Interview

Fullan wordt concreet

Tekst Monique Marreveld
Gepubliceerd op 20-10-2016 Gewijzigd op 28-04-2017
Michael Fullan, oud-rector van de universitaire lerarenopleiding in Ontario (Canada), komt al jaren naar Nederland. Vandaag sprak hij op het tweejaarlijkse congres van de European School Heads Association in Maastricht dat dit jaar werd georganiseerd door de Algemene Vereniging van Schoolleiders. Didactief stelde hem in de marge van het congres een aantal ja/nee-vragen. Fullan werd opeens heel concreet.

Verplicht lerarenregister, ja of nee?

Ja. Niet als valideringsinstrument, maar om te bepalen wie tot de beroepsgroep hoort en om wangedrag te kunnen aanpakken. Ik weet dat er zorgen zijn dat een register een lerarentekort kan veroorzaken, omdat onbevoegde leraren niet geregistreerd kunnen worden en uit school zouden moeten verdwijnen. Maar onbevoegden zíjn ook een probleem. Zo’n register kan die mensen wel tijdelijke vergunningen geven. Maar bovenal kan het een instrument zijn om kwaliteit te controleren.

Een nationaal curriculum, ja of nee?

Nee. We hebben een curriculum nodig als bron, maar niet zo van: dit is het, onderwijs het maar! Een curriculum dient doel en visie van het onderwijs waar de maatschappij aan hecht, te formuleren. Meer niet.

In de toekomst alleen universitair geschoolde leraren voor de klas, ja of nee?

Ja, met één uitzondering: onderwijs aan jonge kinderen. Sinds een paar jaar gaan alle 4- en 5-jarigen naar school in Ontario, waar een leraar met een speciale kwalificatie voor voor- en vroegschoolse educatie en een academisch geschoolde leraar samen voor de groep staan. Mijn definitie van academisch is overigens breed en omvat ook pedagogische kennis, een vakgebied waar de vve-specialist veel van afweet. Academisch klinkt te veel alsof het alleen om kennis van de zaakvakken zou gaan. Pedagogiek moet altijd het startpunt zijn.

Iedere leraar een maximum lestaak van twintig uur of acht dagdelen per week, ja of nee?

Ja, leraren hebben tijd nodig om samen te werken buiten de klas. Dat is duur ja, maar het hoeft niet in één keer geregeld te worden. Ik adviseer nooit structurele veranderingen in één keer. Meestal resulteren die namelijk niet in ander, gewenst gedrag. Ze leveren vooral politiek debat op. Maar ik benadruk wel het belang van pedagogiek in het onderwijs en dat vereist tijd voor leraren.

Toets leerlingen jaarlijks om te weten of school doet wat hij moet doen, ja of nee?

Absoluut niet! Yeah, ik heb maar één woord: NEE. Er is geen enkel bewijs dat de prestaties van leerlingen verbeteren als je ze jaarlijk test.Je moet wel steeds kijken waar leerlingen staan, een diagnose stellen, assessment for learning noemen we dat. Dan heb je helemaal geen jaarlijkse toetsen nodig, sterker nog: die staan goed onderwijs in de weg.

Verantwoording afleggen kan een school op andere manieren. Transparantie en interne verantwoording werken beter dan externe verantwoording. In mijn boek Coherence (vertaald als De verbindende schoolleider en in oktober 2016 verschenen bij OnderwijsMaakJeSamen) beschrijf ik hoe een groep leraren gezamenlijk verantwoordelijk is voor het werk. Als ze aandacht besteden aan pedagogiek, kijken waar leerlingen staan en aantonen dat leerlingen bezig zijn met leren; als ze werken in een transparante omgeving, met de klasdeuren open, in een omgeving waar over onderwijs wordt gepraat, met elkaar, met de krant en met het publiek, dan zal hun onderwijs verbeteren. Maar op het moment dat je regels maakt om ze extern verantwoording af te laten leggen, zullen hun prestaties afnemen.

Een onderzoekscoördinator in elke school zoals Tom Bennet bepleit, ja of nee?

Nee. (Fullan denkt even wat langer na) Beter is het een taalcoördinator of een rekencoördinator aan te stellen, iemand die met leraren samenwerkt om hen te helpen hun onderwijs te verbeteren en die ervoor zorgt dat ze daarbij ook onderzoek gebruiken. Ik vind het geld verspillen om een onderzoekscoördinator aan te stellen in plaats van iemand die de verbetering van het lesgeven coördineert. Ik geloof ook niet in leraren die onderzoek doen, maar ze moeten onderzoek kunnen lezen, interpreteren en gebruiken: evidence informed werken. Dat heb je nodig om een vierjarige effectief les te geven of een vijftienjarige.

