Nieuws

Auteursrichtlijnen Didactief

Tekst Redactie Didactief
Gepubliceerd op 28-04-2017 Gewijzigd op 28-04-2017
Didactief is een vakblad voor mensen uit de onderwijspraktijk: leraren, schoolleiders, onderwijsondersteuners etc.. Het vertaalt resultaten uit onderzoek naar de (les)praktijk, maar is zelf geen wetenschappelijk tijdschrift. Behalve gedegen inhoud staat leesbaarheid voorop. Hieronder vindt u richtlijnen en tips voor het schrijven van een voor onze lezersgroep helder en aantrekkelijk artikel.

Exclusiviteit

We gaan ervan uit dat u het artikel exclusief voor Didactief schrijft. We plaatsen zonder overleg geen artikel dat eerder of tegelijkertijd in dezelfde vorm in een ander vakblad voor de onderwijspraktijk verschijnt. Uiteraard geldt dit niet voor publicatie in wetenschappelijke vakbladen. 

Soort artikel

Bepaal, bij voorkeur in overleg met de redactie, welk soort artikel u gaat schrijven: een informatief artikel of een opiniestuk.

Tips voor opiniestuk

  • In een opiniestuk betoogt u waarom dingen beter kunnen, wat de oplossing is voor knelpunt X in het onderwijs, waarom beleid(svoornemen) Y echt een slecht idee is enzovoort

  • Zoek aansluiting bij actuele discussies

  • Wees niet bang uw mening duidelijk te ventileren….

  • … maar schraag die met argumenten

  • In de beperking toont zich de meester: kies één kerngedachte voor uw betoog

Tips voor informatief artikel

  • In een informatief artikel doet u verslag van de resultaten van onderzoek of van een onderwijsproject.

  • Houd de Didactief-lezer voor ogen: wat kan hij met uw informatie in de klas?

  • Focus bij een onderzoeksverhaal op de resultaten, de precieze onderzoeksmethoden zijn voor de Didactief-lezer minder interessant

  • Verlevendig een artikel over een onderwijsproject met inkijkjes in de praktijk: beschrijf wat er in de klas gebeurde, citeer leraaren en/of leerlingen

  • Hoed u bij een beschrijving van een project voor reclamepraat: baseer uw verhaal op objectiveerbare gegevens en schenk ook aandacht voor de struikelblokken en dat wat minder goed verliep, juist dat is leerzaam voor de praktijk

Algemene schrijftips

1.   Houd tijdens het schrijven iemand in het achterhoofd aan wie u het verhaal vertelt

Dit dwingt om duidelijk te formuleren en waar nodig uitleg te geven.

2.   Vermijd wetenschappelijk jargon.

 Niet zo:Belangrijke schooleffectiviteitskenmerken zijn leiderscapaciteiten van het schoolhoofd en teamgeest.

Maar zo: Wat maakt de ene school tot een goede en de andere niet? Belangrijk is dat het schoolhoofd goed leiding kan geven, maar er moet ook een goede teamgeest heersen.

3.   Gebruik concrete voorbeelden.

De lezer moet het beschrevene ‘voor ogen zien’. Als er tijdens een onderzoek gewerkt is met interviews, voer dan als het kan ondervraagden sprekend op. Hetzelfde geldt voor projectbeschrijvingen; interview zelf de betrokken personen over hun ervaringen met het project. Vertaal abstracte conclusies zoveel mogelijk naar concrete aanbevelingen voor de (les)praktijk.

Niet zo: Uit het onderzoek blijkt dat negentig procent van de schoolhoofden zijn    managerstaken niet aankan. Tachtig procent zoekt de oorzaak in de gebrekkige opleiding. Twintig procent wijdt het falen aan een persoonlijk tekort schieten.

schrijvenMaar zo: ‘Toen ik schoolhoofd werd, moest ik opeens alles kunnen. Vergaderingen leiden, personeel aantrekken en beoordelen, het budget beheren. Ik heb het met vallen en opstaan moeten leren en nog steeds gaat lang niet alles vlekkeloos’, vertelt een schoolhoofd uit Assen. Hij is niet de enige. Negentig procent van zijn collega's kan zijn managerstaken niet aan. De meesten van hen geven de schuld aan hun opleiding. Ze hebben immers geleerd les te geven en met kinderen te werken, en niet hoe je een school 'managet' en hoe je met conflicten binnen het team omgaat. Een op de vijf falende schoolhoofden ziet niet de opleiding, maar zichzelf als belangrijkste oorzaak van zijn falen.

