Onderzoek

De silver bullet volgens E.D. Hirsch

Tekst Monique Marreveld
Gepubliceerd op 21-12-2018 Gewijzigd op 17-05-2019
Beeld Making Shift Happen
Onderwijsbeleid hoort zich te richten op de doelen die een democratische samenleving zichzelf stelt. En maak gebruik van wat werkt, niet van onbewezen theorieën: kennis is the silver bullet om gelijke kansen voor elkaar te krijgen. Een gesprek met de Amerikaanse onderwijskundige E.D. Hirsch.

Hirsch was dit jaar hoofdspreker op Making Shift Happen, de jaarlijkse conferentie van Academica Business College in de Beurs van Berlage op 28 november 2018. Hij is een beroemdheid, drie jaar geleden werd zijn boek Why Knowledge Matters wereldwijd besproken. Met zijn bijna 91 jaar moet de emeritus hoogleraar van de Universiteit van Virginia het podium opgeholpen worden in Amsterdam, maar aan zijn stembanden en verstand mankeren niks. Zijn verhaal over ‘het curriculum’ staat als een huis. Na afloop praten we nog even door.

In Nederland wordt momenteel een nieuw curriculum ontwikkeld... Enthousiast valt Hirsch me meteen in de rede: ‘Yes, that’s central!’ Met enige schroom herpak ik mezelf. Wat moet daar volgens hem absoluut in zitten, welke kennis is essentieel? ‘Kijk in de eerste plaats naar de mensen die succesvol zijn binnen de Nederlandse samenleving. Ik heb mezelf een vergelijkbare vraag gesteld in mijn werk Cultural Literacy: wat is essentiële kennis (core knowledge), wat weten succesvolle burgers wat kansarme kinderen niet weten?’

Kansengelijkheid

Maar kennis van een succesvolle zakenman of ict’er is toch niet per se waardevol? Hirsch schudt meewarig zijn hoofd. ‘Natuurlijk kun je de status quo bestrijden met politieke slogans, maar je kunt hem beter als uitgangspunt nemen als je de wereld wilt veranderen – anders sta je wel heel zwak als je de definitie van succes wilt veranderen… Kortom, je wilt kansarme kinderen toch niet in de steek laten door ze de kennis te onthouden die succesvolle mensen in je eigen cultuur bezitten?’

Onderwijs moet kansarme kinderen in staat stellen het spel volgens de regels te spelen, stelt Hirsch, om ze in staat te stellen het spel ooit te winnen. En daar hebben ze kennis voor nodig.

 

‘Rekening houden met
verschillen kan onbewust
racisme opleveren’

 

Hij memoreert een bekend Amerikaans kleuterliedje: Polly put the kettle on….we ‘ll all have tea. ‘Het lijkt zo simpel,’ zegt hij, ‘maar een kind moet heel veel weten om zo’n rijmpje te snappen: wat zit er in de ketel, wat heeft de ketel opzetten te maken met having tea, wat betekent having tea, willen we eigenlijk wel allemaal tea? Als we uitzoomen, wordt aan de hand van zo’n simpel rijmpje duidelijk hoeveel gedeelde kennis en vocabulaire er in een democratie nodig is om elkaar te begrijpen.’ En die kennis komt een kind niet aanwaaien, die moet overgedragen worden, zegt Hirsch.

Hirsch is een oude, witte man. Bepleit hij met het voorbeeld van Polly niet eigenlijk eenzijdige assimilatie van de ander in een dominante maatschappij? Zelfs na wat een vermoeiend ochtendprogramma geweest moet zijn, barst hij los. ‘Zeker niet! Dit is iets heel anders.’ Rekening houden met individuele verschillen tussen kinderen kan een vorm van onbewust racisme zijn, stelt hij, die schadelijk is voor de vorming van een kind. ‘Het is beter om als samenleving een kerncultuur te benoemen die je iedereen aanleert zodat alle leerlingen zich bekwaam en kundig kunnen voelen (ability and competence, vertaling MM).’

 

Submerged racism
‘Links en rechts in de Verenigde Staten hebben een submerged racisme gemeen: racistisch rechts is ópenlijk tegen zwarten en tegen mensen met een andere huidskleur, maar helemaal aan de linkerzijde staan de mensen die het voortdurend over de multiculturele maatschappij hebben: ook zij maken etniciteit tot het centrale punt in een mensenleven, wat eigenlijk net zo racistisch is. Rechts en links zijn broer en zus als het ware en gaan uit van dezelfde kern in hun denken die moreel verkeerd is. Wat de Verenigde Staten momenteel nodig heeft, is een cultureel midden (cultural  middle ground, vertaling MM), een vitaal centrum zoals Arthur Schlesinger het noemt, dat de samenleving in staat stelt samen te werken aan gelijke kansen.’
‘In het Amerikaanse onderwijs is culturele identiteit inmiddels een token geworden, een soort demonstratief bewijs van erkenning. In het curriculum komt het terug in een beetje van dit, een beetje van dat; maar het is allemaal erg oppervlakkig, en ondertussen hebben leerlingen uit minderheidsgroepen moeite met lezen en schrijven.’
Dat los je niet op met aandacht voor hun etniciteit of culturele identiteit, wil Hirsch maar zeggen.

