Interview

'Externe druk remt leermotivatie leraren'

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 27-01-2017 Gewijzigd op 25-08-2017
Veel leraren verliezen hun zin om beter te worden in hun vak, ontdekte Joost Jansen in de Wal. Ze missen ruimte in de organisatie en een stimulerende schoolleider.  

Twee jaar lang volgde Jansen in de Wal leraren van ruim zevenhonderd vo-scholen om te achterhalen hoe gemotiveerd ze waren voor professionalisering op de werkvloer. En dan hebben we het over bijvoorbeeld cursussen en workshops op school, lezen van vakliteratuur en samen met collega’s werkvormen en onderwijs ontwerpen.

Wat ontdekte je?
‘Een minderheid, 13%, zegt voornamelijk te leren, omdat anderen hen hiertoe verplichten. Dat lijkt mee te vallen, maar ik zag gedurende de twee jaar ook dat bij 80% van de leraren de intrinsieke motivatie afnam en de extrinsieke motivatie groeide. Ofwel: leraren ontwikkelen zich naar een patroon waarin zij vooral leren, omdat het moet, niet omdat ze dat zelf willen. Mijn stelling – eentje die ook ondersteund wordt door onderzoek – is dat mensen van nature geneigd zijn tot zelfontplooiing. Dat leraren niet intrinsiek gemotiveerd zijn, is dan ook niet zozeer hun eigen schuld, maar die van hun omgeving.

Dat hoorde ik ook terug in interviews met leraren. Twee zaken sprongen eruit: de organisatie en de schoolleider. Veel leraren die intrinsiek gemotiveerd zijn en blijven, zeggen: “Er is bij ons tijd en geld voor professionalisering. Ook zijn de leeractiviteiten die mijn school organiseert, relevant. Ik heb daar inspraak in en er zijn mogelijkheden voor vervanging als ik deelneem aan professionaliseringsactiviteiten.”’

En bij verminderde motivatie geldt het omgekeerde?
‘Ja, die leraren zeggen vaak dat ze activiteiten moeten ondernemen waar ze de zin niet van inzien. Het meest pregnante voorbeeld was een leraar lichamelijke opvoeding die verplicht een cursus voor het construeren van toetsvragen moest volgen, niet echt iets waar hij in zijn werk mee te maken krijgt.

Ruimte in de organisatie is een randvoorwaarde, maar niet voldoende om leraren te motiveren. Wat echt nodig is, is een schoolleider die interesse toont voor de leerdoelen van leraren, hen actief ondersteunt en zorgt voor leeractiviteiten die aansluiten bij wat ze nodig hebben.’


Uit je proefschrift begrijp ik dat professionaliseringsbeleid behalve stimulerend ook remmend kan werken.
‘Leraren kunnen dat beleid inderdaad als externe druk ervaren. Dat zie je bijvoorbeeld bij het Lerarenregister, daar is veel weerstand tegen. Leraren ervaren het niet als iets wat ze zelf belangrijk vinden. Er zijn nou eenmaal regels, daar is geen ontkomen aan. Maar bedenk bij het opleggen van regels dat je leraren ook tijd en ruimte gunt om aan die regels te voldoen.’

Wat kunnen leraren zelf doen?
‘Belangrijk is bewustwording van hoe motivatie werkt en wat de invloeden daarop zijn. Doe je alleen mee aan leeractiviteiten, omdat het moet en ben je alleen maar hokjes aan het afvinken? Dan is het tijd voor een gesprek met je schoolleider, waarin je dit aangeeft en ook probeert te formuleren wat je dan wel zou willen leren.’

Heb je ook leraren getroffen die zeiden: ‘Ik hoef niet te leren’?
‘Jazeker. Ik zag twee groepen. De ene zit vol frustratie over hoe dingen georganiseerd zijn op hun school en die zich daarom afzet tegen elke leeractiviteit. De andere groep bestaat uit leraren, veelal aan het eind van hun carrière, die zich al bekwaam genoeg vinden en daarin worden geaccepteerd. Ik kan me zo voorstellen dat de laatste groep leraren lekkerder in hun vel zit dan de eerste.’

Je zou die laatsten kunnen inzetten bij de professionalisering van hun jongere collega’s.
‘Dat zou inderdaad een goede rol zijn. En ik weet zeker dat ze daar zelf dan ook veel van leren.’

Joost Jansen in de Wal, Secondary School Teachers’ Motivation for Professional Learning. Proefschrift Open Universiteit, 2016.

Dit interview verscheen in het januari/februarinummer van Didactief, 2017.