Nieuws

Drie jaar samen leren

Tekst Monique Marreveld
Gepubliceerd op 17-05-2017 Gewijzigd op 17-05-2017
Bs Aeresteijn in Ter Aar heeft drie jaar meegedaan aan Stichting LeerKRACHT, met als doel: elke dag een stukje beter. Het is een van de scholen van het eerste uur. Een mooie casus om eens te kijken hoe SL beklijft. We volgden deze doorsnee basisschool in het groene hart vanaf 2015.

In één woord samenvatten wat Stichting leerKRACHT heeft betekend voor Aeresteijn? ‘Een vliegwiel,’ zegt Anneke Zantboer, directeur sinds 2016. ‘Het heeft fantastisch gewerkt. Maar er is wel veel losgewoeld.’

Het is 19 maart 2015, 16.00 uur: In de hal van bs Aeresteijn in Ter Aar staan leerlingen van groep 8 klaar om bezoekers te ontvangen. Ze hebben er al een schooldag opzitten, maar zijn superenthousiast. Ze hebben koekjes gebakken, koffie en thee gezet, klaslokalen opgeruimd, stoelen klaargezet in de aula. Vanmiddag is er een zogenoemde pizzasessie van St. leerKRACHT. Leraren van vijftien verschillende scholen uit de regio komen hier van elkaar leren.

Jargon

Voor we beginnen tronen de kinderen nieuwsgierige deelnemers nog snel naar hun lokaal om ze het planbord (foto) te laten zien. ‘Kijk, ons doel is dat we straks allemaal de rekendoelen halen, x procent van de klas is het al gelukt.’ Stichting leerKRACHT (voortaan SL) is geen ver van mijn bedshow voor deze kinderen.

Ik word opgevangen door Linda Verbeek, schoolcoach van SL. Jarenlang was ze directeur op een school van hetzelfde bestuur als Aeresteijn, nu is ze alweer maanden hier (0,3 fte). Zij helpt schooldirecteur Rob Nieuwenhuis (de voorganger van Zantboer en degene die initiatief nam om het SL-traject te gaan doen, red.) zijn team scherp te houden. Met wat eigenlijk? Een stapje terug. De essentie van de SL-methodiek is dat leerkrachten leren van elkaar, met behulp van school- en expertcoaches, op zelf gestelde doelen. SL biedt langdurige procesbegeleiding, en tools die overigens iedereen kan gebruiken. Er zit geen copyright op.

De pizzasessie van vandaag is een vast onderdeel van de SL-methodiek, maar alles begint met een ‘golf’. Even wat jargon. Verbeek: ‘Maximaal acht leerkrachten van een school vormen een eerste zogenoemde “golf”. Acht weken lang komen ze wekelijks bij elkaar onder leiding van een schoolcoach voor sessies van anderhalf uur, na schooltijd, op school. Het begint steeds met een “bordsessie” van een kwartier waarin de deelnemers worden bevraagd op wat ze gelukkig maakt, waarin ze succesvol zijn,  welke doelen ze zich stellen en hoe ze die denken te bereiken (foto bord). Samen werken we vervolgens aan die verbeteringen. We sluiten de avond ook af aan het bord: hebben we onze doelen van vorige week bereikt, hoe gaan we verder?’

In een onderwijswereld waar vaak negatief wordt gedaan over kwaliteiten van leerkrachten, benadrukt St LeerKRACHT juist de kracht en kennis van de beroepsgroep. Het vieren van de successen in het eerste kwartier van een bordsessie is dan ook essentieel. Leerkrachten leven vaak in de waan van de dag en vergeten dan dat ze ook leuke dingen hebben meegemaakt, aldus een van de SL-coaches.

Na de eerste acht weken begint een tweewekelijkse cyclus. Leraren uit de eerste golf gaan samen lessen voorbereiden, elkaars lessen bezoeken, samen lessen ontwikkelen en elkaar feedback geven op van te voren geselecteerde thema’s. De tweede golf begint met bordsessies. Zo kunnen er op één school verschillende golven zijn, collega’s die in verschillende fasen van het ontwikkel- en coachingsproces zitten.

Pizzasessie met knakworst

AerestijnEens in de zes weken komen leraren van deelnemende scholen uit de buurt (een zogenoemde ‘cirkel’ met scholen van soms wel 40 km verderop) bij elkaar voor de ‘pizzasessies’, zoals vanavond op Aeresteijn. Volgende keer is een andere school gastheer.