 

Kleuters

Maar we moeten toch rekening houden met minderheden, in school? Hirsch, wiens boodschap door rechts omarmd wordt in de VS, maar die zichzelf socialist noemt en democraat, is stellig: ‘We moeten pragmatisch zijn. Dat “rekening houden met” heeft kansarme kinderen tot nu toe nauwelijks geholpen. We hebben maar weinig succes gehad met het creëren van gelijke kansen voor minderheidsgroepen, en dat komt onder andere doordat we de buitengeslotenen niet hebben onderwezen in de taal en cultuur van het land waar ze wonen (‘cultural literacy’).’

Een kennisrijk curriculum, extra inzetten op kennis van de wereld, vooral voor kinderen uit kansarme gezinnen. Wanneer begin je daar mee en hoe doe je dat het beste? Tijdens zijn presentatie op Making Shift Happen wekte Hirsch een uurtje eerder de verontwaardiging van een deel van het publiek door te benadrukken dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met het aanbieden van die cultural literacy. Er werd driftig getwitterd toen Hirsch letterlijk zei: ‘Kleuters moeten in de kinderopvang, de voorschool, en in de onderbouw van het basisonderwijs niet gestimuleerd worden te groeien en bloeien in hun eigen tempo. In tegenstelling tot wat Piaget ons leert, zijn voorschool en kleutergroepen plekken waar kinderen opzettelijk geleerd moet worden wat ze nodig hebben om toekomstige lessen te begrijpen.’

Ik voelde een deel van de zaal als het ware bevriezen toen hij er aan toevoegde: ‘Dit is geen bizar idee, het is algemeen geaccepteerd in de wetenschap.’ ‘Het bewijs is overweldigend,’ aldus Hirsch nu tegen mij, ‘dat een kind zich niet vanzelf in fases ontwikkelt zoals bijvoorbeeld Piaget die onderscheidt. Het moet gevormd worden.’

Uitgedaagd door een volle zaal had Hirsch eerder wel een beetje gechargeerd. Aanhangers van leerstadia zoals Piaget zeggen immers niet dat kinderen zich ‘vanzelf’ ontwikkelen. Ze  moeten wel degelijk gevormd worden door anderen, maar er zijn vaste momenten (leeftijden) waarop je kennis het beste kunt aanbieden. Het brein zou er op dat moment rijp voor zijn om op te pikken wat aangeboden wordt. Er zijn hersenwetenschappers die stellen dat hier bewijs voor is (zie ook interview Sitskoorn, Didactief, januari/februari 2019, pag 8).

Hersenontwikkeling

Hirsch houdt niet van dat ‘wachten’. Hij beroept zich op handboeken van de Amerikaanse National Academy of Sciences die iedere tien jaar samenvat wat de wetenschap wereldwijd zegt over leren. Hirsch: ‘De traditionele leerstadia zoals bijvoorbeeld Piaget die onderscheidt, zijn niet door de natuur ingegeven, maar zijn sociaal geconstrueerd; ons brein is een sociale constructie en moet ontwikkeld worden. Het is aan de mens om het kind te vormen, in een sociale omgeving, door middel van taal. Wij moeten als samenleving dus beslissen wat we kinderen leren en ons niet langer verschuilen achter moeder natuur.’

Ook Hirsch heeft hersenonderzoekers aan zijn zijde. Hij citeert onder andere de Israelische hersenwetenschapper Nir Kalisman die zegt dat genen geen invloed hebben op dat deel van de hersenen waar bijvoorbeeld het taalcentrum zit. Iedere vorm van kennis en gedrag zou aangeleerd kunnen worden: nurture boven nature dus. In de vertaling van Hirsch: ‘Het grootste deel van ons brein is een schone lei en het is aan de samenleving en de mens zelf te bepalen wat we daar op schrijven.’

Is het dan ook een goed idee om vroeg te beginnen met het aanleren van 21ste eeuwse vaardigheden? Het begrip 21ste eeuwse vaardigheden brengt Hirsch weer helemaal aan de kook. Niet aan beginnen, zegt hij meteen. In zijn boek Why Knowledge Matters toonde hij al aan dat juist achterstandsleerlingen het meest leden onder het competentiegerichte curriculum dat Frankrijk in de vorige eeuw invoerde. De denkfout die gemaakt wordt, zegt Hirsch nu, is dat vaardigheden overdraagbaar zijn van het ene domein naar het andere. Maar dat is niet zo. ‘In de sport vinden we dat vanzelfsprekend: als je goed bent in tennis, ben je niet per se goed in hockey. Vaardigheden zijn altijd domeinspecifiek.’