Iedere school toegang tot wetenschappelijke literatuur (open access) ja of nee?

Ja, maar met de aantekening dat wij een ander systeem hebben dan jullie in Nederland. Iedereen kan overal gratis bij in Canada, betaald door het systeem. De trend is ook meer naar creative commons, dus open access.

Maar wij werken ook anders. We focussen er op dat leraren eerst werken aan betere lessen en dan pas onderzoek raadplegen. In plaats van naar onderzoek te kijken en dan te zeggen: laten we ervoor zorgen dat het geïmplementeerd wordt. Wij leggen veel meer nadruk op pedagogiek als startpunt en daarna kijken we of onderzoek kan helpen. Hier in Nederland is dat anders volgens mij: hoogleraren die onderzoek doen en leraren aanmoedigen om dat te gebruiken. Dit mechanisme is weinig effectief om onderzoek de praktijk in te krijgen. Je kunt beter uitgaan van de vraag van de leraar en zijn verlangen stimuleren om onderzoek te gebruiken en toegang te krijgen tot die data in plaats van andersom te zeggen: hoe gaan we dit onderzoek implementeren?

Maximaal 25 leerlingen in een klas, ja of nee?

(Zucht, twijfelt) Yeah, ik zou ja zeggen. In de onderbouw hanteren we in Canada een maximum van 20 leerlingen per klas en daarna worden het er 26, maar staan er twee leraren voor de groep. Maar alweer, ik houd niet van die structuur-oplossingen, want het gaat er om wat er binnen zo’n structuur gebeurt. Je kunt heel slecht lesgeven in een klas met tien leerlingen en heel goed in een klas met dertig. Maar goed, 25 leerlingen is een fatsoenlijk getal.

Nederlanders zijn wel erg bezig met structuren, dat is duidelijk. Heeft vast te maken met die kaarsrechte polders. (Hij lacht hard.)

Inclusief onderwijs voor iedereen, ja of nee?

Yes, yeah. Because (ahum) zo is de maatschappij. Als je wilt dat kinderen opgroeien tot goede burgers, moeten ze ervaring hebben met diversiteit. En het kan ook best. Veel leerproblemen zijn niet ernstig, maar kunnen worden opgelost met wat aanpassingen in een normale klas. Als je goed inclusief lesgeeft, leer je leerlingen respect te hebben voor bijvoorbeeld gehandicapte klasgenoten. Ze krijgen de factor respect vanzelf mee. Het is slecht voor hun toekomst, als je ze leert mensen apart te zetten.

Veel leraren in Nederland voelen zich handelingsverlegen, ze vinden het moeilijk deze kinderen les te geven in een volle klas. Wat vindt u daarvan?

Ja, dan gaat het toch weer over pedagogiek. In Ontario kijken we welke scholen success hebben met dat soort kinderen en proberen we te leren van hun succes. Leraren die problemen hebben, krijgen niet genoeg hulp bij het zoeken van een betere pedagogische aanpak. Ze doen het fout en hebben hulp nodig. Maar ze staan er vaak alleen voor en dat is een systeemfout. Ze doen hun best en worden in de steek gelaten zonder hulp om uit te vogelen hoe het beter kan. Door scholen met elkaar te laten samenwerken, kun je deze leraren hulp bieden.

Bildung (bijvoorbeeld weten dat Cairo de hoofdstad van Egypte is en Goethe een Duitse schrijver) is belangrijk voor leraren, ja of nee?

Feitenkennis? De wereld kennen, ja, ja zeker, daar schrijf ik ook over in mijn boek over deep learning. Maar feitjes stampen heeft geen zin, je kunt beter projectmatig werken. Als je bijvoorbeeld aan de slag gaat met leerlingen over wereldconflicten of gezondheidsproblemen in India, ontdek je een heleboel feiten. Als je die alleen maar uit je hoofd zou leren, vergeet je ze. Dus als ik ja zeg tegen Bildung, bedoel ik niet dat we iedere leraar moeten gaan testen of hij weet waar de hoofdstad van Ontario ligt, maar wel dat leraren nieuwsgierig moeten zijn.

Salaris is de sleutel tot een blije leraar, ja of nee?

Nee. (Fullan kijkt me vragend aan, met verbazing in zijn stem alsof hij wil zeggen: is er nog iemand die dat gelooft?). Je moet leraren genoeg geld betalen, zodat er geen discussie over geld ontstaat. De discussie over beloning moet van tafel, zodat je kunt focussen op kwaliteit en verbetering.