De opzet van een pizzasessie is altijd hetzelfde. Eerst zijn er subgroepen waar deelnemers kunnen kiezen uit thema’s waarin ze zich willen verdiepen, daarna is er een plenaire presentatie door een expertcoach van SL. In de pauze staan vanavond soep, aardappelsalade, knackworstjes en stokbrood op een eiland van tafeltjes. Veel leraren gaan tijdens het eten bij hun eigen groepje zitten. De sfeer is gemoedelijk.

Tijdens de pizzasessies geldt de wet van de twee voeten, zegt SL-staflid Jelle Verwer: ‘Iedereen heeft het recht weg te lopen, als hij niet voldoende leert. Maar, de consensus is ook: dat zal niet gauw gebeuren, we kunnen vertrouwen op de aanwezige “collectieve intelligentie”.’ En natuurlijk geldt ook: er wordt veel gecarpouled, dus weggaan als je het wel gezien hebt, is niet voor iedereen een optie.

Doelen stellen

Vanavond in Langeraar kunnen leraren kiezen uit subgroepen onder leiding van de SL-expertcoaches om te praten over 1) de zogenoemde Kaizen-tool, 2) doelen meetbaar maken en 3) lesbezoek en feedback.

Kaizen is Japans voor ‘veranderen naar beter’, en staat voor een werkwijze van continue verbetering door  de oorzaken van een probleem te onderzoeken, in plaats van het meteen te willen oplossen. Essentie is de analyse door vijf keer de waarom-vraag te stellen: waarom kan ik niet printen? De cartridge is leeg, waarom is de cartridge leeg? De leverancier heeft niet geleverd, waarom heeft de leverancier niet geleverd? Er  is niet op tijd besteld, waarom is er niet op tijd besteld? et cetera.

Voor velen is het al een eyeopener, zegt Verbeek, om doelen heel concreet te maken. ‘Wat bedoel je precies, welke stappen moet je zetten om die doelen te bereiken? Bij de eerste werkgroep vanavond was het doel bijvoorbeeld: leerlingen kunnen eenvoudige hoofdrekensommen snel uitrekenen. Ga je stampen, ga je automatiseren, hoe zit het met motivatie, met getalinzicht? Een doel stellen is prima, maar vergeet niet dóór te vragen wat je ervoor nodig hebt om dat doel te bereiken.’

Hoofdrekenen

Hoe het in zijn werk gaat? Twee coaches in de werkgroep ‘hoofdrekenen’ verzamelen input op een whiteboard, zetten vervolgens de deelnemers in kleinere groepjes aan het werk en laten hen de oplossingen waar zij mee komen weer aan elkaar presenteren. Conclusies worden plenair getrokken: we moeten de doelen per groep kleiner maken, meetbaar (‘als je wilt dat 50% van je klas over een paar weken in 1 minuut tien sommen kan maken, moet je wel een nulmeting hebben’) en in stappen opdelen.

rekenen met breukenIn het vuur van de discussies blijkt het soms overigens nog best lastig om doel en actie te onderscheiden, of om de zaken klein te houden. Ook komt niet iedereen even makkelijk aan het woord. In sommige groepjes wordt het gesprek al snel gekaapt door een of twee leraren. Dat geldt trouwens ook voor de bordsessies. ‘Ze zijn niet altijd even nuttig,’ aldus leerkracht Corry van de Paulusschool uit Zoetermeer. ‘Soms wil ik feedback, maar is er gewoon geen tijd voor omdat het groepje doorpraat over een probleem op een andere school’. De ene collega is nu eenmaal dominanter in het gesprek dan de ander. ‘Maar meestal is een bordsessie bij ons op school wel nuttig hoor, want je collega’s weten wat het doel is, en zeggen wel goede dingen.’ En wat doe je als leerkrachten parttime werken? Op Aeresteijn hebben ze de wekelijkse sessies opgesplitst. Een op maandag en een op donderdag. Alleen de studiedagen en de pizzasessies zijn plenair, zodat de last voor parttimers meevalt. ‘Teamvergaderingen zijn vrijwel afgeschaft. Geen ellenlange discussies meer over het koffiezetapparaat, heerlijk!’

