Nieuws

Het ligt nooit aan het kind, zegt Horeweg

Tekst Monique Marreveld
Gepubliceerd op 09-06-2017 Gewijzigd op 09-06-2017
Beeld Roos Koolen (foto Horeweg)
Anton Horeweg geeft regelmatig workshops aan collega's. Zo ook aan leraren van de Lucas Academie, dit keer over executieve functies. Zijn publiek heeft interesse, maar kampt ook met geheel eigen problemen.

Horeweg
Anton Horeweg heeft 32 jaar voor groep 8 gestaan, de Angstgegner van veel leraren. Sinds een aantal jaar staat hij voor groep 6 en geeft hij trainingen aan collega’s in het hele land. Hij heeft diverse succesvolle boeken geschreven over gedragsproblemen in het onderwijs, waarin hij wetenschappelijke kennis (hij heeft een master SEN) en zijn praktijkervaring bundelt. Vanmiddag geeft hij deel 2 van een workshop over executieve functies aan de Lucas Academie.

Twee maanden geleden behandelde hij de theorie, vandaag staan praktijkvoorbeelden centraal. Het paard en de staander met blauwe gymmatten zijn weggerold om plaats te maken voor tafeltjes en stoelen in de gymzaal van basisschool De Fontein in Den Haag. Ruim twintig leraren zitten in een carré om Horeweg heen. Op de tafels staan plastic bekers met gummiebeertjes en zoutjes, het is woensdagmiddag, iedereen heeft er al een halve dag met de kinderen op zitten.

Executieve functies die Anton Horeweg vandaag onderscheidt:

Responsinhibitie
De leerling denkt rustig na voor hij iets doet (impulsieve kinderen hebben hier problemen mee)

Werkgeheugen
De leerling kan informatie beoordelen (is het belangrijk?), in stukjes hakken en koppelen aan informatie uit zijn lange termijn geheugen (‘Juf, wat moet ik doen?’, terwijl je het net verteld hebt, vraagt een leerling met een haperend werkgeheugen)

Emotieregulatie
De leerling kan zijn emoties onder controle houden (of hij wordt steeds boos en heeft regelmatig conflicten met andere kinderen)

Volgehouden aandacht
De leerling blijft bij de les, ook als het saai wordt (of hij gaat zitten klieren)

Taakinitiatie
De leerling begint op tijd en doet goed mee als jij aan de slag wilt (leerlingen die dit niet kunnen doen er soms wel een kwartier over om op te starten)

Planning
De leerling is op tijd en heeft zijn huiswerk gedaan (wie nog niet zover is, kost jou een hoop tijd)

Organisatie
De leerling vergeet zijn spullen niet, heeft een opgeruimd laadje (de leerling die hier moeite mee heeft, leeft in chaos en heeft een puinhoop van zijn laadje gemaakt)

Timemanagement
De leerling heeft zijn werk af en weet te plannen (leerlingen die hier problemen mee hebben doen een kwartier over een taak die in vijf minuten klaar zou kunnen zijn)

Doelgericht gedrag
De leerling laat zich niet afleiden (in tegenstelling tot zijn klasgenoot bij wie het remvermogen ontbreekt en die steeds drie dingen tegelijk doet)

Cognitieve flexibiliteit
De leerling kan snel schakelen en schrikt niet van verandering (maar als een leerling niet kan voetballen op het schoolplein op de afgesproken dag en hij boos wordt, is hij niet flexibel)

Metacognitie
De leerling kan bij zichzelf nagaan of hij iets goed of slecht heeft gedaan (of niet, en dan ziet hij vaak zijn eigen aandeel in problemen niet).

