Onderzoek

Leergebieden versus vakken

Tekst Arie Wilschut
Gepubliceerd op 22-01-2019 Gewijzigd op 21-01-2019
Beeld Shutterstock
Leerlingen zouden beter leren binnen leerdomeinen in plaats van vakken. Maar dat blijkt niet uit een analyse van 140 studies over geïntegreerd onderwijs.

De curriculumherziening onder het motto Curriculum.nu maakt de vraag opnieuw actueel: is het beter om geïntegreerd onderwijs aan te bieden of heeft onderwijs in gescheiden vakken de meeste voordelen? Het is al een oud debat dat telkens opnieuw gevoerd wordt. Toch wordt steeds weer verondersteld dat vakkenintegratie iets nieuws is, gericht op de toekomst. Aannames over de voordelen zijn legio, maar eigenlijk is er weinig bekend uit empirisch onderzoek. Wij voerden een literatuurstudie uit om meer helderheid te scheppen over de effecten van vakkenintegratie.

 

Vermeende voordelen

Een uitgebreide zoektocht naar publicaties in vooral Engelstalige literatuur leverde zo’n 140 empirische studies op waarmee de stand van kennis in kaart kon worden gebracht. Het is niet eenvoudig die empirische studies te scheiden van de overvloedige ‘getuigenisliteratuur’ over dit onderwerp: publicaties waarin de lof gezongen wordt van geïntegreerd onderwijs en waarin uitvoerig wordt uiteengezet hoe je dat moet aanpakken, zonder enige empirische toetsing van de resultaten ervan. In plaats van data presenteren zulke publicaties subjectieve impressies over het succes van deze aanpak. Deze literatuur was in zoverre bruikbaar dat er een overzicht uit kon worden gedestilleerd van de geclaimde voordelen van geïntegreerd onderwijs. Die komen neer op de volgende zeven punten:

 

1. Geïntegreerd onderwijs sluit beter aan bij een steeds gecompliceerder wordende buitenwereld.
2. Het leidt tot meer betekenisvol leren.
3. Leerlingen raken er meer gemotiveerd door.
4. Het levert betere leerprestaties op.
5. Het past beter bij een constructivistische leerstijl en het brein van adolescenten.
6. Het creëert meer diepgaand begrip, hogere-orde-denken en kritisch denken.
7. Het geeft leerlingen een meer zelfstandige rol in hun leerproces.

 

Punt 3, 4 en 6 zijn het best empirisch toetsbaar op basis van kwantitatieve meetresultaten. Punt 1 en 2 zijn vooral opvattingen en interpretaties, 5 is een moeilijk bewijsbare aanname, en 7 zou best het geval kunnen zijn, maar is waarschijnlijk meer afhankelijk van de organisatie van het onderwijs dan van de inhoud ervan.


Drijfzand

Nadere inspectie van de 140 empirische publicaties leidde allereerst tot de conclusie dat het hier gaat om zeer uiteenlopende studies in allerlei vormen van onderwijs. Die variëren van ‘tuinonderwijs’, ‘wetenschap en techniek’ en geïntegreerd lees- en rekenonderwijs in het po tot volledig geïntegreerde projecten in het vo over ‘culturen’ of ‘energie’, naast projecten over STEM-onderwijs (science, technology, engineering en mathematics) en meer of minder geïntegreerde wiskunde in het hoger onderwijs.
Ook zijn de toegepaste onderzoeksmethoden zeer wisselend van kwaliteit, waardoor de conclusies regelmatig op drijfzand zijn gebaseerd (zie ook kader).


Geen betere prestaties

Onze literatuurstudie leidt tot de volgende conclusies over de veronderstelde voordelen van geïntegreerd onderwijs die goed empirisch toetsbaar zijn. Dat motivatie van leerlingen toeneemt door het bestuderen van ‘echte problemen’ uit de wereld buiten school die als ‘één geheel’ op hen afkomt, is niet aangetoond. Er zijn wel aanwijzingen dat het bestuderen van complexe gehelen juist demotiverend kan zijn, omdat leerlingen er weinig houvast aan hebben en niet het gevoel hebben ‘echt iets te leren’. De motivatie lijkt vooral te stijgen bij toepasbare wiskunde, toepasbare taalvaardigheden en in praktische toepassingen herkenbare natuurwetenschappen: leerlingen kunnen daardoor het gevoel krijgen dat ze het leren beter aankunnen.

