Blog

Heerenveen

Tekst Karin Westerbeek
Gepubliceerd op 01-04-2025 Gewijzigd op 23-03-2025
In verband met een advies dat we voorbereiden over meertaligheid bezoek ik met een Onderwijsraadcollega de St. Jozefschool in Heerenveen met zo’n 100 leerlingen. ‘Heerenveen?’ zeiden mijn collega’s van de Onderwijsraad. ‘Dat kost je een hele werkdag!’ ‘Heerenveen?’ zei mijn man, ‘wat moet je daar als het gaat om meertaligheid?’ Maar de collega en ik weten wat we doen. 

Scholen in Nederland verschillen sterk van elkaar in levensbeschouwing, aanpak, curriculum, visie en sfeer. Het is mooi, die pluriformiteit. Zo heb je – op de meeste plekken in Nederland – ook daadwerkelijk wat te kiezen. Maar de scholen verschillen ook sterk in de kansen die ze weten te creëren voor kinderen. Ze verschillen in of het ze wel of niet lukt om jou goed Nederlands te leren. Of rekenen. Of het ze wel of niet lukt om jou een veilige plek te bieden waar je je thuis voelt. 

Ik kom wel op scholen waar de stemming bedompt is. Directiewisselingen, lerarentekort, te grote klassen, te hoge werkdruk, veel lesuitval en starters voor de klas die nauwelijks worden begeleid. Die starters vallen uit waardoor de klassen nog groter worden. Zie als school maar eens uit die vicieuze cirkel te komen.

Blije leraren dus weinig verzuim

Zo niet de St. Jozefschool in Heerenveen. Is het de directeur? Het leuke, ruime gebouw? De gemeente die bijspringt? Ik weet niet wáár de positieve cirkel begonnen is, maar het een leidt tot het ander. Blije leraren dus weinig verzuim en weinig verloop. Daardoor één gedragen visie die je door de hele school heen ziet. En deel daarvan is dat talige diversiteit belangrijk en leuk is en dat leerlingen veel beter leren als je ook aandacht geeft aan hun moedertaal. De resultaten van de leerlingen laten het gelijk van hun leerkrachten zien.

Dus zien we een groep 7/8 met twintig heel verschillende kinderen. Zij spreken thuis Koerdisch, Turks, Engels, Frans, Arabisch, Tigrinya, Bahasa Indonesia, Papiaments, Nederlands óf Fries. 

Ze moeten volgende week fietsexamen doen en krijgen vandaag les over voertuigen. De les is in het Fries, want dat is de taal die de leerlingen in elk geval moeten leren begrijpen. De leraar switcht vloeiend tussen Fries en Nederlands. De leerlingen maken in tweetallen een infographic. Twee meiden zoeken op een website van de Turkse overheid informatie op over fietspaden in Turkije en vertalen dat naar het Nederlands. Een jongetje zoekt op hoeveel kilometer fietspad er is in Friesland. 

Ik keer huiswaarts vol ideeën voor het Onderwijsraadadvies en hoop zelf ook ooit zo goed les te leren geven. Ook in mijn vwo-klassen zitten leerlingen met een andere thuistaal. En een positieve attitude ten aanzien van talige diversiteit is voor álle leerlingen relevant.

Deze column is verschenen in Didactief van maart 2025.

Click here to revoke the Cookie consent