Onderzoek

Elkaar helpen

Tekst Anke de Boer & Ineke Haakma
Gepubliceerd op 14-07-2020 Gewijzigd op 14-07-2020
In een Samen naar school-klas krijgen kinderen met ernstige beperkingen zorg en onderwijs op maat aangeboden, en daar waar mogelijk doen ze mee met reguliere leerlingen. Bij die contactmomenten is doorgaans een eigen begeleider aanwezig die idealiter als bruggenbouwer kan functioneren. Maar zo werkt het niet altijd.

Naar schatting gaan jaarlijks zo’n 6000 kinderen met ernstige beperkingen niet naar school. Deze kinderen gaan vaak naar zorginstellingen zoals een kinderdagcentrum en zijn ontheven van de leerplicht op basis van artikel 5a van de leerplichtwet.
 

Door een ontheffing op de leerplicht maken de kinderen geen onderdeel meer uit van het onderwijssysteem. Elk kind heeft recht op onderwijs, zo staat geschreven in het VN-verdrag voor de rechten van kinderen. In het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking staat bovendien dat er gestreefd zou moeten worden naar het volgen van onderwijs in het reguliere onderwijs, ongeacht de beperking. De Nederlandse overheid heeft zich aan deze verdragen gecommitteerd.

 

Om leerlingen met ernstige beperkingen optimale ontwikkelingskansen te bieden, is in 2015 het project ‘Samen naar school’ gestart vanuit de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind. Een Samen naar school-klas is een klas binnen de muren van een reguliere school waar leerlingen met (doorgaans) ernstige beperkingen naartoe gaan. Er zijn inmiddels 36 Samen naar school-klassen in Nederland. Leerlingen met ernstige beperkingen krijgen hier zorg en onderwijs op maat aangeboden, en daar waar mogelijk doen ze mee met reguliere leerlingen. Hierbij valt te denken aan een muziekles, buiten spelen, of andere activiteit. Deze contactmomenten kunnen positief bijdragen aan de interacties van leerlingen met ernstige beperkingen. Het aangaan, en hebben van interacties is voor leerlingen met ernstige beperkingen niet vanzelfsprekend. Door hun beperkingen kunnen leerlingen hierin gehinderd worden. Ondersteuning, door bijvoorbeeld de eigen begeleider, kan hierin helpend zijn.

 

Bruggenbouwer

Bij de contactmomenten van leerlingen in een Samen naar school-klas is doorgaans een eigen begeleider aanwezig zodat deze idealiter als bruggenbouwer kan functioneren: hij/zij kan helpen in het creëren van de interacties tussen de leerling met de beperking en de reguliere leerlingen. Uit internationaal onderzoek blijkt echter dat zo’n begeleider ook belemmerend kan zijn.

Dergelijk onderzoek is in Nederland nooit eerder gedaan. We hebben acht leerlingen met ernstige beperkingen, van drie verschillende Samen naar school-klassen verspreid over Nederland, gefilmd tijdens de contactmomenten met leerlingen van reguliere klassen, drie weken achter elkaar. In totaal zijn er 24 opnames gemaakt. Met een codeerschema is nagegaan wie er initiatief nam voor contact (de leerling met de beperking, de begeleider of reguliere leerling), en of hier vervolgens positief, negatief of niet op werd gereageerd.

Ook hebben we gekeken hoe de contactmomenten werden vormgegeven. Heel verschillend, zo blijkt uit de observaties. Soms wordt er een activiteit met een hele klas gedaan, soms in een kleine groep, en soms zijn leerlingen (voor een langere periode) gekoppeld aan een maatje met wie zij activiteiten doen. In zo’n maatjes project wordt er een band opgebouwd tussen een leerling met en een zonder beperkingen. De leerlingen leren elkaar goed kennen wat een positieve invloed blijkt te hebben op de interacties. De reguliere leerling, de leerlingen met beperkingen en de begeleider gaan rekening met elkaar houden. Dit is terug te zien in de keuze in activiteiten en de manier van communiceren. Een voorbeeld:

‘Tijdens een van de geobserveerde activiteiten (1-op-1) wordt er een toetje gemaakt in de keuken van de school. De begeleider stimuleert de leerling om de leerling met beperkingen te betrekken door de ingrediënten te laten ruiken, de draaiende mixer te laten voelen, en het dienblad van de rolstoel te gebruiken om de schaaltjes te vullen.’

 

Afstemming

Dit voorbeeld laat zien dat de begeleider de reguliere leerling suggesties geeft om contact te maken met de leerling met ernstige beperkingen. De leerling wordt op deze manier betrokken bij de activiteit en het onderlinge contact tussen de leerlingen wordt gestimuleerd. De begeleider heeft hier dus een positieve invloed. Bij de andere zeven leerlingen reageren leerlingen wisselend op de initiatieven van de begeleider. Soms was het onduidelijk om vast te stellen of een leerling met beperking positief reageerde, of werd er door een reguliere leerling niet verder ingegaan op het initiatief van de begeleider. 

Hoewel betrokkenen bij de Samen naar school-klassen elkaar doorgaans lang kennen, blijkt het moeilijk om goed aan te sluiten bij de mogelijkheden van de leerling met beperkingen. Afstemming van de activiteit en communicatie zijn nog niet altijd optimaal, vooral in een groep blijkt dit lastig. Zo werden er bij verschillende leerlingen tijdens contactmomenten activiteiten aangeboden waar de leerling niet aan mee kon doen vanwege zijn/haar beperkingen. Het bleek ook voor reguliere leerlingen vaak moeilijk om een manier te vinden om contact met de leerling te maken die bij hem of haar past.

Het is nog niet mogelijk om eenduidige conclusies te trekken op basis van dit kleinschalige onderzoek. Ten eerste is het coderen van de uitingen van leerlingen met ernstige beperking niet eenvoudig, omdat hun gedrag moeilijk te interpreteren is vanwege hun beperkingen. Er is meer onderzoek nodig om inzicht te krijgen in de interacties tussen leerlingen met en zonder beperkingen en de rol van de begeleider in het faciliteren van deze interacties. Dit zou kunnen door meer leerlingen over langere tijd te volgen en ouders en begeleiders te betrekken in het coderen van het gedrag van de leerlingen met ernstige beperkingen. Dit zou inzichten kunnen opleveren die gebruikt kunnen worden voor scholing van begeleiders, zodat zij ondersteund kunnen worden in hun rol als bruggenbouwer bij het creëren van waardevolle interacties voor leerlingen met en zonder beperkingen.

 

Ineke Haakma e.a., Inclusion moments for students with profound intellectual and multiple disabilities in mainstream schools: the teacher assistant’s role in supporting peer interactions. Aangeboden ter publicatie. Rijksuniversiteit Groningen/met financiële steun van het Gehandicapte Kind. Zie ook samennaarschool.nl, meer informatie: anke.de.boer@rug.nl / jvisser@nsgk.nl.

 

Verder lezen

1 Samen naar school?

Click here to revoke the Cookie consent