Onderzoek

Buitenschoolse kennis maakt je les rijker

Tekst Judith ’t Gilde en Monique Volman
Gepubliceerd op 12-11-2019 Gewijzigd op 19-11-2019
Wat kinderen meekrijgen vanuit hun eigen cultuur of achtergrond, kun je gebruiken in je les, volgens de Amerikaanse onderzoeker Luis Moll. Amsterdamse leraren zien dat het bijdraagt aan de sociale en persoonlijke ontwikkeling van leerlingen.  

Je leerlingen zijn ‘meer’ dan wat je op school van ze ziet. De kennis en ervaringen die ze thuis opdoen, kunnen voor jou als leraar onbekend of ongewoon zijn. Het kan lastig zijn om daar in je onderwijs op aan te sluiten, met als gevolg dat leerlingen een kloof ervaren tussen thuis en school. Om dat te voorkomen, helpt het om op zoek te gaan naar de kennis en vaardigheden die leerlingen in hun eigen leefwereld opdoen en deze in je les te benutten. Dat laatste kan bovendien bijdragen aan hun sociale en persoonlijke ontwikkeling.
In veel theorieën over verschillen tussen thuis en school ligt de nadruk op tekortkomingen bij leerlingen. Maar de theorie van Luis Moll (zie kader) benadrukt dat leerlingen buiten school ook kennis en vaardigheden opdoen; in hun omgeving hebben ze allerlei ‘kennisbronnen’. Gebruikmaken van die kennis en vaardigheden in de klas kan positieve resultaten opleveren: leerlingen met diverse achtergronden leren elkaar beter kennen, waardoor er betere relaties en meer sociale samenhang in de klas ontstaat, en ze ontwikkelen een breder perspectief en een nieuwsgierige houding. Ook zien leraren dat leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen, doordat zij zich bewust worden van hun talenten, kennis, vaardigheden of bijzondere ervaringen, en daarin worden erkend en bevestigd.
 

Van sportveld tot moskee

Onderwijsonderzoeker Luis Moll heeft de term funds of knowledge, uit de antropologie, eind jaren tachtig al geïntroduceerd: leerlingen leren ook veel buiten de schoolmuren. Het gezin, de sportclub, de moskee, de kerk of – tegenwoordig – internet kunnen allemaal zo’n ‘kennisbron’ zijn. Op school kun je die kennis en vaardigheden van leerlingen gebruiken, waardoor je ze de boodschap geeft dat wat ze buiten school doen en leren, ook van betekenis is. Zo betrek je ze nog meer bij je onderwijs en dat kan hen motiveren.

 

Kringgesprek

Samen met dertien leraren van acht Amsterdamse basisscholen (twee besturen, SIRIUS en ASKO) hebben wij onderzocht hoe je de buitenschoolse kennis van leerlingen kunt gebruiken. Eerst hebben de leraren (groep 1 tot en met 8, alleen voor groep 3 was er geen deelnemer) goede voorbeelden uit hun praktijk verzameld. Vervolgens stelden ze elk een eigen plan van aanpak op om nog meer kennisbronnen van leerlingen te vinden en ermee te werken. Elke leraar volgde dat plan ongeveer een half jaar lang en hield een logboek bij. De leraren hebben we twee keer geïnterviewd, na afloop interviewden we ook zo’n zestig leerlingen.

Op verschillende manieren gingen de leraren te werk om buitenschoolse kennis en vaardigheden te ontdekken. Zo gebruikten ze gerichte opdrachten of werkvormen: een tekening of een kringgesprek over een onderwerp (bijvoorbeeld over insecten of verstoppertje spelen), of gerichte observatie. Ook gebeurde het spontaan, bijvoorbeeld wanneer een leerling zelf iets ter sprake bracht of als de leraar toevallig merkte dat een leerling goed kon dansen of rappen of veel wist over een onderwerp (winkelen, dierentuin, gezondheid).

Ook bedachten de leraren verschillende manieren om de buitenschoolse kennis tijdens de les in te zetten. Ze maakten een leerling die veel wist over een onderwerp bijvoorbeeld expert: de leerling bedacht en gaf een les of vertelde iets in de klas. Zo werd op De Archipel tijdens een gesprek in groep 8 over de Tweede Wereldoorlog duidelijk dat een leerling veel wist over de atoombom. Lerares Louise Verhoef gaf hem ter plekke de ruimte om erover te vertellen. Bij haar collega Gerlanda van de Vendel bleek een kleuter veel te weten over schapen. Nadat ze samen met hem allerlei platen had bekeken en vragen had gesteld, deed de leerling zijn verhaal in de kring.


Martin Luther King

Leraren koppelden aan de kennis of vaardigheden van een leerling ook weleens een opdracht of project voor de hele klas. Of leerlingen gaven een presentatie of voorstelling voor klasgenoten of ouders. Een groepje leerlingen in de klas van Dwayne Albus (groep 8, De Schakel) was naar een voorstelling geweest over Martin Luther King. Ze vonden dit zo interessant dat ze erover wilden vertellen in de klas. Hun ervaring maakte de hele klas enthousiast en werd de aanleiding voor activiteiten rond Martin Luther King, waaronder een rap.

