Interview

In de biotoop van Ufuk Akgün

Tekst Paulien de Jong
Gepubliceerd op 12-11-2019 Gewijzigd op 11-11-2019
Vragen stellen, beantwoorden en ter discussie stellen. Dát is waar het om draait in het geschiedenisonderwijs van Ufuk Akgün. ‘Een geschiedenisboek is niet uit de hemel neergedaald, maar gewoon door mensen geschreven.’

Zijn decaan op de middelbare school was bijna wanhopig. En terecht, wat moest die met een leerling die vanaf dag één wist dat hij geschiedenisleraar wilde worden… ‘Hoezo inlezen, oriënteren en open dagen bezoeken? De vraag was niet: wat ga ik studeren, maar: waar?’ Aan het woord is Ufuk Akgün (46), docent geschiedenis op Gymnasium Novum in Voorburg. Sinds twaalf jaar geeft hij hier les, de laatste drie jaar is hij ook leerlingcoördinator van de eerste en tweede klassen.
Zijn fascinatie voor geschiedenis begon met een boek dat hij als jochie van tien van de buren leende: Geschiedenis van de Lage Landen van Jaap ter Haar en Rien Poortvliet. ‘Ik zag het helemaal voor me. Eerst de Bataven, toen de Romeinen en al snel las ik over de oude Egyptenaren. De magie rond de goden en de bouw van de piramides – ik werd gegrepen en de verhalen hebben me nooit meer losgelaten.’ Daarom vindt hij de ooggetuigenverslagen waar Geert Mak ooit mee begon zo mooi. ‘Dat wil ik overbrengen, zodat leerlingen het gaan lezen én voelen dat een historische gebeurtenis een emotionele impact kan hebben. Ik neem leerlingen graag mee naar het Nationaal Archief. Een wet bijvoorbeeld gaat “leven” en krijgt iets menselijks als ze de originele stukken met aantekeningen zien.’

Akgün komt niet uit een onderwijsnest. Zijn vader was meubelmaker en later stationschef, zijn moeder kleermaakster bij kledingmerk Oilily. ‘Mijn ouders vonden het prima dat ik leraar wilde worden, als ik maar voor het hoogst haalbare zou gaan. Universiteit in mijn geval.’ Toch koos hij in eerste instantie voor de lerarenopleiding geschiedenis, omdat hij voor de klas wilde staan. Na een jaar stapte hij alsnog over naar de universiteit; hij miste diepgang. ‘Op het hbo lazen we bijvoorbeeld twee hoofdstukken over de Franse revolutie, op de universiteit vier boeken. Ik zoog veel informatie op en leerde bij het vak methodologie hoe ik gebeurtenissen kon interpreteren en in de tijd plaatsen.’ Zo leerde hij zijn mening te vormen: door onderzoek te doen, recensies te schrijven en kritisch met informatie om te gaan.


KNAW Onderwijsprijs

 

Dit jaar kwam Akgün in het nieuws toen zijn leerlingen Famke van der Meer en Marilou Schaafsma de KNAW-Onderwijsprijs wonnen met hun CM-profielwerkstuk In werkelijkheid was het oorlog.
Ze stonden twee jaar geleden aan zijn bureau: of hij hen wilde begeleiden bij hun profielwerkstuk over de militaire acties van Nederlanders in Indonesië tussen 1945 en 1949? Akgün, die het koppel jarenlang in zijn klas had gehad, was enthousiast én kritisch. In hun onderzoeksvraag miste hij focus. Was het niet beter om te onderzoeken hoe de politionele acties werden behandeld in het Nederlandse geschiedenisonderwijs? Hij had thuis stapels voorbeelden: oude en nieuwere lesboeken waarin amper of verbloemd werd gerept over deze militaire excessen. Zijn leerlingen doken de archieven in en plozen veertig lesboeken uit. ‘Ze gingen zelfstandig te werk. Ik was hooguit hun kritische vragensteller bij problemen,’ zegt Akgün bescheiden. 
 

Bij het ter perse gaan van dit nummer deed het gerechtshof (Den Haag) uitspraak: de staat kan zich bij oorlogsmisdaden in Indonesië niet op verjaring beroepen.