Minder sturen

Vanavond is er ook een speciale sessie voor directeuren. Zij vinden de SL-methodiek soms een uitdaging. Belangrijk bij SL is dat leraren hun eigen doelen stellen, maar waar blijf je dan als directeur? Directeur Maarten van bs Helen Parkhurst uit Den Haag heeft moeite om zíjn doelen nog in te passen in die van zijn team: ‘Vroeger stelden we via bouwvergaderingen schoolplan-achtige doelen en kon ik meer sturing geven. Omdat leerkrachten nu meer ruimte hebben om hun eigen scholingsthema’s aan te dragen, kan ik per definitie minder sturen. Maar ik kan het me ook niet permitteren om het schoolplan niet uit te voeren. Da’s soms best lastig manoeuvreren.’

Collega-directeur Mark van sbo Het Mozaĭek uit Den Haag adviseert: ‘Je kunt ook als schoolleider zeggen: ik wil dat jullie het over huiswerk gaan hebben.’ Toch, sommige directeuren zijn bang dat ze hun team overvragen. ‘Het wordt gauw too much,’ zegt Maarten.

In de sessie over feedback en lesbezoek leren deelnemers hoe je het beste kunt reageren als je bij een ander de klas binnenstapt. In de praktijk blijkt lesbezoek er niet altijd van te komen. Er moet immers wel tijd voor zijn.

Worsteling

Na het eten is Piet Bannenberg aan het woord, gepokt en gemazeld (en gepensioneerd) onderwijsman. Hij was onder andere rector van Edith Stein Scholengemeenschap en lid van de centrale directie van de Esloo Scholengroep in Den Haag. Hij is aan deze cirkel verbonden als expertcoach en begeleidt schoolcoach Verbeek. Vanavond praat hij over ‘het schoolplan’.

Bannenberg over zijn rol op Aeresteijn: ‘Ik probeer mensen te stimuleren en te faciliteren, maar ik laat de inhoudelijke invulling achterwege. boom op het schoolplein van de AeresteijnLeraren moeten zelf nadenken: wat doe ik en waarom doe ik de dingen zoals ik ze doe en vooral hoe kan het beter? Het is confronterend. Je moet echt uit je comfortzone. Leraren weten hoe ze les moeten geven, maar zijn het soms verleerd. Of de onderlinge afstemming kan beter of de doorlopende leerlijn moet beter. Gedurende het proces zie ik de gesprekken van leraren veranderen. Ze zeggen vaak: “We gingen goed met elkaar om, maar het ging altijd over de randvoorwaarden, de dingen er om heen, nu praten we weer over onderwijs”.’

De worsteling van de directeuren herkent Bannenberg wel. Dit traject betekent een grote verandering in hun rol. ‘De meeste moeten eraan wennen niet de leiding te nemen, meer bij het team te laten, los te laten en te vertrouwen. Maar zodra leraren gezamenlijk doelen gaan stellen, zie ik in de praktijk dat het altijd goed loopt. Leerkrachten weten wat goed is. Natuurlijk moeten teams soms wennen. Vaak zie je leraren solistisch spelen: intensiever samenwerken vraagt tijd. Een deel van het team pikt het snel op, bij de anderen duurt het wat langer.’

Om 19.00 uur is het mooi geweest op Aeresteijn. Iedereen stapt weer in de auto. De meesten moeten morgenochtend 8.00 uur weer de klas in.

Pittig traject

Najaar 2015: Als ik Aeresteijn bel, is directeur Nieuwenhuis wegens langdurige ziekte afwezig. Zijn vervanger Anneke Zantboer is enthousiast over het proces dat hij in gang heeft gezet met zijn team. ‘Het was best pittig vorig jaar, maar leerkrachten nemen nu ook echt hun eigen verantwoordelijkheid. Ik hoop dat de methode iedereen straks zo dierbaar is dat ze er vanzelf mee door willen.’

Voor Zantboer is het de eerste keer dat ze met Stichting LeerKRACHT werkt. ‘Maar,’ zegt ze, ‘veel elementen herken ik van de andere school waar ik werk. Wat de SL-methode wel anders maakt, is de strakke structuur met die pizza-, bord- en werksessies. Je kunt bovendien niet wegduiken, het vraagt echt een actieve houding van leerkrachten. En dat is een uitdaging. In het begin is het enthousiasme in een team vaak groot, maar na een tijdje komt de implementatiedip.’

