Zorglast

Tekst Jo Kloprogge
Gepubliceerd op 03-05-2004
Jo Kloprogge - Nederland is een echt zorgland geworden. Nergens ter wereld is de variëteit aan hulpvragen zo groot en het aanbod aan zorg zo verfijnd als bij ons.

Ook voor kinderen en jongeren geldt dat elk probleem dat zich kan voordoen keurig is voorzien van een fraaie naam en dat je op internet soepeltjes wordt verwezen naar een selectie van deskundigen die je willen behandelen. De aanbieders van zorg hebben het druk, want aan elk syndroom dat is gevonden, lijden in Nederland ongeveer drie keer zoveel leerlingen als in de ons omringende landen. En als er toch een gebrek aan werk voor de hulpverleners dreigt te ontstaan, wordt er gewoon een artikel geschreven over een nieuw syndroom. Een beetje publiciteit levert meteen nieuwe zorgvragers op.

Het zal niet meer zo lang duren of een groot deel van de Nederlanders is dagelijks bezig met het wederzijds formuleren van hulpvragen en het verlenen van hulp. Het meisje met faalangst wordt behandeld door de meneer met eetstoornissen, maar zijzelf is weer druk bezig met de behandeling van leerlingen die aan dyscalculie leiden. Zolang er genoeg aardgas aan het buitenland wordt verkocht om al die zorghandelingen te betalen, kunnen we ons genoegzaam wentelen in ons zorgvermaak.

Een nieuw begrip doet inmiddels zijn intrede. Het heet zorglast en is verbonden met de vraag 'hoeveel zorg kan een mens verdragen?'. Als je al behandeld wordt voor PDD-NOS en kromme knieën, kun je dan ook nog hulpverlening voor je hechtingsstoornissen aan? En als je bovendien gepest wordt, kun je al de aangeboden hulpverlening dan nog wel agendatechnisch verwerken? Er wordt nu gelukkig een zorglastindicator ontwikkeld, die, rekening houdend met de individuele situatie van de hulpvragende en de aan een bepaald syndroom verbonden zorgintensiteit, de marge aangeeft waarbinnen de zorglast nog draagbaar is. En als de leerling onder de zorglast dreigt te bezwijken, kan er een beroep worden gedaan op de zorglastcoördinator. Dat is een nieuwe functie in de school, waarvoor binnenkort een postacademische opleiding wordt ingericht.

Het zou mooi zijn als we de opgebouwde deskundigheid op het gebied van hulpverlening konden exporteren. Als er in België of Duitsland evenveel leerlingen aan dyslexie of gedragsstoornissen zouden lijden als in Nederland, zou de werkloosheid hier aanzienlijk kunnen afnemen. Helaas is men in die landen minder zorgbewust. Het aantal kinderen met voedselonthechting in België wil maar niet omhoog en in Duitsland sturen ouders van gepeste kinderen hun kroost naar een cursus kickboksen, zodat ze leren flink van zich af te meppen. Het primitivisme viert nog hoogtij in onze buurlanden. Maar ook in Nederland is er hier en daar nog een schooldirecteur te vinden die weinig zorgbewust is. Een van hen zei laatst te hopen dat de nieuwe veiligheidsnota van OCW detectiepoortjes verplicht zal stellen. Hij wil ze graag gebruiken om de hulpverleners buiten de deur te houden. Mijn zegen heeft de man.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent