Onderzoek

Stel je eens voor...

Tekst Lisanne Bos
Gepubliceerd op 30-09-2016 Gewijzigd op 22-09-2017
Begrijpend lezen is voor veel leerlingen een struikelblok. Actief de verbeeldingskracht prikkelen kan helpen.

Basisschoolleerlingen gaan vooruit op begrijpend lezen en hebben meer leesplezier, als ze tijdens het lezen een zo levendig mogelijke innerlijke voorstelling maken van waar de tekst over gaat. Dat blijkt uit ons onderzoek onder driehonderd leerlingen uit groep 5 en 6.

Veel leerlingen vinden begrijpend lezen lastig. Zo scoort volgens de Periodieke Peilingen van het Onderwijsniveau (Cito, 2014) slechts de helft van de leerlingen aan het einde van de basisschool een voldoende op het kunnen interpreteren van geschreven teksten.

Er is al veel onderzoek gedaan naar welke leesstrategieën kinderen kunnen helpen bij beter tekstbegrip. Een veelbelovende aanpak blijkt het proberen te ‘beleven’ van de situatie en gebeurtenissen die in een tekst worden beschreven. Zo maakt de leerling niet langer een talige innerlijke voorstelling van wat er stáát, maar een niet-talige voorstelling van waar het verhaal over gaat. Leerlingen maken als het ware een film in hun hoofd en komen zo los van de tekst; iets wat met andere leesstrategieën onvoldoende wordt aangemoedigd. Met dit zogenoemde situatiemodel kunnen kinderen een tekst ervaren alsof ze daadwerkelijk onderdeel van het verhaal zijn en dat kan het leesbegrip ten goede komen.

Belevend lezen

Uit eerdere onderzoeken blijkt dat drie leesstrategieën essentieel zijn voor zo’n situatiemodel: zich een voorstelling maken van het verhaal (‘mentaal simuleren’), gevolgtrekkingen maken en verbanden leggen tussen verhaalelementen (‘inferenties maken’) en het controleren van het begrip (‘begripsmonitoring’). Maar onduidelijk was nog in hoeverre je deze strategieën aan basisschoolleerlingen kunt leren en of de kinderen dan ook echt beter worden in begrijpend lezen.

In ons onderzoek hebben wij daarom voor elk van deze strategieën een training ontworpen en onderzocht of deze het tekstbegrip bevorderde. In een training voor mentaal simuleren leerden leerlingen de tekst te verbinden aan hun eigen visuele en motorische ervaringen en herinneringen. Ze lazen bijvoorbeeld over een appel die in de prullenbak werd gegooid. Vervolgens moesten ze een woord invullen dat de appel het beste beschreef (hier: ‘klokhuis’), iets wat alleen mogelijk was als zij zich de situatie probeerden voor te stellen.

Ook lazen de kinderen over een spijker die uit de muur werd getrokken. Hierop moesten ze aangeven of deze beweging overeen kwam met een beweging zoals ‘bij iemand aanbellen’ (beweging van het lichaam af) of ‘de deur opendoen’ (beweging naar het lichaam toe).

In een inferentietraining leerden de kinderen gebruik te maken van hun voorkennis en aanwijzingen in de tekst om een conclusie te trekken over wat er ‘tussen de regels’ staat. Zo kun je uit de zin ‘De crimineel stak het slachtoffer met zijn wapen’ afleiden dat er mogelijk een mes in het spel was.

In een begripsmonitoringstraining ten slotte leerden leerlingen kritisch te kijken door zichzelf voortdurend af te vragen of ze de tekst nog steeds begrepen en of hun voorstelling van het verhaal nog wel echt klopte met de tekst.

Verhoogd leesbegrip

De leerlingen die de trainingen deden, boekten meer vooruitgang op de Cito-toets begrijpend lezen dan kinderen uit een controlegroep (zie figuur). Ze gingen gemiddeld zes tot negen punten vooruit (16-23%); de controlegroep minder dan drie punten. Ook waren ze na de training gemotiveerder om te lezen dan de leerlingen in de controlegroep.

De leerlingen bleven aantoonbaar gebruikmaken van de strategieën voor inferenties maken en begripsmonitoring. Voor mentaal simuleren werd dit niet gevonden, maar dat was waarschijnlijk omdat onze test hiervoor onvoldoende gevoelig was. Leerlingen in de controlegroep lieten geen verbeterd strategiegebruik zien.

Aan de slag met begrijpend lezen!

  • 1. Leer leerlingen om tekstinformatie te verbinden aan hun eigen zintuiglijke, motorische en emotionele ervaringen en herinneringen. Stimuleer ze bijvoorbeeld om niet alleen een visueel beeld van een tekst te maken, maar om ál hun zintuigen in te zetten bij het beter begrijpen van de tekst. Een lezer die leest over zwembadpret op een snikhete zomermiddag ‘ziet’ dan niet alleen het blauw van het zwembad, maar ‘ruikt’ ook het chloor, ‘voelt’ de roodverbrande huid van de hoofdpersoon en ‘springt mee’ het water in.

  • 2. Spoor leerlingen aan om tijdens het lezen op zoek te gaan naar woorden of zinsneden die verduidelijken wat er eigenlijk wordt bedoeld, ook al staat die bedoeling nergens letterlijk. Laat leerlingen bijvoorbeeld de woorden ‘kasteel’ en ‘golf’ combineren om af te leiden dat het in een verhaal om een zandkasteel gaat.

  • 3. Laat leerlingen zich voortdurend de volgende vragen stellen: ‘Begrijp ik wat ik lees?’ en ‘Is dit logisch gezien mijn verwachtingen van de tekst?’. Is het antwoord ontkennend? Moedig leerlingen dan aan om na te gaan waarom hun beeld van de tekst niet meer met het verhaal overeenkomt en leg uit hoe ze het gebrek aan samenhang kunnen oplossen.

  • 4. Leg niet alleen uit wat een leesstrategie is en waarom de strategie belangrijk is, maar doe het ook voor (‘modeling’). Zo help je leerlingen een tekst met vertrouwen en plezier te lijf te gaan.

Met medewerking van Bjorn de Koning, Stephanie Wassenburg en Menno van der Schoot. Lisanne Bos, ‘Moving Beyond Words. Supporting Text Processing Using a Situation Model Approach’. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 2016. Meer info: [email protected].

Dit artikel is verschenen in Didactief, oktober 2016.

Bronvermelding

1 NRO-pagina Verbeeldingskracht helpt bij begrijpen tekst

Verder lezen

1 Maak van lezen een belevenis
2 Popcorn proeven terwijl je leest

Click here to revoke the Cookie consent