Onderzoek

Diep leren: zo gaat het vanzelf

Tekst Maaike Koopman
Gepubliceerd op 03-10-2017 Gewijzigd op 19-10-2017
Beeld Shutterstock
Hoe help je leerlingen om informatie te structureren en samenhang te zien? Werk thematisch en begeleid ze goed. En de belangrijkste tip: zorg dat de opdrachten zelf al diep leren vereisen.  

Je wilt dat leerlingen niet alleen feiten stampen, maar ook leren om kritisch na te denken en verbanden te leggen. Hoe proberen leraren dit zogenoemde diep leren te bevorderen? Dat hebben wij onderzocht op zes vo-scholen van de Academische Opleidingsscholen (AOS) Zuidoost-Brabant.
In twaalf onderwijsleersituaties, zoals projecten, thema’s of lessenreeksen die waren opgezet om leerlingen te motiveren en te activeren, hebben we meegekeken in de les, leraren en leerlingen geïnterviewd en leerlingen gevraagd een vragenlijst in te vullen. Het onderzoek laat zien waaruit onderwijsleersituaties bestaan die leerlingen veel diepe leeractiviteiten laten uitvoeren en hen motiveren. Dit begint bij de leerdoelen, die hogere-ordedenkvaardigheden beschrijven, zoals onderzoeken of creatief zijn. Het onderwijs is thematisch en leerlingen werken steeds samen, al zijn ze niet altijd even afhankelijk van elkaar.

Schep samenhang
-Werk thematisch en besteed voldoende tijd aan het thema om de diepte in te gaan (verschillende lessen in enkele weken).
-Koppel aan dit thema leerdoelen (het liefst een combinatie van hogere-ordedenkvaardigheden en kennis) en opdrachten. Dus in de geschiedenisles leren de leerlingen bijvoorbeeld bronnenonderzoek doen en samenwerken, terwijl ze kennis opdoen over het thema.
-Vraag je van tevoren af wat je wilt bereiken. Wil je de leerlingen vooral motiveren om complexe stof beter te begrijpen? Dan moet kennis een prominente plek krijgen in de opdrachten. Als je ze juist wilt laten kennismaken met een manier van werken die in vervolgonderwijs of beroepspraktijk noodzakelijk is, dan is het verstandig om samen te werken met een echte opdrachtgever of begeleiders uit de praktijk.

Leerlingen voeren de meeste diepe leeractiviteiten uit als er samenhang is binnen de onderwijsleersituatie, wat diep leren bij voorbaat onvermijdelijk maakt. Opdrachten sluiten dan aan op de leerdoelen, zijn complex en vereisen dat leerlingen zelf kennis opbouwen. Ze moeten bijvoorbeeld kritisch nadenken over de haalbaarheid van een product dat ze moeten ontwikkelen of informatie uit diverse bronnen structureren. Bij een geschiedenisles over de reformatie bijvoorbeeld waarin spotprenten centraal staan, moeten leerlingen bepalen welke kritiek de spotprenten uiten en wie die kritiek geeft. Hiervoor zoeken ze uit waar de verschillende symbolen in de spotprenten voor staan en zo ontdekken ze vanzelf ook verschillen tussen protestantisme en katholicisme.