De salarisschalen voor leraren in basis- en middelbaar onderwijs in Canada zijn hetzelfde en hun kwalificaties ook. Alleen hun specialisme en hun focus verschilt, maar het vergt evenveel kennis en ervaring om een vierjarige te helpen als een vijftienjarige. Wat telt is dat leraren de kwaliteit van onderwijs verbeteren, een band krijgen met leerlingen, deze met leren helpen en ze helpen te beoordelen wat ze doen.

Een schoolleider moet zelf voor de klas hebben gestaan, ja of nee?

Ja, zeker. Ik heb twee jaar geleden een boek gepubliceerd, The Principal (in het Nederlands uitgegeven als De Schoolleider door OnderwijsMaakJeSamen), waarin ik betoog dat scholen het meest succesvol zijn als de schoolleiders mee leren met de leraren in school. Een schoolleider moet leadlearner zijn zoals wij dat noemen. Kijk, als het er alleen om ging er voor te zorgen dat het gebouw in orde is en het personeelsbeleid of de veiligheid, dan kun je volstaan met any manager. Maar daar wordt het lesgeven niet beter van. Je hebt een groep leraren nodig om leraren beter te maken en een leider die het gezag heeft om dat proces te bevorderen.

Zelfevaluatie in teams is effectiever dan een strenge onderwijsinspectie, ja of nee?

Ja, hoewel ik mijn twijfels bij allebei heb….Maar de inspectie krijgt haar toezicht vaak niet op orde en afgezien daarvan, extern toezicht is niet motiverend. Zelfevaluatie werkt beter en gaat vooral over de vraag: hoe goed leren de leerlingen met wie we werken? En hoe worden wíj zelf beter? Dus zelfevaluatie heeft een doel: verbetering. Als je dat in een groep doet, krijg je een beter oordeel (twee weten meer dan een) en kun je elkaar verder helpen. Het slechte voorbeeld is de individuele leraar die geen medewerking krijgt en geen feedback.

Maar een team dat al lange tijd samenwerkt in moeilijke omstandigheden kan op een gegeven moment de omgeving en de achtergrond van de kinderen aanvoeren en aanvoelen als de oorzaak van slechte prestaties?

Dat kan inderdaad een probleem worden. Als een school alleen naar zichzelf kijkt en nooit naar buiten, zal zelfevaluatie weinig effectief zijn. Ik pleit er voor dat scholen bij zichzelf te rade gaan: gaan we vooruit en komen onze leerlingen genoeg vooruit? Én hoe doen we het vergeleken met collega’s? Scholen moeten samenwerken en van elkaar leren. En verder kijken: wat is het laatste onderzoek en wat weten we van bijvoorbeeld beter wiskundeonderwijs. Scholen hebben toegang nodig tot innovatie, in onderzoek en in andere scholen die het beter doen.

Voor- en vroegschoolse educatie, ja of nee?

Jazeker! Het verschilt soms wat mensen er onder verstaan, maar wij noemen het playbased inquiry. In het debat staan nu vaak twee extremen tegenover elkaar: aan de ene kant de mensen die het eigenlijk hebben over babysitten: kinderen moeten kunnen doen wat ze willen. En aan de andere kant de mensen die zouden zeggen: zet kinderen onder een lamp en dwing ze te leren lezen. Maar de middenweg is er een van de pedagogen die sterker wordt in reguliere scholen. Laat jonge kinderen spelend leren. En op basis van een heleboel studies zeg ik dan: vve betaalt zich dan uit voor leerlingen die met een achterstand in het onderwijs beginnen.

Tot slot nog een of/of-vraag. Finland of Singapore?

Finland. Weliswaar doet Finland het minder goed dan een paar jaar geleden en zal het straks in december als de nieuwe PISA-resultaten worden gepubliceerd, nog wat verzwakt blijken maar er heerst daar wel een cultuur van kwaliteit en interactie. En bovendien is het domweg heel moeilijk om Aziatische landen te imiteren. Singapore, Sjanghai, Zuid Korea, er heerst daar meer een cultuur van hard werken, mensen doen meer wat ze wordt gezegd, en er zijn gewoon cultuurverschillen die impact hebben en die moeilijk nagedaan kunnen worden in westerse landen.

 

Onlangs is bij uitgeverij Onderwijs Maak Je Samen de nieuwste vertaling uitgekomen van Coherence, onder de titel De verbindende schoolleider - factoren voor samenhang in aanpak. Je kunt een exemplaar winnen van dit boek door een e-mailtje met je abonneenummer te sturen aan geus@didactiefonline.nl voor 30 november 2016. We verloten drie exemplaren.

Verder lezen

1 Get the basics right

Click here to revoke the Cookie consent