Horeweg bespreekt voor de vuist weg een aantal casussen. De eerste is herkenbaar voor iedereen: Samantha die steeds vergeet haar vinger op te steken als ze iets wil vertellen in de kring. Ze onderbreekt andere kinderen en is een stoorzender in de klas. Corrigeren helpt niet. Met welke executieve functies heeft dit meisjes problemen en wat kun je doen, vraagt Horeweg?

cover Gedragsproblemen in de klasIn tweetallen moeten de deelnemers de casus bespreken, een diagnose stellen, interventies verzinnen en ze vervolgens aan de groep presenteren. Gaat het hier bijvoorbeeld om een haperend werkgeheugen, gebrekkige emotieregulatie (Samantha kan haar eigen enthousiasme of verdriet niet beteugelen) of een gebrek aan volgehouden aandacht? ‘Sommige kinderen zijn gewoon stronteigenwijs,’ zegt een leerkracht enigszins verontwaardigd. ‘Ze willen gewoon de controle’, zegt een ander. Niet iedereen in deze gymzaal is bereid de oorzaak te zoeken in gebrekkige executieve functies. Ligt het niet gewoon aan het karakter van het kind?

Stille vinger

Horewegs reactie is steeds rustig. ‘De meeste kinderen willen het echt graag goed doen’, benadrukt hij. Hij straalt empathie uit en hij heeft gezag omdat hij al zo lang voor de klas staat. Maar dat betekent nog niet dat de collega’s zijn verhaal voor zoete koek aannemen. Kan je zo’n kind niet negeren, suggereert iemand? Nee, dat is niet de oplossing, aldus Horeweg. Dit meisje heeft hulp nodig. ‘Probeer een tijd met haar af te spreken om niet door de klas te roepen. Als dat lukt, breid je die tijd uit, van 5 naar 10 minuten bijvoorbeeld. Geef ook een beurt aan leerlingen die “een stille vinger” geven en benoem dat voor Samantha als ze toch een ander onderbreekt: “Ik zie je stille vinger niet”. Als ze de volgende keer wel netjes haar vinger opsteekt, beloon je dat gedrag door specifiek te benoemen wat er goed ging.’

In de loop van de middag bespreekt de groep op deze manier vier casussen. Een leerling die steeds vergeet om zijn spullen mee naar huis te nemen, een kind dat voortdurend betrokken is bij conflicten in de klas en op het schoolplein, en een jongen die zijn weektaak nooit afkrijgt en steeds ongemotiveerder wordt.

Geduld

De crux van Horewegs aanpak is een juiste diagnose (niet te snel oordelen op karakter of achtergrond) en daarop handelen met heel veel geduld. Maak een scan van de omgeving en bedenk welke aanpassingen er nodig zijn in de taak van de leerlingen. Wat kun jij doen als leraar om hem of haar te helpen? Geef aanwijzingen en visualiseer.

In het geval van de jongen die steeds zijn spullen of zijn huiswerk vergeet: spreek met hem af dat hij laat zien dat hij zijn spullen bij zich heeft of dat hij zijn huiswerk in zijn agenda heeft geschreven, voordat hij de klas verlaat. Leg zo nodig een checklist of kaartjes op zijn tafeltje om hem te helpen herinneren. Complimenteer hem ook als het gelukt is, zodat zijn besef van hoe het moet, groeit.

Een collega die ervoor pleit ‘een leerling gecontroleerd op z’n plaat te laten gaan’, weerspreekt Horeweg niet uitdrukkelijk. Hij laat de opmerking als het ware in de lucht hangen en legt gedecideerd uit dat een kind ‘één keer laten mislukken’, geen kwaad kan. Zijn onuitgesproken boodschap: dat moet je niet te vaak doen. Als leraar ben je vooral een coach: pas de omgeving aan, oefen en beloon.

