Nieuws

Alternatief voor de kleutertoets

Tekst Masja Lebouille
Gepubliceerd op 20-01-2021 Gewijzigd op 23-02-2021
Beeld Wilbert van Woensel
De omstreden kleutertoets is al jaren niet meer verplicht en scholen zouden deze per 1 januari 2021 niet meer in hun leerlingvolgsysteem mogen opnemen. OCW blijkt die datum verlengd te hebben naar augustus 2022. Maar het meten van vaardigheden kan leerkrachten wel helpen de voortgang van leerlingen te monitoren. Worden genormeerde observatie-instrumenten straks verplicht? Daarover geven de Inspectie van het Onderwijs en OCW verschillende berichten af.

Het schriftelijk toetsen van kleuters is per 1 januari 2021 verleden tijd, kondigde het ministerie van OCW aan in 2018. Scholen zouden de toets dan niet meer mogen opnemen in het leerlingvolgysteem. Begin 2020 werd die datum echter aangepast naar 1 augustus 2022, omdat de wijziging meegaat in een heel pakket wijzigingen naar aanleiding van de evaluatie van de wet Eindtoetsing PO (waarover de Tweede Kamer nog moet stemmen). Officieel mogen leerkrachten dus nog anderhalf jaar langer doorgaan met de kleutertoets. Een papieren werkelijkheid, volgens het ministerie. In het AD en het Parool laat het weten dat het in de praktijk ‘praktisch onmogelijk’ zal zijn om een schoolse kleutertoets af te nemen, omdat de Expertgroep Toetsen PO zulke toetsen niet meer goedkeurt. De Expertgroep bestaat nog wel, maar wordt straks volgens het ‘Wetsvoorstel doorstroomtoetsen po’ opgeheven. Echter, schoolse toetsen die vóór 2014 nog zijn goedgekeurd door de Cotan (zoals die van Cito) mogen gewoon nog gebruikt worden. En in het Parool  lees je dat dat volgens Cito ook nog op duizenden scholen gebeurt.
 

Spookbeleid

Columnist en hoogleraar Sietske Waslander voorspelde in 2018 al dat het door ‘spookbeleid’ nog wel even zou kunnen duren voor de kleutertoets helemaal tot het verleden zou behoren. Het parlement stemde namelijk nooit in met invoering van de toets, maar de Onderwijsinspectie sprak er scholen destijds wel op aan. De wil om de kleutertoets definitief uit de leerlingvolgsystemen te halen is er overigens wel: begin februari vorig jaar nam de Tweede Kamer een amendement van de SGP (Bisschop) aan dat in de nieuwe wet verankert dat de kleutertoets ook in de toekomst niet verplicht mag worden.  

 

'Toetsterreur’ noemde CDA-kamerlid Michel Rog het schoolse toetsen van kleuters in 2013. Hij was niet de enige: zowel experts als politici uitten in de loop der jaren felle kritiek op het schoolse karakter van de kleutertoets. Het onderstrepen van plaatjes in een opgavenboekje zou geen recht doen aan het grillige leerproces van het jonge kind, dat zich spelenderwijs ontwikkelt en flinke ontwikkelingssprongen doormaakt.
Het verzet tegen de toets kwam in 2013 in een stroomversnelling terecht door De Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs, die het zwartboek Kleuters in de knel! aan de Tweede Kamer aanbood. Het bevat honderd verhalen van leraren die stellen dat de schoolse test een momentopname is die weinig zegt over het niveau van een kleuter en faalangst in de hand werkt. De Tweede Kamer besloot vervolgens dat scholen voortaan zelf mogen bepalen hoe zij de ontwikkeling van hun leerlingen volgen; systematische observaties volstaan bijvoorbeeld ook.

