Onderzoek

Hoe mediawijs zijn ze nou helemaal?

Tekst Winnifred Jelier
Gepubliceerd op 12-12-2019 Gewijzigd op 12-12-2019
Beeld Rob Nijhuis Fotografie
De een maakte al vlogs, terwijl de ander net zijn eerste mobiel kreeg. De digitale geletterdheid van brugklassers liep soms zo uiteen qua niveau dat het Erasmus Almelo besloot om met basisscholen uit de regio specifiekere leerdoelen te formuleren. Samen met SLO is nu een handreiking met leerdoelen gemaakt voor scholen in het hele land.

‘Eh, wat doen we met die memes over onze docenten op Instagram?’ klinkt het vertwijfeld uit een hoek. Stephanie van den Kieboom kijkt om. Vanachter een groot computerscherm duikt een collega op. Hij kijkt Van den Kieboom vragend aan.

Van den Kieboom is hét aanspreekpunt binnen het Erasmus Almelo als het gaat om digitale geletterdheid, blijkt al snel tijdens een bezoek aan de school. Niet alleen heeft ze als docent digitale geletterdheid doorlopende leerlijnen voor alle niveaus uitgewerkt, ook helpt ze collega’s op weg met eigen lesmateriaal en gastlessen. Maar haar hart gaat extra snel kloppen zodra ze over de samenwerking met basisscholen uit de regio vertelt. ‘We kregen soms leerlingen in de brugklas die niet eerder een mobiel hadden, terwijl anderen al hun eigen vlogs op YouTube zetten,’ glimlacht ze, terwijl ze haar laptop openklapt.

 

Wat valt er onder digitale geletterdheid?

 

  • kunnen omgaan met ICT, zoals inloggen en bestanden opslaan

  • actief en kritisch omgaan met media (mediawijsheid)

  • zoeken, selecteren en verwerken van online informatie (informatievaardigheden)

  • (her)formuleren van problemen zodat ze met de computer oplosbaar zijn (computational thinking)

 

    Buitenwifi

    Samen met SLO specificeerde Van den Kieboom de leerdoelen voor groep 8 om het ICT-niveau van brugklassers meer gelijk te trekken. Volgens de kerndoelen moeten leerlingen in de eerste klas onder meer weten hoe een computer werkt en de belangrijkste begrippen kennen. Te abstract, vond Van den Kieboom. Ze wijst naar het scherm. ‘Muis, toetsenbord, adapter – dát zijn begrippen waar je wat mee kunt, dáár kun je in groep 8 goed mee oefenen.’

    Ze sprak met verschillende basisscholen uit de regio om te kijken wat ze doen en waar ze tegenaan lopen. ‘Als leraren denken we soms dat kinderen al veel weten, omdat ze zich met zoveel zelfvertrouwen op hun mobiel of tablet storten en er makkelijk over praten. De werkelijkheid is vaak weerbarstiger.’ Zo hadden enkele van haar leerlingen het laatst over ‘buitenwifi’. ‘Ze dachten dat het internetsignaal anders is als je buitenshuis bent. Dat moet je dan wel even rechtzetten.’

     

    OV-chipkaart

    Van den Kieboom klapt haar laptop dicht. Tijd voor een kijkje op de verschillende locaties: langs de werkplaatsen van het vmbo, de mediatheek op de havo/vwo-locatie en de lesruimtes van het PrO. Waar zijn de computerlokalen? ‘Computerlokalen? Nee zeg,’ reageert Van den Kieboom verschrikt. Alle leerlingen werken zo veel mogelijk op hun eigen laptop of tablet, vertelt ze. Zodra ze in de brugklas beginnen wordt verwacht dat ze altijd een ‘device’ bij zich hebben. Docenten laten ze tijdens de les een PowerPoint-presentatie maken of een referentielijst samenstellen. ‘Integratie is het toverwoord: de koppeling van digitale geletterdheid aan vakinhoud voor zover dat kan en telkens toegespitst op het onderwijsniveau.’

    Ze trekt de deur van de PrO-locatie open. Hier geeft collega Tim van Ooijik elke week les in ICT-vaardigheden. Ook op het PrO staat bruikbaarheid voorop, vertelt Van Ooijik: ‘Ik leg uit hoe je een ov-chipkaart oplaadt, we oefenen hoe je een bijlage per e-mail verstuurt en hoe je een document opslaat in de Cloud. Dat klinkt misschien simpel, maar voor veel PrO-leerlingen is het dat niet.’

     

    5 tips van Stephanie

     

    • Maak afspraken met basisscholen uit de regio zodat leerlingen een vergelijkbaar niveau hebben als ze instromen.

    • Zorg voor een doorlopende leerlijn en maak digitale geletterdheid zo veel mogelijk onderdeel van bestaande vakken.

    • Wees kritisch en selectief: behandel die aspecten van digitale geletterdheid waarvan jullie vinden dat jullie leerlingen er echt wat aan hebben.

    • Laat je niet intimideren door de snelheid van leerlingen en kijk goed of ze wel efficiënt en zorgvuldig werken.

    • Houd jezelf op de hoogte: de technologie verandert snel. Wat drie jaar geleden modern was, kan nu verouderd zijn.

     

    CTRL-X

    De kunst is om ze genoeg te leren dat ze zich later kunnen redden. Van den Kieboom: ‘Daarvoor hoef je als leraar echt geen techniekexpert te zijn, maar een basale belangstelling is cruciaal. Werken je leerlingen bijvoorbeeld wel echt efficiënt of zijn ze alleen maar vlug? Soms zie ik kinderen voor een opdracht heel snel een PowerPoint-dia kopiëren, maar telkens per element, dus steeds maar CTRL-X, CTRL-V. Niet handig.’ Van Ooijik: ‘Mijn leerlingen maken soms een heel nieuw account voor social media of webwinkels, omdat ze hun wachtwoord vergeten zijn.’

     

    Grapje

    Dan klinkt de vraag over de memes nog een keer. Enkele brugklassers blijken op Instagram docenten met naam te noemen en belachelijk te maken. ‘Moeten we niet ingrijpen?’ wil de collega weten. ‘Tja, vrijheid van meningsuiting, toch?’ glimlacht Van den Kieboom, leunend tegen de deuropening. ‘Maar ik zal ze eens vragen wat zij ervan zouden vinden als ze zo te kijk werden gezet. Waar ligt de grens tussen grappig doen en kwetsen? Dat zou wel eens een interessant gesprek kunnen worden.’

     

    Bekijk de leerdoelen en suggesties voor digitale geletterdheid op slo.nl.

    Dit artikel verscheen in de special Digitale geletterdheid & burgerschap bij Didactief, december 2019. Deze special kwam tot stand met financiering van SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling.

    Click here to revoke the Cookie consent