4.   Vermijd eindeloze nuanceringen.

 Voor vakgenoten zijn deze nuanceringen bij onderzoeksresultaten meestal wel interessant, maar voor de leek werken ze alleen maar verwarrend. Het streven naar volledigheid staat haaks op leesbaarheid.

5.   Veronderstel niet te veel voorkennis bij de lezer.

Niet zo: Zoals Braakhekke al eerder heeft aangetoond is schoolverzuim gerelateerd aan bevolkingsdichtheid.

Maar zo: In de jaren zeventig ontdekte de Utrechtse professor Braakhekke dat stadskinderen meer spijbelen dan kinderen op het platteland.

6.   Gebruik zoveel mogelijk de actieve vorm (dus niet teveel 'worden' en 'zijn

Afwisselen kan wel.

7.   Gebruik positieve formuleringen

Niet zo: Een niet onbelangrijk deel van de leraren is niet erg tevreden met zijn salaris.

Maar zo:     Veel leraren vinden dat ze te weinig verdienen.

8.   Vermijd de ‘tangconstructie’.

Niet zo: De {onder erbarmelijke omstandigheden werkende en bovendien sterk ondervoede en geestelijk verwaarloosde} kinderen presteerden slecht op school.

Maar zo: De kinderen moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken en waren bovendien sterk ondervoed en geestelijk verwaarloosd. Hierdoor presteerden ze slecht op school.

9.   Maak niet te lange zinnen.

10. Schrap lege woorden en stopwoordjes.

Niet zo: Het is dan ook wel duidelijk dat in feite de leraren toch wel hun best doen, ondanks de wat povere resultaten.

Maar zo: De leraren doen hun best, ondanks de povere resultaten.

Opbouw

  • De kop boven uw artikel is bedoeld om de nieuwsgierigheid en aandacht van de lezer te trekken, niet om de inhoud zo volledig mogelijk samen te vatten

  • De intro is bedoeld als prikkelende inleiding op uw artikel, niet om de inhoud zo volledig mogelijk samen te vatten. Geef hierin het meest nieuwe/opzienbarende uit uw artikel prijs.

  • Begin uw artikel na de intro met een aanstekelijke binnenkomer, zoals aanhaken bij actuele discussie of een anekdote.  

  • Maak gebruik van kaders om (a) achtergrondinformatie of uitleg die in de lopende tekst de vaart en dus leesbaarheid zouden verstoren (‘wat was ook alweer passend onderwijs?’, ‘stand van zaken in hersenonderzoek’) en (b) om puntsgewijs handige tips te geven (‘7 vuistregels voor orde houden’,  ‘top-drie ergernissen van leraren’, ‘handige websites over voorlezen’).

  • Vermeld onder aan uw artikel zo mogelijk serviceinformatie: titelgegevens van onderzoeksrapport/boek, waar dit besteld dan wel gedownload kan worden, mailadres voor meer informatie, relevante websites etc.

  • Artikelen in Didactief bevatten geen voetnoten en literatuurverwijzingen.

Praktisch

  • Overleg met de redactie over de lengte van uw bijdrage. Die lengte varieert in het algemeen van 250/300 wrd. (Onderzoek Kort) tot 1000 wrd.  

  • Lever de tekst aan in Word

  • Tabellen, grafieken en illustraties zijn welkom, mits van voldoende kwaliteit en resolutie (minimaal 300 dpi)

Afspraken redactie

  • Didactief is een maandblad en gezien de productietijd wordt een artikel gemiddeld minimaal twee maanden na inlevering geplaatst.

  • Als uw artikel aan actualiteit is gebonden, neem dan vroegtijdig contact op met de hoofdredacteur

  • Na inlevering hoort u in principe binnen een maand of uw artikel voor plaatsing in aanmerking komt. Is dat het geval, dan zullen we u soms, op basis van onze feedback, vragen een tweede versie te schrijven. In andere gevallen redigeert de eindredacteur uw tekst en krijgt u deze voor plaatsing ter inzage.

  • U krijgt bij verschijning een exemplaar van het nummer met uw artikel toegestuurd. Vergeet dus niet een postadres door te geven.

Contactgegevens redactie

Hoofdredacteur en coördinator specials Monique Marreveld, marreveld@didactiefonline.nl

Eindredacteur Ankie Lok, eindredactie@didactiefonline.nl

Wetenschapsredacteur Bea Ros, ros@didactiefonline.nl

Algemeen: redactie@didactiefonline.nl

T 020 – 5900099/ 06 20 61 20 70

W www.didactiefonline.nl

 

Click here to revoke the Cookie consent