21ste eeuwse vaardigheden

Maar kritisch denken, creativiteit, samenwerken, communiceren en probleem oplossende vaardigheden: dat zijn in Nederland belangrijke thema’s in de ontwikkelgroepen van Curriculum.nu? Velen stellen dat we in een steeds complexere wereld nu eenmaal niet goed kunnen zijn in alle kennisdomeinen: als we leerlingen die algemene vaardigheden leren, kunnen ze nieuwe problemen in de toekomst gaandeweg zelf oplossen in diverse kennisdomeinen. Hirsch is stellig, net als Paul Kirschner in zijn columns in Didactief (en vele anderen):, ‘Helaas, dankzij cognitief psycholoog Anders Ericsson die veel onderzoek heeft gedaan naar beginners en experts weten we dat algemene vaardigheden helemaal niet bestaan. Je kunt niet kritisch nadenken over wiskunde, als je niks van wiskunde weet.’ Vaardigheden kunnen  niet zonder kennis.

 

Hirsch’ boodschap aan de Nederlandse leraar:
‘Kijk naar wat werkt voor leerlingen. Het is bewezen dat een coherent cumulatief curriculum voor alle leerlingen, dat systematisch wordt afgewerkt, niet alleen hun kennis en kunde het beste bevordert, maar ook hun individuele sterke punten en interesses. Het idee om de interesse van een kind als startpunt te nemen voor een eersteklasser is een grote fout, want zo’n kind weet nog niet wat het interesseert. De natuur volgen is verkeerd. Het is niet de natuur maar jij, de volwassene, die moet beslissen. Daarom heeft de natuur kinderen voorzien van een schone lei, zodat wij hem kunnen vullen.’

 

Maar wát gaan we kansarme kinderen dán leren? Kan Hirsch toch nog een tipje van de sluier oplichten over dat perfecte kennisrijke curriculum? Moeten we al in de kleuterklas beginnen met Homerus? Hirsch lacht de vraag weg en wijst naar de inmiddels lege zaal. Terwijl hij mij te woord staat, is iedereen gaan lunchen. ‘Iedere samenleving moet zelf bepalen wat essentiële kennis is.’ Maar lezen en schrijven zijn daarvoor wel essentieel en om dat goed in de vingers te krijgen is achtergrondkennis noodzakelijk, samen vormen ze de  cultural literacy die aan de basis staat van succes in het onderwijs.

Core Knowledge Foundation

Hirsch begint over de schok toen hij ontdekte dat een deel van de studenten die hij lesgaf aan de universiteit van Virginia in de jaren tachtig van de vorige eeuw de teksten niet goed begreep omdat ze domweg te weinig achtergrondkennis hadden. Tekstbegrip is niet alleen afhankelijk van leesvaardigheid, maar ook van kennis. Inmiddels is er consensus over, maar dat heeft even geduurd.

Zijn ontdekking leidde Hirsch er in ieder geval toe in 1986 de Core Knowledge Foundation op te richten, die gratis lesmaterialen beschikbaar stelt aan Amerikaanse scholen om de leesvaardigheid en achtergrondkennis van leerlingen te vergroten. Zijn Core Knowledge Curriculum wordt nu in 2000 Amerikaanse scholen integraal uitgevoerd en in nog eens 2000 deels. Het is met name gericht op geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde en literatuur. Zoals Hirsch zegt: ‘De kennis die succesvolle mensen binnen een samenleving delen, en vaardigheden als decoding en computing.’ Want of de lesstof waarvoor een samenleving kiest nu gaat over het oude Midden-Oosten, Polly of de Tweede Kamerverkiezingen, leerlingen moeten veel achtergrondkennis hebben om te snappen wat een leraar zegt. Knowledge Matters.

 

Hirsch over Nederlandse PISA-resultaten:
Nederland staat 15e in PISA…Het hangt er van af wat je kwaliteitsstandaarden zijn, maar er doen tachtig landen mee, waarvan er een heleboel onderontwikkeld zijn; Nederland is klein, goed ontwikkeld, het zou in de top-tien moeten staan, what the hell, jullie drijven nu nog een beetje op prestaties uit het verleden maar ik zie jullie niet meer vooruitgaan. Vergelijk jezelf eens met Duitsland, waar ze enorm schrokken in 2002 – de PISA-shock werd het wel genoemd. En er werd actie ondernomen. De Bundesl
änder kwamen bij elkaar en besloten tot een meer coherent curriculum en nu doen ze het stukken beter in Pisa. Ze gingen niet beter lezen: de leestest voor 15-jarigen is in feite een kennistest. En dat is essentieel.

 

Lees meer van en over Hirsch, met dank aan Making Shift Happen:

Eerste hoofdstuk van het boek “Why knowledge matters” (gratis)

Artikel: Waarom geïndividualiseerd onderwijs leidt tot meer ongelijkheid (NL)

Artikel: Kennis. Geen vaardigheden. (NL)

Hirsch’s collectie van artikelen (allemaal gratis beschikbaar)

Bekijk ook de presentatie van Katharine Birbalsingh tijdens Making Shift Happen At School in Amsterdam: hoe geef je les volgens de 'Michaela Way' en wat levert dat op? 

Verder lezen

1 Hirsch: kennis, geen vaardigheden
2 John Locke (1632-1704)

Click here to revoke the Cookie consent