Onderzoek

Opdreunen of interpreteren

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 03-11-2017 Gewijzigd op 22-02-2018
Beeld Frits Dijcks
Geschiedenisleraren willen leerlingen graag meer bijbrengen dan alleen historische feiten. In de praktijk blijkt dat lastig, ziet vakdidacticus Bjorn Wansink.  

1600: Slag bij Nieuwpoort. Zo’n historisch feitje konden vorige generaties moeiteloos opdreunen. Maar hedendaags geschiedenisonderwijs wil leerlingen meer meegeven en ze leren dat het verleden geen gestold verhaal is, maar vele interpretaties en perspectieven kent. Russen kijken bijvoorbeeld anders tegen de Koude Oorlog aan dan Nederlanders. Historische vaardigheden staan centraal, zoals feiten van meningen kunnen onderscheiden en omgaan met bronnen. Als leerlingen dat kunnen, reikt de opbrengst verder dan het schoolvak en draagt die ook bij aan democratisch burgerschap, aldus Wansink.

Mooie doelen, maar in de praktijk blijven vooral startende docenten nog vaak steken in historische feiten. Hoe kan dat? Wansink volgde dertien leraren in opleiding en zag onder meer dat gebrek aan vakinhoudelijke bagage en zelfvertrouwen hen kunnen belemmeren. ‘Er is een bepaalde mate van zelfverzekerdheid nodig om onzekerheid te durven doceren,’ schrijft Wansink over de benadering van het verleden in interpretaties.

Beginnersproblemen dus? Ja, maar ook bij de vijftien ervaren docenten die Wansink bevroeg, zag hij struikelblokken. Zij vonden niet alle historische onderwerpen even geschikt om er een interpretatieve benadering op los te laten. De Nederlandse Opstand leent zich er wel goed voor, want daar is lekker veel kennis en materiaal over beschikbaar, maar de Verlichting bijvoorbeeld veel minder. Die is te abstract voor leerlingen, aldus veel van de ervaren docenten.

Verder verschilden de docenten van mening in hoeverre je gevoelige thema’s, zoals de Holocaust of slavernij, vanuit diverse perspectieven moet benaderen. Wansink spreekt van ‘normatief balanceren’: leraren ervaren een spanning tussen absolute waarden doceren en laten zien dat waarden ook relatief en veranderlijk kunnen zijn. Vooral bij onderwerpen waarmee ze zich sterk identificeerden, doceerden ze snel absolute waarden. ‘Over de Holocaust bijvoorbeeld vertelden sommige docenten één moralistisch verhaal, waarbij ze duidelijke normen stellen en niet uit zichzelf de ontkenning van de Holocaust ter sprake brengen. Anderen bespraken wel verschillende perspectieven op de Holocaust en evalueerden deze met leerlingen op basis van feitelijke bronnen.’ / BR

Bjorn Wansink, Tussen feit en interpretatie. Opvattingen en praktijken van docenten over een interpretatieve benadering van geschiedenis in het onderwijs. Proefschrift Universiteit Utrecht, 2017.

Dit artikel verscheen in 'Onderzoek kort' in Didactief, november 2017.