Op zowel De Schakel als De Archipel bood de musical in groep 8 leerlingen de kans om aan de slag te gaan met hun talenten. In de klas van Louise Verhoef werden de musicaldansjes ontworpen door twee meisjes, die in de interviews zeiden trots te zijn op het resultaat en blij met de verantwoordelijkheid die ze hadden gekregen. Dwayne Albus liet zijn leerlingen de eindmusical samen met hem bedenken. Een meisje bleek in haar vrije tijd gedichten te schrijven. Ze maakte er een bundel van die bij de musical werd verkocht, het geld ging naar een goed doel. Ook bedacht de klas dat hun musical over cultuur moest gaan. Zo vormden leerlingen verschillende culturele groepjes (Ghanees, Antilliaans, Surinaams, gemengd internationaal) waarin ze samen muziek uitzochten en dansjes bedachten. Het Surinaamse cultuurgroepje wilde graag een traditionele awasa-dans doen, onder begeleiding van drummers. Een jongen die in een band speelde, bedacht het nummer en leerde het aan zijn klasgenoten.


Zelfvertrouwen en motivatie

Wat levert het benutten van buitenschoolse kennis en vaardigheden van leerlingen precies op? Uit de interviews met leraren blijkt dat ze positieve effecten zien op de sociale en persoonlijke ontwikkeling van hun leerlingen. Ze constateren bij hen bijvoorbeeld meer zelfvertrouwen, motivatie en enthousiasme en merken dat zij elkaar inspireren en leren over zichzelf en elkaar. In sommige klassen ontstaat volgens de leraren ook een opener sfeer. In de interviews met leerlingen kwam naar voren dat de aandacht voor ‘hun’ onderwerpen hen motiveerde.

De leraren zien daarnaast een effect op henzelf: ze zijn positief verrast door de kennis en vaardigheden die hun leerlingen laten zien als ze aan de slag mogen met kennis vanuit hun eigen leefwereld. Ze leren andere kanten van hun leerlingen kennen en versterken naar eigen zeggen hun band met individuele leerlingen en met de hele klas.
 

Met medewerking van Gerlanda van de Vendel, Dwayne Albus en Louise Verhoef. Gebruikmaken van de verborgen buitenschoolse kennisbronnen van leerlingen voor socialisatie en persoonsvorming. NRO kortlopend onderwijsonderzoek (2018-2020, projectnummer 40.5.18500.008).

 

Kennisclips

Wil je meer weten over hoe je buitenschoolse kennis van je leerlingen kunt toepassen in je onderwijs? Bekijk de kennisclip met uitleg over buitenschoolse kennis en de kennisclip met ervaringen van twee leerkrachten (Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam).

 

De boom van Meghan

Gerlanda van de Vendel , lerares in groep 1/2 van De Archipel, deed mee aan het onderzoek naar buitenschoolse kennis. Haar leerling Meghan is recent vanuit Curaçao in Nederland komen wonen en is Nederlands aan het leren. ‘Ze vertelt me graag verhalen, die ik niet altijd begrijp, maar in de kring durft ze nog niet zoveel te zeggen. Ze begint langzaam wat aansluiting te krijgen bij andere kinderen.’ Tijdens het thema ‘naar de dierentuin’ ging Van de Vendel met de kleuters naar Artis, wat veel gespreksstof opleverde. ‘De leerlingen hadden de dierenoppassers eten zien verstoppen, en dat vonden ze erg interessant. Ik heb dit als uitgangspunt genomen voor een gesprek in de kring, waar we praatten over jezelf verstoppen en mooie verstopplekjes. Tot mijn verbazing neemt Meghan ineens het woord en vertelt over een boom waarin ze zich verstopte op Curaçao, onder de blaadjes die op de grond hingen. Dat begrijpen de kinderen en ik niet. Tijdens de speelwerktijd kom ik erop terug, ik vraag Meghan de boom te tekenen en ik zoek foto’s op internet om haar te vragen op welke boom haar verstopboom lijkt.’
In een volgend kringgesprek vertelde Meghan meer over haar boom en liet ze haar tekening en foto’s van de boom zien aan de andere kinderen. ‘We vroegen Meghan nog meer te vertellen over Curaçao. Ze vertelde dat het daar warm is en dat je heel vaak buiten bent of binnen met de airconditioning aan. Dat gaf herkenning bij een paar kinderen met Surinaamse roots: ook zij wilden vertellen over hun vakantie in Suriname. Zo leerden we elkaar beter kennen.’

 

Dit artikel verscheen in Didactief, november 2019.

 

Bronnen:

- Volman, M. (2012). Gebruikmaken van verborgen kennis van leerlingen. Zone, 11(4), 6-9.

- Moll, L., Amanti, C., Neff, D., & González, N. (1992). Funds of knowledge for teaching: Using a qualitative approach to connect homes and classrooms. Theory into Practice, 31(2), 132-141.

Click here to revoke the Cookie consent