Het blijkt toch best moeilijk om dingen voor mekaar te boksen met z’n allen. ‘Ik moet als directeur vooral zorgen dat het proces echt van de leerkrachten blijft en dus zelf een stapje terug doen. Maar ik heb ook ervaren dat het heel belangrijk is met iedereen in gesprek te blijven en de lijntjes met de leraren van de eerste golf, de aanjagers, kort te houden. Om een succes te maken van het traject, moet ik helpen bewaken dat iedereen meedoet. Als een leerkracht op drie opeenvolgende bordsessies wegduikt, door nergens aan mee te doen, geen vragen te beantwoorden of te stellen, dan vraag ik daar naar in het volgende functioneringsgesprek: hoe sta je in het proces?’

Sabotagegedrag

Met name leerkrachten die al lang voor de klas staan, moeten nog steeds wennen, zegt Zantboer. ‘Ze ervaren het soms als iets extra’s, iets dat er óók nog bij komt. Samen lessen voorbereiden, daar hebben ze niet altijd behoefte aan. Bordsessies kosten ze teveel tijd. Maar we vergaderen veel minder en het samen investeren in die lessen, levert betere lessen op. In je eentje ga je misschien wel sneller, maar samen kom je verder.’ Het is zoeken naar de balans, aldus de directeur, ‘zodat aanjagen niet opjagen wordt. Er hing een beetje een connotatie rond die aanjagers van altijd sneller en meer. We noemen ze nu procesbegeleiders.’

Voorjaar 2017
Als ik anderhalf jaar later terugkom op Aeresteijn,
blijkt een andere benaming voor de aanjagers de problemen niet te hebben opgelost. Het  woord aanjagers is op een gegeven moment zelfs helemaal in de ban gedaan. Aeresteijn heeft drie jaar aan SL meegedaan. Er is veel losgewoeld, zegt Zantboer, nu directeur. ‘In het proces bleek uiteindelijk dat een deel van het team zich niet gehoord voelde. En als je die onderstroom niet voortdurend naar boven laat komen, dan worden vissen vanzelf haaien en krijg je sabotagegedrag. Mensen gaan zich terugtrekken en dat was hier echt aan de hand.’

Stichting leerKRACHT bood onvoldoende handvatten om met de weerstand in haar team om te gaan. Zantboer: ‘Hoe laat je de minderheidsstem naar boven komen? Je kunt wel denken: we hebben het toch goed afgesproken met elkaar, we hebben erover vergaderd, maar als er onvrede is, dan lukt het niet.’

Deep democracy

Zantboer heeft zich het afgelopen jaar verdiept in ‘deep democracy’, een methodiek van de particuliere Academie voor Organisatiecultuur uit Baarn. ‘We zijn nu dus – alsnog – die ui helemaal aan het afpellen, op zoek naar een antwoord op de vraag: wat voor soort onderwijs willen we nu met z’n allen? De werkvormen van SL zijn fantastische hulpmiddelen om dat met elkaar te ontdekken. Maar SL moet wel beter leren luisteren naar de stem van de minderheid. Als je die stem van de minderheid als wijsheid beschouwt en niet als lastig sabotagegedrag, dan kom je tot waardevolle dingen en gaat het weer stromen. Als de minderheid niet wordt meegenomen in een beslissing van de meerderheid, gaat de wijsheid van de minderheid verloren.’

De SL-methodiek gaat vooral uit van enthousiasme. Als dat ontbreekt, tja? Zantboer: ‘Er zaten op een gegeven moment leerkrachten bij de bordsessies die iets uitstraalden van “waarom moet ik hier zijn?”, “kunnen we even opschieten, ik heb nog meer te doen…” Pas toen we dat niet meer negeerden of labelden, maar wel benoemden, veranderde er iets. Waren we bijvoorbeeld in een bordsessie met spelling bezig, en kwam er maar geen kleuterdoel op het bord. Als ik dat benoemde, zeiden ze ook: “Ja, maar wat wij doen heeft helemaal niks met spelling te maken, dus voor ons is dat niet interessant.” Mijn vraag was waar zij dan mee worstelden, wat zij zouden willen? Heel langzaam ontstond er bij hun een gevoel van: he, wacht even, we hoeven ons niet aan te passen aan de bovenbouw, we kunnen ook zelf in ontwikkeling zijn. Het zat ze dwars dat ze veel te jong kinderen moesten leren lezen en schrijven, terwijl ze voelden dat die kinderen daar nog niet aan toe waren. We zijn daar heel erg op in gegaan, maar ja, dan is het ook wel zo dat er wat te verbeteren valt in de kleuterbouw.’