 

En toen was er in juni die prijs van het KNAW. Akgün was niet verrast. ‘Het was een ontzettend goed profielwerkstuk. Of zoals de jury het verwoordde: “We zijn zeer onder de indruk van de grondigheid en methodologische aanpak.”’ Maar de echte reden waarom het werkstuk heeft gewonnen, is de maatschappelijke relevantie, denkt Akgün. ‘Oorlogsmisdaden zijn van alle tijden en roepen pijnlijke vragen op: hoe gaan we om met onze eigen oorlogsmisdadigers? Moeten we hun namen bekendmaken? Hen alsnog vervolgen? De lesboeken herschrijven?’ Dat laatste gebeurt al, constateert Akgün. De overheid heeft de aanbeveling van zijn leerlingen, om de politionele acties voortaan expliciet aan de orde te laten komen als verplicht onderdeel van de historische context ‘Koude Oorlog’, opgevolgd. In de nieuwste uitgave van een geschiedenismethode wordt aan deze gebeurtenissen meer aandacht besteed.

 

Wereldhandel en VOC

Het belangrijkste dat Akgün zijn leerlingen wil meegeven: vragen stellen en discussiëren. Hij vertelt ze dat een werkboek niet zomaar uit de hemel is neergedaald, maar gewoon door mensen is geschreven. En die mensen hebben duidelijke, soms persoonlijke keuzes gemaakt: multi-interpretabel dus.
Van zijn leerlingen wil Akgün weten waarom de ene vraag in hun ogen belangrijker is dan de ander. Zo vindt tweedeklasser Hidde de vraag ‘Geef twee redenen voor de oprichting van de VOC’ belangrijk: ‘Omdat dit zomaar een vraag op de toets zou kunnen zijn.’ Darya denkt dat de vraag ‘Waarom was de wereldeconomie zo belangrijk voor Nederland?’ essentieel is. ‘Omdat juist de wereldeconomie ervoor heeft gezorgd dat Nederland nog meer handel kon drijven,’ zegt ze. Akgün vindt hun antwoorden eigenlijk niet eens zo relevant. ‘Het gaat er vooral om dat ze vragen stellen en die zelf leren bedenken. Zo ontdekken ze dat het best moeilijk is om een goede vraag of onderzoeksvraag te formuleren. Daarom zijn vraagstelling, onderzoek doen en persoonlijke motivatie ook zo essentieel in onze profielwerkstukken. Dan overstijgt zo’n werkstuk het gemiddelde Wikipedia-niveau, of nog beter: het profielwerkstukniveau.’


Cliffhanger

De laatste minuten van Akgüns geschiedenisles tikken weg. Als de aandacht van 24 tweedeklassers verslapt, wendt de docent zijn laatste redmiddel aan: ‘Let op jongens, ik heb smeuïge real-life soap opera-dingen. Dit gaat inslaan als een bom.’ De leerlingen rechten hun rug, want nu komt zijn typerende afsluiting – een cliffhanger: ‘Schilderijen symboliseren de Gouden Eeuw.’ Hij wijst op een wereldberoemd werk op het digibord: het meisje met de parel van Vermeer. ‘Ze is op een speciale manier afgebeeld. Waarom is juist dit schilderij zo bijzonder? Ssst, niks verklappen, dat bespreken we de volgende keer.’
Sommigen kunnen die spanning niet aan. ‘Een keer kreeg ik in het weekend een mail van een leerling die er niet van kon slapen.’ Akgün lacht. ‘Toen heb ik hem toch maar uit zijn lijden verlost.’
 

 

Tentoonstelling 'De oorlog die bleef'

In 2020 is het 75 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In de tentoonstelling De oorlog die bleef laat het Nationaal Archief de nasleep van de oorlog zien. Aan de hand van documenten en foto’s worden persoonlijke geschiedenissen verteld over de berechting van (vermeende) collaborateurs, mensen die terugkeerden uit de concentratiekampen, de identificatie van omgebrachte personen en over hoe de naoorlogse periode door mensen uit Nederlands-Indië werd beleefd. Te zien vanaf 21 februari 2020 tot en met 20 juni 2021.

 

Dit artikel verscheen in Didactief, november 2019.

Click here to revoke the Cookie consent