen. Zeker voor nieuwe leerkrachten is het een aanrader.’
Evi: ‘En het levert rendement op: voor jezelf, voor collega’s en voor de school. Het draagt bij aan professionalisering, echt.’

Dit artikel verscheen in Didactief, oktober 2012.