150 jaar ervaring

Tijdens de pauze blijkt hoe weer moeilijk dat kan zijn. In een klein kringetje staat maar liefst 150 jaar onderwijservaring rond de koffietap: vijf leraren die echt wel weten hoe een klas werkt, maar die ook voortdurend geconfronteerd worden met nieuwe uitdagingen.

diverse leerlingenDe een heeft het vooral over een veranderende populatie. ‘Ik heb nu een Turkse klas. Hoe ga je daar mee om? Dat is heel ingewikkeld momenteel.’ Het is een paar maanden na de coup in Turkije en ook op deze school dringen de problemen tussen de aanhangers van de Turkse president Erdogan en van Fetiye Gulen door op het schoolplein en in de klas. Hoe ga je daar mee om? En wie spreek je waar op aan? ‘Ik heb een jongen in de klas die Erdogan heet, maar die bleek nu bij nader inzien Koerdisch en dus helemaal niet op de hand van zijn naamgenoot, de president.’

Een ander zit naar eigen zeggen met te veel kleuters in een te klein lokaal, in een nieuwbouwschool. ‘Vorig jaar had ik daarom een bouwhoek ingericht op de gang maar ja, daar zaten ook leerlingen te werken die rust nodig hadden dus nu staat de bouwhoek toch maar weer in de klas. Het niveau van de kleuters die school binnenkomen, is ook erg laag. Ik krijg leerlingen binnen die geen enkele kleur kunnen benoemen, nog geen puzzeltje kunnen leggen en zo van opa en oma komen.’

Kijkwijzer

Haar collega heeft drie Nederlandse kleuters op een totaal van 28 kinderen. Een aantal zou ze graag naar logopedie sturen, maar ouders zien dat niet zitten. ‘Ze denken dat het alleen maar om de uitspraak gaat, maar het gaat ook om woordenschat et cetera. Ach, en ik snap het ook wel: het is te ver, ze hebben geen auto. Dus ik moet het als leerkracht oplossen, er is geen externe hulp. Heel soms willen ouders echt geen moeite doen. Of zijn er culturele problemen. En niet alleen met kinderen van culturele minderheden hoor. Ik heb ook kinderen van campers in de klas, die vragen weer een specifieke aanpak, met gymmen, met douchen.’

Na de pauze gaat Horeweg onverstoorbaar door. Hij nodigt deelnemers uit een lastige leerling uit hun eigen klas voor zich te nemen en diens executieve functies te scoren. Om de blik te helpen richten in de hectiek van alledag, hanteert hij een praktische kijkwijzer executieve functies. De diverse probleemgevallen bespreekt hij in de groep.

Etiket

Wat opvalt, is dat Horeweg aan de ene kant ruimte biedt voor duiding van de problemen van een leerling, iedereen mag zijn hart luchten, maar Horeweg is ook kritisch naar de leraren in de groep. Hij bakt geen zoete broodjes. Hij biedt weliswaar concrete handvatten om aan de slag te kunnen met kinderen die last van stoornissen hebben – dat is wat mede het succes van zijn boeken verklaart. Maar hij zegt erbij: Pas op voor te makkelijke aannames, wees je bewust van je eigen rol. ‘Ga echt eens turven wat je ziet, want misschien kijk je wel niet meer helemaal objectief als je eenmaal een etiket op een kind hebt geplakt. Is het wel terecht dat je verzucht: “Tommie weer, die is altijd zo….” Of is er af en toe misschien een goede reden voor Tommie om zich zo te gedragen?’

Het is een open deur, maar zelfs in een ervaren groep als vanmiddag staat Horewegs boodschap als een huis: ieder kind moet zich veilig voelen in jouw klas. Les nummer één blijft: zorg voor die band met je leerling. En als je hem of haar niet werkelijk kunt bereiken? Als het moeilijk is om hem of haar aan te spreken (wat volgens een aantal deelnemers met name bij Marokkaanse jongens nog wel eens moeilijk ligt): neem ze even apart. Want je kunt coachen en onderwijzen zoveel je wilt, maar als de relatie tussen leraar en leerling niet goed zit, gaat er niks van terecht komen. En eigenlijk ligt het nooit aan dat kind, is wat Horeweg in essentie zegt. En van hem geloven we dat graag, met die decennia ervaring.