Betere leerprestaties door geïntegreerd onderwijs zijn in het algemeen niet aangetoond. Empirische studies tonen een wisselend beeld van nu eens positieve, dan weer negatieve effecten. Vaak zijn de verschillen tussen experiment- en controlegroepen uiterst klein. Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van rekenen-wiskunde vooral voor de natuurwetenschappen nuttig kan zijn en dat aandacht voor taal bij inhoudelijke vakken voor zowel het leren van taal als het leren van vakinhoud bevorderlijk is. Integratie van taal bij andere vakken staat in Nederland niet bekend als vakkenintegratie, maar internationaal wel. In Nederland spreken we hier van taalgericht vakonderwijs.

Voor het ontwikkelen van hogere-orde-denken en kritisch denken door geïntegreerd onderwijs bestaat vrijwel geen bewijs. Wel is te veronderstellen dat hogere-orde-denken heel goed (of misschien zelfs juist) tot stand kan komen in een vakmatige context. Dan kunnen leerlingen dieper doordringen in de vakmatig samenhangende begripsstructuur en onder leiding van een expert voor de klas werken aan complexe problemen binnen een vakgebied.

 

Combinatie

Dat de voordelen niet zijn aangetoond, wil niet zeggen dat die nooit zouden kunnen bestaan. We weten het alleen niet zeker. Duidelijk is wel, dat invoering van vakkenintegratie tot veel onzekerheid en frustraties bij leraren kan leiden en dat de expertise van leraren in deze situaties vaak slecht wordt benut.
Wat de aandacht verdient, zijn overwegingen over ‘samenhang’ in het curriculum: wat moeten we daaronder verstaan? Bestaat samenhang in de vorm van het op één onderwerp toepassen van noties uit (bijvoorbeeld) wiskunde, geschiedenis, Engels en biologie? Of door coherente betekenisgehelen tot stand te laten komen binnen één vakgebied? Is een vakmatig curriculum gefragmenteerd, of een curriculum dat bestaat uit een scala aan allerlei (vanuit de wereld buiten school) relevante thema’s die onderling weinig verband hebben?
De gemeenplaats dat de wereld één geheel is en daarom ook als één geheel dient te worden bestudeerd is, is echt aan herziening toe. Disciplinair denken kan juist heel goed helpen om problemen in de verwarrende buitenwereld te verhelderen. Van tijd tot tijd is daarnaast misschien ook een multidisciplinaire aanpak van een bepaald probleem te overwegen, waarbij diverse vakbenaderingen in combinatie tot hun recht kunnen komen. Maar dat is bepaald iets anders dan het volledig laten opgaan van vakken in leerdomeinen.

 

Arie Wilschut en Monique Pijls, Effecten van vakkenintegratie. Een literatuurstudie. Hogeschool van Amsterdam, 2018. Eindrapport van NRO-overzichtsstudie (projectnummer 405-17-719). Download het rapport op nro.nl of bestel een gratis gedrukte versie via w.andree.wiltens@hva.nl.

Dit artikel verscheen in de rubriek Onderzoek po/vo in Didactief, januari/februari 2019.
 

Twijfelachtig

In zijn befaamde boek Visible Learning (2009) baseert John Hattie zijn conclusie over het effect van geïntegreerd onderwijs op slechts twee meta-analyses, waaraan empirische studies van soms ronduit twijfelachtige kwaliteit ten grondslag hebben gelegen. En zijn conclusie dat integrated curricula programs thuishoren in de middenmoot van effectieve interventies, is beslist ongefundeerd als je kijkt naar de onderzoeken waarop dit is gebaseerd.

 

 

Verder lezen

1 Curriculum in 7 haltes

Click here to revoke the Cookie consent