Beter begeleiden
-Begeleid proactief: geef duidelijke opdrachten waarmee leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen, bewaak de voortgang, stel vragen die ze aan het denken zetten en geef feedback op hoe het leerproces verloopt.
-Ontwerp goede scaffolds om leerlingen te ondersteunen (‘steigertjes’ waarop ze kunnen staan om een hoger leerdoel te bereiken). Werk bijvoorbeeld met tussenproducten of mijlpalen, check onderzoeksvragen die leerlingen opstellen en doe vaste rondes waarin je de voortgang controleert. Streef niet meteen naar perfectie: het kost tijd en soms meerdere verbeterrondes om passende scaffolds te ontwikkelen.
-Maak een inschatting van de moeilijkheidsgraad van de leerstof. Bij complexere leerstof (bijvoorbeeld conceptuele kennis) hebben leerlingen meer ondersteuning nodig, in de vorm van opdrachten, materialen of begeleiding.
-Sta stil bij de vaardigheden die je leerlingen al moeten beheersen voordat ze aan de opdracht beginnen. Zijn ze bijvoorbeeld gewend aan samenwerkend leren? Kunnen ze de kwaliteit van online bronnen al op waarde schatten? Hebben ze ervaring met verslagen schrijven of presenteren? Wanneer ze die vaardigheden nog niet beheersen, hebben ze begeleiding nodig. Dat kost tijd, maar je kunt het ook zien als investering voor volgende opdrachten.
-Ook al bedenk je een onderwijsleersituatie speciaal om leerlingen te motiveren, ga ervan uit dat dit niet (meteen) bij alle leerlingen lukt. Spreek leerlingen die zich niet inzetten daar wel op aan, ook – of juist – als je eigenlijk vooral zelfsturing van ze verwacht.

Er zijn verschillende succesvolle manieren om leerlingen aan te zetten tot diep leren. Een opdracht kan zo authentiek zijn dat leerlingen echt gemotiveerd worden om zelfstandig aan de slag te gaan. Denk aan een opdracht waarbij leerlingen een onderneming starten. Ze maken een businessplan en verkopen een zelfgemaakt product. Gaandeweg ontwikkelen ze dan allerlei vaardigheden waarin diep leren een rol speelt: een probleem oplossen en onderzoeken bijvoorbeeld. In andere gevallen zijn de opdrachten zo slim samengesteld dat leerlingen dankzij het materiaal en de goede begeleiding vooral (complexe) kennis ontwikkelen. Ze ontdekken bijvoorbeeld met behulp van puzzelopdrachten en bronnen zelf wetmatigheden in elektriciteit. De leraar coacht en stelt vragen en zorgt er zo voor dat de leerlingen vooruit kunnen. Als je het zo aanpakt en diep leren ‘verpakt’ in de opdrachten (zie kaders), hoeft aandacht voor diep leren geen extra tijd te kosten.

Dwingende diepte
-De opdrachten die je leerlingen geeft, moeten diep leren vereisen. Een leraar in ons onderzoek bijvoorbeeld liet leerlingen een oplaadpaal voor elektrische auto’s ontwerpen, waarbij ze elektrotechnische wetmatigheden konden toepassen. In deze opdracht moesten de leerlingen automatisch ook relaties leggen, informatie structureren, kritisch nadenken en leerstof inzetten. Laat leerlingen zelf puzzelen met de leerstof.
-Doordat ze vooral zelfstandig informatie verwerken, kunnen de lessons learned gemakkelijk ondergesneeuwd raken. Maak opgedane kennis en vaardigheden daarom voor leerlingen expliciet en laat ze zich bewust worden van wat ze door de opdracht bijgeleerd hebben. Benoem centrale begrippen en zorg dat leerlingen die kunnen beschrijven. Laat ze reflecteren op nieuwe vaardigheden.
-Zet peerfeedback in: laat leerlingen bijvoorbeeld naar elkaars ideeën of tussenproducten kijken. Daardoor worden ze kritisch op hun eigen en andermans werk en leggen ze nieuwe relaties of structureren ze ideeën anders. Geef wel aanwijzingen over hoe ze elkaar feedback moeten geven.

Het bevorderen van diep leren in het voortgezet onderwijs, Eindhoven School of Education/Technische Universiteit Eindhoven. Kortlopend praktijkgericht onderwijsonderzoek, NRO.

Meld je aan voor het gratis slotcongres dit najaar en vraag het gratis praktijkboek op:
Diep leren: praktische handreikingen voor het bevorderen van diep leren bij leerlingen in het voortgezet onderwijs (verwacht oktober 2017), via m.koopman@tue.nl.

Dit artikel verscheen in Didactief, oktober 2017.