Professionele leergemeenschap

Toen het lek eenmaal boven was, miste Zantboer bronnen, extra kennis. Maar die haal je in het SL-concept toch bij collega’s of bij andere scholen? ‘Maar dan moet die kennis er wel zijn,’ zegt Zantboer. ‘De scholen binnen onze cirkel hadden niet per se de kennis in huis die we nodig hadden. Sommige lagen qua visie of organisatie zover van ons af, dat paste niet bij ons. En de pizzasessies zijn zo kort, even dit met de groep, even dat: je kunt niet echt brainstormen over wat je van belang vindt.’

leraren rond het bordOp initiatief van Zantboer en onder haar leiding is een aantal professionele leergemeenschappen gevormd op Aeresteijn om de visie van de school te formuleren en aan specifieke doelen te werken. Leraren komen geregeld bij elkaar en iedereen moet dan iets inbrengen, literatuur of een filmpje, om te discussieren over innovaties. ‘Als je ziet wat een flow er dan uiteindelijk ontstaat, omdat iedereen met artikelen aankomt, dat is fantastisch.’

Wat is er over van de SL-methodiek, drie jaar na dato? Bordsessies worden nu afgewisseld met teambrede vergaderingen. Bordsessies met de leerlingen, zoals aan het begin van dit artikel, vinden niet meer plaats. Zantboer: ‘Die bordsessies bleven soms ook wel hangen in het opschrijven van doelen en dan oeverloos discussieren over de formulering. Nu zeg ik: schrijf gewoon op wat je over twee weken gedaan wilt hebben. Bijvoorbeeld: we hebben onszelf dan allemaal één cooperatieve werkvorm eigen gemaakt. Kleine stapjes. En vraag gewoon aan elkaar: hoe doe jij dat dan?’

‘Bij elkaar in de les kijken en echt samen lessen ontwikkelen gebeurde wel, toen we daar nog formatie voor kregen. Nu komt er hooguit iemand terug naar school in zijn duurzame inzetbaarheidstijd of in professionaliseringsuren om bij een collega in de klas te kijken. Maar dat terugkomen vergt wel een omslag in het denken van mensen.’ Het is een kwestie van tijd geworden, mensen hebben het te druk.

Jelle Verwer is expertcoach en lid van het managementteam van Stichting leerKRACHT. Zelf is hij leraar en schoolleider. Voor hem ligt de crux van de SL-methodiek in focus en samenwerking van professionals. ‘Focus als team op je kernactiviteiten. Een school draait om het primaire proces, niet om oudergesprekken, verslaglegging en administratie. Die zaken zijn wel nodig, maar daar moet je niet teveel tijd aan besteden. Je moet ook niet teveel willen, geen doelen op elkaar stapelen. Dat resulteert alleen maar in het opstarten van veel projecten, maar niets afmaken. Het heeft geen zin om een jaar, anderhalf jaar iets te doen en dan weer iets anders. We proberen zo’n verbetercultuur met teveel doelen af te remmen, want dat is niet realistisch. Kiezen is nodig, ga met elkaar in gesprek: welke school willen we zijn.’
Het gesprek over onderwijs is belangrijk. ‘Ik heb scholen gezien waar mensen heel vriendelijk met elkaar omgaan. De gesprekken gaan over de vakantie of het weekend, maar daarvoor ben je niet op school. Het is natuurlijk belangrijk dat je een goede band hebt met elkaar, maar het wordt pas echt tof, als het meer en vaker over leerlingen gaat, daar krijgen leraren weer energie van. Dat is echt beter dan over koetjes en kalfjes praten en veel klagen.’
Verwer erkent dat leraren het druk hebben, en wijst op beleid en maatschappelijke druk. ´Verbeteren kost tijd: ik kan het niet mooier maken dan het is. De politiek is hier aan zet.´ Maar hij heeft het ook over ‘ervaren werkdruk. ‘Neem Kerst- en Sintvieringen. Moeten we daarover vergaderen met 30 personen tegelijk? Maak er twee verantwoordelijk en de rest van het personeel voert het uit. We moeten weer vertrouwen in collega’s, in plaats van er allemaal een plasje overheen te doen. Dat haalt een hoop druk weg.’

Verder lezen

1 Elke dag een stukje groter