 

Onbetrouwbaar

Naast leraren die aan de bel trekken (zie bovenstaand kader) zijn er nog andere argumenten tegen het gebruik van een schoolse LVS-toets in groep 1 en 2. Orthopedagoog en specialist jonge kind Ruth Heuvelman bespreekt in haar blog de twijfelachtige normering van de huidige Cito kleutertoets die zo is ingericht dat in elk van de vijf score-categorieën 20% van de leerlingen valt –  een verdeling die kleuterleerkrachten dus ook in hun eigen groep mogen verwachten. Maar uit onderzoek van Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat zij vaak ten onrechte denken dat een score onder het landelijk gemiddelde onvoldoende is en druk voelen om hun hele klas ‘goed’ te laten presteren. Terwijl het doel van de toets juist is om het niveau van kinderen in kaart te brengen en niet om te zorgen dat alle kinderen zo goed mogelijk scoren. Het komt voor dat leerkrachten de begrippen en vragen uit de toets extra aanbieden en met hun leerlingen inoefenen. Dit leidt tot hogere scores en een hogere normering, wat de toets steeds moeilijker maakt (en minder betrouwbaar). Je kunt je wel afvragen of dit specifiek voor de onderbouw geldt, of dat dit ook een valkuil is waar leerkrachten uit hogere groepen in trappen bij de lvs-toetsen – om van de eindtoets nog maar te zwijgen.
 

Screening

Als we afgaan op experts zitten er dus allerlei haken en ogen aan zo´n schoolse toets voor kleuters. Toch kan het riskant zijn helemaal te varen op de indruk van de leerkracht. Een objectief screeningsinstrument kan signalen opvangen van eventuele problemen, waardoor leerkrachten sneller kunnen ingrijpen. En dat vroeg ingrijpen is hard nodig om groeiende achterstanden te voorkomen, schrijven Vlaamse onderzoekers Ilse Aerden en Hilde Stroobants (UCLL) in deze blog. In Vlaanderen zijn ze daarom bezig om een screeningsinstrument voor vijfjarigen te ontwikkelen (zie onderstaand kader). Leg de resultaten wel altijd naast de observaties van ontwikkelingsdomeinen die niet in de toets zijn opgenomen, waarschuwen Aerden en Stroobants: ‘Het kind moet steeds in zijn ‘volledige zijn’ bekeken worden, om te begrijpen wat de vaststelling uit een toets kan betekenen’. Een toetsscore nodigt dus vooral uit om verder te kijken op andere momenten, zeker ook bij vrij spel.
 

Alternatieven

Nederland lijkt de weg te bewandelen van de gestandaardiseerde observaties. Sterker nog, op de website van de Onderwijsinspectie (20 januari 2021) valt te lezen dat het vanaf schooljaar 2021/2022 verplicht wordt om bij kleuters een genormeerd observatie-instrument te gebruiken dat is goedgekeurd door de Expertgroep Toetsen PO (en dat zijn nu er nu nog maar twee en beide van Cito:  Kleuter in beeld- Taal en Motoriek voor Kleuters) en dat schoolse toetsen vanaf (naar verwachting) augustus 2022 niet meer mogen worden afgenomen. De inspectie neemt hierop dus een voorschot op de wetswijzigingen primair onderwijs. Maar op de website van Expertgroep Toetsen PO staat dat observatie-instrumenten straks alleen goedgekeurd moeten zijn als scholen deze willen opnemen in het leerlingvolgsysteem. En dat sluit aan bij de schriftelijke reactie van minister Slob (september 2020) op Kamervragen van Bisschop (SGP), Rog (CDA) en Van Meenen (D66): ‘Het klopt dat scholen zelf mogen bepalen welke instrumenten zij inzetten (bijvoorbeeld observaties, gesprekjes of spelletjes) om na te gaan hoe kleuters er nu voor staan. Op basis van deze instrumenten kan een leraar bijvoorbeeld besluiten of een kleuter wat extra hulp nodig heeft. Juist omdat de groei van kleuters sprongsgewijs verloopt is het echter niet passend op basis van deze informatie de groei van kleuters in een LVS op te nemen. Indien een school in het LVS wel de groei van kleuters in kaart wil brengen moeten hiervoor instrumenten worden gebruikt die een positief kwaliteitsoordeel hebben gekregen van de Expertgroep. Dit is in lijn met de huidige wettelijke normen voor het LVS.’ (september 2020).

Volgens een woordvoerder van de Expertgroep Toetsen PO mogen scholen de ontwikkeling van kleuters straks ook op andere manieren volgen dan met een goedgekeurd observatie-instrument en klopt de berichtgeving van de inspectie dan ook niet. 'Ik weet dat OCW hierover contact heeft met de inspectie. Het enige wat straks verplicht blijft, is om leerlingen te volgen vanaf binnenkomst. Als het maar op een verantwoorde wijze gebeurt.’ Wat de alternatieven precies zijn, durft de woordvoerder niet te zeggen. ‘Zolang de school er maar over nagedacht heeft. Bij twijfel kunnen scholen dit natuurlijk wel afstemmen met de inspecteur, maar in de wet staat nergens dat het per se moet met goedgekeurde observatie-instrumenten in groep 1 en 2.’ En dat verandert volgens haar ook niet als in 2022 wetswijzigingen ingaan. Volgens de woordvoerder is het streven om snel het een en ander duidelijk te maken aan scholen, want ze erkent dat de verschillende berichten nu behoorlijk verwarrend zijn. ‘Het blijft een lastig spanningsveld.’

Verplicht of niet, het is voor te stellen dat het voor scholen geruststellend is om straks met een goedgekeurd observatie-instrument te werken. Eind 2019 lanceerde Cito ‘Kleuter in beeld', een alternatief voor de Cito Kleutertoets.  Het onderdeel ‘taal’ is als eerste observatie-instrument door de keuring van de Expertgroep gekomen, over de andere onderdelen ‘rekenen, sociaal-emotioneel en motoriek'  is volgens een woordvoerder van Cito nog geen uitsluitsel. Het instrument bestaat uit een online omgeving waarin leerkrachten op observaties invullen. Het nadeel blijft dat dit wel iets vraagt van het objectieve observatievermogen van de leerkracht. Er is een neutrale blik voor nodig, zonder invulling of oordeel. En je kunt je afvragen of een uitgebreid observatie-instrument geen bergen administratie met zich mee brengt, die het onderwijs liever kwijt dan rijk is.

 

Screeninginstrument Vlaanderen

In Vlaanderen gaf onderwijsminister Ben Weyts de opdracht aan het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) om te onderzoeken of het mogelijk is om een screeningsinstrument te ontwikkelen dat de taalvaardigheid van vijfjarigen meet. Het doel is dat leerkrachten aan het begin van het jaar kleuters kunnen identificeren wiens taalvaardigheid te laag is, zodat ze hen de rest van het jaar extra kunnen ondersteunen. Volgens hoogleraar Kris van den Branden (KU Leuven) valt of staat het succes van zo’n instrument met het gebruik ervan en de interpretatie van de resultaten. Wanneer een schoolteam de uitkomsten met de juiste doeleinden inzet (bijvoorbeeld als hulpmiddel om te professionaliseren en het onderwijs bij te sturen) is er volgens hem een grote kans op een positief effect op het leren van kinderen. Maar wanneer de overheid de toets verplicht maakt en scholen alleen leerlingen met de laagste scores extra ondersteuning geven, zal hij structureel weinig veranderen aan het onderwijs en waarschijnlijk weinig bijdragen.
Ook Aerden en Stroobants stellen dat toetsscores kleuterteams kunnen stimuleren op hun eigen handelen te reflecteren. Ze dwingen tot het stellen van vragen, zoals: Op welke onderdelen vallen alle leerlingen uit, en hoe komt dit? Wat doen we al goed en hoe kunnen we zelf nog groeien? Op die manier werken leerkrachten samen aan een sterkere, bredere basiszorg.

 

Update februari 2021: de Inspectie van het Onderwijs heeft haar website aangepast en de informatie over de kleutertoets verwijderd.

 

Verder lezen

1 Kleuters zijn geen schoolkinderen

Click here to revoke the Cookie consent